Joh. 6, 30 – 40

Berti Parqui
Lezing
Nehemia 9, 9 - 21

Woord en brood uit de hemel

Vandaag gaat het over brood. Brood, als voedsel dat de meeste mensen dagelijks eten, maar ook in een bredere betekenis van voedsel. Voedsel voor de ziel. We begonnen met de lezing uit Nehemia, waar het exodusverhaal in herinnering gebracht wordt. De profeet Nehemia benadrukt in zijn versie hoe liefdevol en lankmoedig God zijn mensen trouw blijft, ondanks hun eigenwijsheid, hardnekkigheid, en twijfel. Hij blijft ze de weg wijzen en geeft water uit de rots en brood uit de hemel, het manna. Over dat brood uit de hemel gaat het ook in het evangelie. We horen hoe Jezus in discussie is met mensen hem bevragen, omdat hij dat hij de dag tevoren een de menigte aan de andere kant van het meer op wonderbaarlijke wijze had weten te voeden. Geef ons hier ook dat brood zoals u dat gisteren daar deed. Maar Jezus gaat er niet op in, Hij zegt iets heel anders: Jullie vragen mij om voedsel dat vergaat, maar jullie zouden moeten zoeken naar voedsel van eeuwig leven dat niet vergaat. Maar ze blijven vragen om een wonderteken. Mozes liet voor onze voorvaderen manna uit de hemel komen. Wat doet u voor ons? Het was niet Mozes, maar Gód die in het verleden aan onze voorvaderen het brood gaf, zegt Jezus. Het gaat niet om het verleden, maar om het nu. Het gaat mij en over jullie. En het is Gód die mij nu gebruikt om voor jullie te zijn als brood. Geloof me. Ik ben dat brood dat uit de hemel tot jullie komt. Dat roept weestand op bij zijn toehoorders. Zij weten toch dat hij gewoon de zoon van Jozef is. Wie denkt hij wel dat hij is? God zelf? Het is godslasterlijk zoals hij de godsnaam misbruikt. Met zijn uitspraken IK Ben. Maar Jezus spreekt niet namens of voor zichzelf, niet vanuit zijn ego of eigenbelang. Jezus spreekt op een laag aan die ze niet kennen of waar ze niet aan willen. Het is de laag waar over gesproken werd in dat prachtige interview van Steve Akkermans met Andre Zegveld in de Trouw van vorige zaterdag. Over het mysterie dat echt het leven en geluk daar begint waar je afziet van “recht hebben op”. Daar waar je alleen het goede in het leven wil accepteren, zul je altijd verliezen. Alleen bij het inleveren van je eisen valt iets te winnen. Daar waar je af kunt zien van (eigen) belang komt de vrede. Maar dat loslaten van je eigen belangen, en eigen verdienste of prestatie is niet gemakkelijk. Wij zijn zo graag eigen baas, of nog liever baas boven baas. Wij zijn daar hardnekkig in. Bang om te verliezen. Je controle, twijfel en angst loslaten is moeilijk. Je weet wat je hebt, maar niet wat je krijgt als je met lege handen staat. En toch worden we juist op die laag aangesproken door Jezus als hij zegt: leer van mij. Leer te ontvangen. Je kunt alleen maar ontvangen als je jezelf niet centraal stelt, als je open bent en eenvoudig in de goede zin van het woord.

Iemand die echt kan ontvangen is heel bijzonder. Toelaten dat er van je gehouden wordt, erkennen dat je uiteindelijk alles, ook je leven gekregen hebt. Dat je klein bent, maar tegelijkertijd groot, omdat je een door God geliefd mens bent. Geschapen en gewild zoals je bent met een liefde die je niet hoeft en niet kunt verdienen. Gekregen om te delen met anderen. Liefde die je niet voor jezelf kunt grijpen, maar wel kunt toelaten, daar waar je bent, zoals je bent. En daarmee kom ik op de bijzondere vrouw die wij vandaag gedenken: Maria, de moeder van Jezus. Ik denk dat zij dat kon. Ontvangen, ja zeggen op wat het leven haar bracht. Van protestantse afkomst ben ik niet met Maria opgegroeid. Ik ben zelfs een beetje antiMaria-verering opgevoed. Maar mijn kijk op haar is veranderd. Veranderd van een zoet beeld, naar een dappere, innerlijk sterke vrouw die het aandurfde om tegen haar omgeving in een weg van kracht te gaan. Zij gaf zich volledig aan het leven over zoals dat tot haar kwam, Zonder eigenbelang zei ze ja. Ze nam haar plaats in met kracht, waarvan zij wist dat die kracht niet van haar zelf was, die maar van God. Dat zij dat kind van haar los kon laten, om zijn roeping te vinden en hem te volgen, terwijl zij als moeder als geen ander zijn menselijke kanten kende. En kon zien hoe God in door deze jongen zijn boodschap in de wereld bracht. Ik vind het ook een mooie gedachte – al is het misschien psychologie van de koude grond – dat de liefde en aandacht van Jezus voor mensen en voor God begonnen is met zijn opvoeding door zijn eigen liefdevolle moeder. Maria! Een bijzonder vrouw. Eigenlijk deed zij al wat Jezus hier tegen de mensen zegt dat zij moeten doen: het woord van God opnemen. In zich opnemen, niet als gedachte, maar zo dat dat woord tot daad wordt in het dagelijkse leven. Er is een reflexie over Maria van Bernardus van Clairvaux die Maria woorden in de mond legt: Ik citeer uit dat gebed van Maria: Uw woord geschiede aan Mij. Niet een woord dat uitgesproken wordt en vervliegt, maar een woord dat binnenkomt en blijft. Niet een woord dat met pen geschreven en onbeweeglijk is, maar een woord dat lichamelijk is en levend, een woord dat in de gedaante van een mens levend in mijn schoot wordt gedrukt. Sommigen, zegt men hebben Gods woord gehoord met hun oor, anderen hebben het met hun mond geproefd, maar ik hoop en bid u dat ik het Woord – u hebt het beloofd, in mijn schoot zal voelen. En dat het een persoon, een mens wordt lichamelijk in mijn lichaam. Dat prachtige gedicht van Bernardus van Clairvaux laat ons de geestelijke en spirituele kant van de opname van Gods in je leven, maar die poëtische taal gaat juist heel erg over de aardse lichamelijke concrete kant. Want of het nu over het woord gaat of over het brood: Om die concrete uitwerking in het leven is het begonnen: als de overgaven aan God geen praktische concrete vertaling van krijgt in de dagelijkse realiteit, dan gebeurt er niets. Maria nam het woord in zich op. Jezus nam het woord op zich met zijn leven en hij geeft dat leven, geeft zichzelf, als brood aan ons. Voedsel voor onze ziel die verlangt naar liefde en verbinding. Voedsel waar wijzelf leven aan krijgen, maar vooral ook om dat om kunnen zetten in daden. Van liefde, van broeder- en zusterschap. In daden van rechtvaardigheid.

Dat is wat Jezus ons vandaag wil zeggen met dat beeld van het brood. Als wij straks bij de tafeldienst in stukje brood ontvangen, opeten en doorslikken, is het goed om te bedenken dat Hij zijn boodschap van Liefde in ons wil planten, opdat wij het in al onze cellen van ons lichaam opnemen. Zodat het ons de energie geeft om er het goede mee te doen in ons eigen leven en dat van anderen naar Zijn voorbeeld.