Mat. 22, 34 – 40
- Lezing
- Exodus 22: 20 - 26
BERICHT VAN HOOP EN VERTROUWEN
Mensen van God, Deze lezingen van vandaag brengen ons precies bij onze opdracht als gelovige mensen in deze tijd: God liefhebben met alles wat in ons is. De naaste liefhebben als onszelf. Zorg dragen voor kwetsbare mensen. Dat moeten we doen, omdat het moet, er is urgentie. In deze tijd, waarin mensen verkommeren en kreunen onder eenzaamheid. In de greep dreigen te raken van angst en bezorgdheid om hun gezondheid en dat van hun dierbaren. We horen voortdurend om ons heen, en in onszelf hoe zwaar het valt om beperkt te worden in onze levensruimte. We zien en horen protesten en ongeloof. Er lijkt meer verdeeldheid te groeien met betrekking tot manieren om de pandemie in te dammen. Hoe blijf je staande in deze tijd, hoe verhoudt je je tot die veel stemmen en meningen. Welke koers is betrouwbaar? Vorige week klonk op deze plaats: geef aan God wat God toebehoort. Namelijk: jijzelf, als mens van God. Bezin je op je bezig zijn vanwege het koninkrijk van God, met het oog op een wereld van gerechtigheid en solidariteit. Vandaag worden we opnieuw bepaald bij onze roeping als christen. We worden opnieuw opgeroepen om verbinding te maken, met de ander. Om de verbinding te verstevigen met de Bron van leven, die ons hart kent en ons peilt en ons kracht geeft. We hebben een bericht, een getuigenis van hoop en vertrouwen dat die angst en bezorgdheid niet het laatste is. Dat ons uit isolement trekt en een ander geluid laat horen, bemoediging, kracht, drijfveer om in te gaan op het leven.
Jezus legt het fundament van dat vertrouwen nog eens neer, in een 2delige beweging: Het gaat erom om God lief te hebben en je naaste lief te hebben zoals jezelf. De ene beweging is een verticale beweging: tussen de hemel en de aarde, tussen God en mij en tussen mij en de Enige. Je wordt al opgetild uit wat je neerdrukt als je meegaat in die beweging. Die relatie begint met de beweging uit de hoge naar mij, naar ieder mensenkind. Je bent geliefd, hoorden we bij onze doop. Je mag er zijn, je mag bestaan. Aangeraakt door God wiens naam luidt Ik ben er. Het liefhebben en dienen van de Heer is mijn, ons antwoord op dat gezien zijn, geliefd zijn door God. Jezus gaat ons daarin voor, in die verbondenheid tussen Vader en Zoon, tussen God en elk mensenkind. Als je wilt weten hoe die verticale beweging eruitziet, kun je naar Hem kijken.
Liefhebben is een prachtig woord. In het grieks staat agapaoo, waar ons woord agape, liefdemaal van is afgeleid. Anders dan romantische liefde gaat het hier om de liefde waarmee je je richt op de behoeften van de ander, waarmee je zoekt wat het beste is voor de ander. Onbaatzuchtig, niet op jezelf en je eigenbelang gericht, maar naar buiten, naar God en naar de mens naast je.
Dat is de 2de beweging, gelijk aan de eerste op gelijke hoogte, wel onderscheiden maar niet gescheiden: de naaste liefhebben als jezelf. Omdat hij en zij is zoals jij. Omdat je allebei bent geschapen naar Gods beeld, zo horen we in het boek Genesis. ‘In de ogen van de ander in zijn en haar doen en daad, spiegelt zich het beeld van God naar wie wij zijn gemaakt’ (Liedtekst van Marijke de Bruijne) Het leven met elkaar, dat is een horizontale beweging Ik leerde op pianoles, in de muziek, dat die horizontale beweging een driekwartsmaat is. Zij aan zij. De verticale beweging een vierkwartsmaat: de verbinding van God en mensen. Er zit muziek in ons gelovig samenleven!
Deze beide bewegingen vormen daarbij ook een kruis, het kruis van onze verrezen Heer, die ons heeft voorgeleefd hoe dat moet: God liefhebben en je naaste als jezelf.
Dat liefhebben van de naaste is altijd op basis van gelijkwaardigheid, medemenselijkheid, zo leren we in de eerste lezing. Vanuit het besef dat wat je hebt bereikt, niet alleen op eigen kracht tot stand is gekomen. ‘Herinner je dat je zelf vreemdeling bent geweest, in Egypte’. Je bent zelf kwetsbaar geweest, afhankelijk van de welwillendheid van een ander. Van de genade van God en van mensen. Op enig moment in ieders leven hebben we dat aan den lijve ervaren. Om te beginnen bij je geboorte in deze wereld. Kwetsbaar, hulpeloos, overgeleverd aan de goede wil van je ouders, verzorgers. En later wellicht: de ervaring dat je vreemd bent, niet thuis, bij jezelf, bij de ander. Mozes spreekt hier, in het boek Exodus de collectieve herinnering van zijn volk aan. Dat ze slaven waren in Egypte, gebukt gingen en rechteloos waren. Dat ze zijn uitgeleid, vrij gemaakt, door God, wiens naam is: Ik ben er. Deze gebeurtenis hoort bij de fundamentele ervaring van Israël, tot op vandaag: herinner je. Ook voor ons klinkt opnieuw: breng in je herinnering keer op keer dat God opkomt voor kwetsbare mensen. Weduwen en wezen worden genoemd, naast de vreemdelingen. Mensen die geen rechten hebben, voor wie niemand in de bres springt. ‘Voor kleine mensen is Hij bereikbaar, Hij geeft hoop aan rechtelozen, hun bloed is kostbaar in Gods ogen, Hij koopt hen vrij uit het slavenhuis’. Zo zingt een lied naar psalm 72.
In deze verzen wordt ook gewaarschuwd: als je je niets aantrekt van de schreeuw van de armen, de roep van de aarde, dan keert dat zich tegen je, dan ontstaat geweld op geweld, schending van mensenrechten, verkrachting van de aarde. Herinner je, en handel ernaar.
Buitengewoon actueel, deze pijlers van ons geloof, van ons gelovig samenleven. Ze roepen ons op om betrokken te zijn op alles wat gaande is in onze wereld. Om met deze beide bewegingen in de wereld te staan. Vanuit het besef dat je geliefd mens bent, vanuit de ervaring van eigen kwetsbaarheid en de genadige ontmoeting met de ander die mij ziet en redt…. Gaan we zo onze weg en mag de Geest van God ons vergezellen, deze dag en alle dagen. Amen