Mat. 1, 18 – 24
- Lezing
- Jesaja 7, 10 - 14
Ons kleine ‘ja’ invoegen in een ‘ja’ wat ons overstijgt
Wat een prachtig verhaal in deze laatste zondag van advent als voorbereiding op het Kerstfeest: Het ja van Jozef. We weten het: Er wordt hier geen geschiedenis, maar heilsgeschiedenis geschreven. En uit die heilsgeschiedenis van Israël blijkt, dat telkens wanneer er wordt verteld van een zwangerschap die niet of niet meer verwacht wordt, er sprake is van een verschuiving, een scharnierpunt, een lijn die onderbroken wordt. Ook dit verhaal over de aankondiging van de geboorte van Jezus, wil ons erop wijzen dat door deze zwangerschap de geschiedenis een definitieve wending zal nemen, een inslag in de tijd.
Het gaat dan over de wijze waarop deze Mensenzoon ontvangen wordt: zijn oorsprong uit de Heilige Geest. Het licht valt daarbij op Jozef, de verloofde van Maria. Misschien om het verhaal beter te begrijpen: een verloving had niet zozeer een voorlopig, als wel een bindend karakter. Zo was er een scheidingsakte nodig om deze verbinding te verbreken.
We moeten ons het voorstellen: Jozef komt tot de schokkende, wellicht pijnlijke ontdekking dat zijn vrouw zwanger is. Maria draagt leven in zich en hij, Jozef, kan zich dit nieuwe leven niet toe-eigenen, want wat Maria draagt in haar schoot is niet van hem. We zien deze rechtvaardige zitten, hoofd naar beneden, allerlei gedachten, gevoelens, die door hem heen gaan, overwegend wat te doen, biddend misschien.
Maria is zwanger en hij staat er buiten. Wat nu? De wet zegt immers dat hij haar niet tot vrouw kan nemen? Zal hij haar vrij laten, het contract ontbinden? Nee, niet die schande in het openbaar, haar niet in opspraak brengen! Nee, geen scheidingsbrief dus, maar in plaats daarvan haar in ’t geheim, in stilte laten gaan? Nee, in het verborgene scheiden van haar kan toch ook niet, want dan is Maria immers niet vrij om opnieuw te trouwen. Dat wil hij haar ook niet aandoen. Wat overkomt hem toch?
Hij raakt, zo kunnen we het ons voorstellen, verdwaald, verstrikt in zijn overwegingen. We zien deze rechtvaardige zitten, hoofd naar beneden. Is er wel een weg? Jozef is, en misschien herkennen wij zulke momenten in ons eigen leven, de regie over zijn leven volkomen kwijt.
En dan: In een droom een engel: Vrees niet om bij haar te blijven, want het kind dat Maria draagt, is verwekt door de Heilige Geest. Wat Maria, zijn aanstaande vrouw, overkomt, is heilig. En dát vraagt om met eerbied omgeven te worden, vraagt om erbij te blijven, bij dit geheim te blijven. Jozef zal overigens niet de eerste man zijn die zoiets ervaart: erbij blijven, met eerbied omgeven.
Maar het gaat om meer dan erbij blijven. Jozef krijgt te horen dat hij aan dit kind, wat niet van hem is, als het zover is, de Naam Jezus moet geven, oftewel Redder. Die naam die doet weten dat je niet in staat bent, uiteindelijk, jezelf te redden. Dát beamen, dát erkennen, die naam over het kind uit te roepen betekent nogal wat. Door die naam Redder over het kind uit te roepen, verbind je je ermee, én wordt aan het ik, dat ik dat de regie heeft, zijn centrale plaats ontnomen.
Jij, ik, wij zoals wij hier zitten, kunnen onszelf niet redden! Dit kind, redder van de wereld, zal ons hierin voorgaan. Hij zal de weg gaan van overgave, van een opengevouwen leven. Nee, dat is bepaald niet de weg van opoffering, want in de opoffering is juist het ik nog te zeer in het spel, al lijkt dat niet zo. Dit kind, redder van de wereld, zal zijn naam eer aan doen door te leven overeenkomstig wat in zijn hart, wat in zijn ziel brandt, en het zal zich daaraan overgeven: het waarmaken van Gods droom over de mens. En Jozef: Hij zal deze naam over het kind uitroepen en zo zichzelf aan die naam verbinden. Jozef geeft zijn ja, zoals Maria haar ja gaf, toen de engel haar bezocht om de geboorte van deze Redder van de wereld aan te kondigen.
Dat dat niet vanzelfsprekend is, je zo te verbinden, horen we bij de profeet Jesaja. Het verhaal over koning Achaz is als het ware een tegenverhaal. Hier klinkt een nee! Achaz verbindt zich niet met wat de profeet Jesaja hem opdraagt, namelijk een teken te vragen aan God, een teken om te kunnen vertrouwen, nu Jeruzalem wordt belegerd. Hij verbindt zich niet, onder het mom, onder de schijn van het goede, namelijk om God niet op de proef te willen stellen. Achaz weigert dus op die manier zich uit handen te geven. Het teken komt er toch: De maagd zal zwanger worden van een kind. Over dit kind zal de naam Immanuel worden uitgeroepen. En voor wie zich met deze naam verbinden, voor ons, voor wie het vertrouwen wagen, zal God zijn Naam gestand doen en er zijn.
Ook wij kennen ze, de cruciale momenten in ons leven, momenten waarop het erop aankomt, het leven scharniert, dagen van verwarring, van niet meer weten, niet meer zien hoe verder, de regie kwijtraken. Het zijn momenten, waarop in ons leven een keer plaatsvindt. Het overkomt ons. We kiezen er niet voor, maar worden gekozen. Hebben we dan niets meer te zeggen? Nee, het overkomt ons in meer of mindere mate, maar daar is niet alles mee gezegd. God heeft ons vrij geschapen en verantwoordelijk. We kunnen ja of nee zeggen op wat ons overkomt. Ons antwoord is beslissend. En het ja zeggen, zoals Jozef in het verhaal van vandaag, betekent altijd, dat je je verbindt met wat je overkomt, je ertoe verhoudt, ermee in contact blijft, onderscheidt wat te doen of te laten. Het ja betekent altijd overgave, overgave aan wat op je toekomt.
Ons ja invoegen in het grote ja, ja dat ons overstijgt. Waar, wanneer, bij welke gebeurtenis in mijn leven, op wie, op wat, zei ik ja? Nog een paar dagen om met die vraag te leven eer we het feest van nieuwe geboorte vieren. Ooit zei ik ja! En dan de vreugde in de hemel over dit ja.