Joh. 20, 19 – 31
- Lezing
- Handelingen 4, 32 - 35
Doorgaan met wat Hij deed
Het is avond, de eerste dag na de Sabbat, twee dagen na Jezus’ dood. Het is zo vreemd allemaal: vanochtend heeft Maria Magdalena ons gewaarschuwd, dat het graf leeg was. Een paar van ons zijn er direct heengegaan en zagen dat het waar was. Hij was daar niet meer. Later kwam Maria Magdalena vertellen, dat ze Hem in de tuin was tegengekomen en dat Hij tegen haar gesproken had. Wat was dat? Nu zitten we hier. De sfeer is geladen. Worden wij ook gezocht? En: waar is Hij nu? Is Hij weggehaald? Door wie dan? Of is Hij weggegaan? Om, zoals Hij zei, terug te komen? Wij zijn bang, ja. Hoe moeten we verder? Maar niet alleen bang: wie Hij voor ons was, wat Hij deed aan mensen, hoe Hij sprak…. Alles wat we hebben meegemaakt, onvergetelijk. Dat gaat nooit meer uit ons weg…. Dat bindt ons samen. Het is, of Hij nu bij ons is. We zijn stil. Met alles wat ons bedrukt. Hoe we Hem hebben achtergelaten bij de soldaten. Hoe Hij alleen Zijn weg is gegaan, onder het kruis, naar Golgotha. We hebben het laten gebeuren, we durfden niet in actie te komen. Bang voor ons eigen hachje. Wat zijn wij tekortgeschoten, klein, miserabel. We missen Hem zo. Hij zou dit hebben gekeerd. Zo was Hij. We kijken elkaar aan. Ja, dat zou Hij gedaan hebben. Mijn adem stokt, het lijkt of Hij er is. En vrede aanzegt. Er verandert iets. Is Hij hier? Ja, Hij is hier. Met alles wat er gebeurd is. Zonder verwijten, één en al Liefde, precies dát wat we zo nodig hebben! Wat gebeurt er? Hij laat ons zijn wonden zien en wenst ons opnieuw vrede. Hoe kan dit? Vrede met zijn lijden, met zijn dood? Met ons, zijn vrienden die Hem trouw zouden blijven, maar het af lieten weten? Já, zo was Hij. Hij is het echt! Liefde boven alles uit. Hij is bij ons. Opnieuw. Dit kan dus! Hij kan tot leven komen, opnieuw. Tussen ons in! Er komt grote vrede over ons. We zien opeens hoe het verder moet: doorgaan met wat Hij deed. Zijn Liefde uitdragen, vergeving schenken. Kunnen we dat? 8 dagen later: de situatie is nog altijd gespannen. De dreiging om opgepakt te worden is niet weg. Maar onze gewaarwording van Jezus die bij ons kwam ook niet! Alleen Tomas, die er toen niet bij was, heeft er vragen bij. Hij is kritisch, hij laakt mooie verhalen. We zijn weer samen. En opnieuw gebeurt het, dat er tussen ons iets ontstaat; Jezus komt weer bij ons. Tomas is er nu ook. Al zijn reserves, zijn kritische vragen zijn weg, hij ziet Jezus met zijn wonden. Hij komt er het dichtste bij. Hij wordt het meest geraakt van ons allemaal.
In Handelingen wordt verteld hoe de eerste christenen alle bezittingen deelden en één van hart en één van ziel waren. Materiele bezittingen delen wij hier niet op die manier met elkaar. Wat wij hier wel proberen te delen is ons leven. En als zich dat niet beperkt tot de mooie en leuke kanten, maar daar ook onze kwetsuren, onze pijn bij mogen horen, dan kan het gebeuren, dat Jezus daarbij aanwezig komt. Met zijn liefde en vergeving. Geliefd worden als ik goed ben, is vanzelfsprekend. Maar: als ik teleurstel, pijn doe, het af laat weten, vergeven worden en geliefd blijven, zoals we vorige week hier weer mochten horen; dat doet opstaan uit de dood.