Mar. 1, 4 – 11

Petra Speelman
Lezing
Jesaja 42: 1- 7

Gedoopte mensen

De evangelist Marcus neemt ons aan het begin van zijn getuigenis mee naar de woestijn. Daar staat Johannes de doper, daar komen mensen uit heel Judea en Jerusalem. Daarheen komt ook Jezus. Ze trekken uit hun vertrouwde omgeving. Er is iets dat hen daaruit verdrijft, een onrust. Misschien was het leven in die vertrouwdheid opgedroogd en onvruchtbaar geworden. Star en levenloos. Ze komen af op een stem die oproept tot ommekeer, tot beweging, die iets nieuws in het vooruitzicht stelt. Blijkbaar snakken deze mensen die toestromen daarnaar, een woord dat tot leven wekt, een daad die verandering brengt in hun stagnatie. De ene woestijn is de andere niet. Het kan een plaats worden, waar ruimte ontstaat, waar je tot staan wordt gebracht, en kunt openkomen voor een nieuwe richting, een ander perspectief.

De profeet Jesaja spreekt, vele eeuwen eerder, in een soortgelijke woestijnervaring van mensen in ballingschap. Waar alles wat vanzelfsprekend was is weggevallen, waar opnieuw gezocht wordt hoe de Ene, de God van het verbond nabij is en bevrijding brengt.

Vandaag, weer vele eeuwen later, horen wij deze oude verhalen in onze wereld, in ons leven. De woestijnervaringen liggen in ons en om ons heen, dichtbij en wereldwijd. Hoewel we nog leven in het licht van de geboorte van Christus, is er al weer veel donkerheid dat dat licht bedreigt. Leegte en isolement. Verwarring, woede en verdeeldheid. De woestijn heeft vele vormen. We horen deze oude woorden in geloof en vertrouwen dat ze ook voor ons vandaag betekenis hebben, een woord van leven.

Jesaja spreekt woorden van hoop. Hij brengt het verbond van God met mensen in herinnering. Vanaf de oorsprong, zegt hij, heeft God mensen geroepen en levensgeest ingeblazen. Om recht te doen, om op te richten wie gekwetst en klein gemaakt worden. Die levensadem wordt opnieuw ingeblazen, in iemand, de dienaar, in mensen, in een volk, die dat heilige verbond opnemen en doen. Dat is een diepe ervaring in deze profeet, in de schrijvers, in het volk, van een stem, een oerkracht die steeds opnieuw opwelt in het donker. Met het oog op…. Bevrijding en vrij worden. Blinden gaan de ogen open, goed nieuws voor hen wier oren waren verstopt in het lawaai van gewelddadige taal. Wie gevangen zat in diepe duisternis, wordt bevrijd en zal leven. Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, we zullen juichen en leven.

In de woestijn bij Johannes komt Jezus, uit Nazareth in Galilea. Waarom Hij afdaalt naar de Jordaan wordt niet vermeld. Maar Marcus schrijft heilsgeschiedenis: voor het oog van heel Judea en Jeruzalem, de gevestigde politieke en religieuze macht, komt Hij, uit het Galilea van de heidenen. Uit Nazareth, kan daar iets goeds vandaan komen?

En het geschiedde, schrijft Marcus. Dat Jezus kwam om zich door Johannes te laten dopen. Johannes die met water doopt, in afwachting van Hem die zal dopen met heilige Geest. Over het gebeuren van de doop zelf horen we niets. Maar dan, als Jezus uit het water omhoogkomt…. Het is steeds opnieuw een indrukwekkend getuigenis, vol van betekenis. Marcus kent het Eerste Testament, kent Wet en profeten. Hij gebruikt verwijzingen en citaten om aan zijn lezers, aan ons duidelijk maken wie Jezus is. -De hemel scheurt open, verbinding tussen hemel en aarde. -als een duif daalt de Geest op Jezus neer. Een fysiek gebeuren wordt opgeroepen, de levensadem van God van in den beginne. De duif die nieuw leven aankondigde na de zondvloed. -Er klinkt een stem: jij bent mijn geliefde zoon, in jou vind ik vreugde! Eudokia, welgevallen. Voor Marcus is het duidelijk: Jezus gaat de weg van de mens, trekt door de doodsrivier en staat op in nieuw leven. Daarbij wordt Hij bevestigd als de gezalfde van God, in Hem is de mens naar Gods hart zichtbaar.

In de woestijn van ons leven, van onze wereld klinkt dit getuigenis. Klinkt daarin de uitnodiging om ons opnieuw te her-inneren wie wij zijn: gedoopte mensen. Gedoopt met water, met geest, met vuur. Ondergedompeld in die liefde van God, voor eeuwig. Niets en niemand kan je scheiden van Gods liefde. Je doet er soms een mensenleven over om dat werkelijk aan te nemen, dat je geliefd bent zoals je bent. Onvoorwaardelijk. Geliefd en geroepen om antwoord te geven, in dialoog te komen. Om die liefde van God zichtbaar te maken in ons handelen, ons doen en laten, in het leven met elkaar. Steeds meer te worden wie we zijn: mens in wie God welbehagen heeft. In het spoor van Jezus, de Christus, onze Heer. Mogen we ons bemoedigd weten, in alles wat we meemaken, in alles wat gebeurt, door die liefde die ons draagt. Vandaag en alle dagen van ons leven. Amen