Luc. 1, 26 – 38
- Lezing
- Maleachi 3: 1 – 4
VOL VAN GENADE
Mensen van God, Afgelopen zondag, op de eerste van de Advent klonk een oproep van bemoediging: ‘Laten we zwanger zijn van hoop. Van hoop op nieuw leven’. In deze periode van reikhalzen uitzien naar toekomst, met Hem die ons Licht en onze Heiland is. Een oproep om een beweging in ons op gang te brengen en te houden. Een oefening in ontvankelijkheid, om open te komen voor de beweging van God uit, afdaling, intrek, menswording. Bewustwording altijd weer, van mijn, en onze, bereidheid en vertrouwen dat de Eeuwige mag en zal inbreken in ons leven. Want dát de Ene, onze God zich bemoeit met het leven van mensen, dat horen we in de Schrift, dat ervaren we soms even in ons eigen bestaan.
In zijn bemoeizorg zendt God zendt engelen en profeten. Maleachi is zo iemand. Zijn naam betekent ‘mijn boodschapper’. Hij boodschapt zelf ook over een bode van God, de engel van het verbond. Deze zal komen om dat verbond van God en mensen opnieuw in het hart te laten klinken. Hij spreekt dan met indringende woorden over uitzuiveren, louteren. Het kan een pijnlijk proces zijn, in het eigen hart te kijken. Je doen en laten tegen het licht te houden, het licht van verbond met de Ene. Zo zul je doen, zegt de profeet, met het oog op toekomst, met Hem. Een beweging in mensen, zelfonderzoek, reflectie. In de verwachting van die beweging van God uit, die komt om recht te doen, die recht zal maken wat krom is. Die de zon van de gerechtigheid laat opgaan.
De evangelist Lucas heeft weet van die boodschappers van God. Hij weeft zijn getuigenis, over die ‘zonne er gerechtigheid’, over die ‘Davids Zoon, lang verwacht…….’ Hij vertelt: de engel Gabriël daalt af, van dichtbij God, en treedt binnen in de intimiteit van mensen op weg met elkaar. Deze engel kondigt nieuw leven aan aan Zacharias en Elisabeth. Hij heeft een boodschap van genade en vreugde voor Maria. Over toekomst gaat het, nieuw leven, perspectief en hoop, in het donker van de tijd, in de zorgen en moeite van het menselijk bestaan. In alle tijden en op alle plaatsen klinkt deze belofte. Een verhaal dat we zo goed kennen, dat zo veelvuldig in de kunst is verbeeld. Een verhaal dat blijft raken: over God die mensen nodig heeft, in relatie wil komen. Met mensen die ja zeggen op dat verbond. ‘Hij die ons in zijn dienstwerk heeft gewild, die het gewaagd heeft onze hand te vragen’, zo zingt een lied. Het is een waagstuk, over en weer, de uitkomst is niet gegarandeerd. Maar de vraag is gesteld, de uitnodiging gedaan. In het diepe verlangen dat de liefde wordt beantwoord. Zo gebeurt hier tussen Gabriel en Maria. Ontzagwekkend, groots en eenvoudig tegelijk. Wees gegroet, jij begenadigde, jij mens van God.
En wees niet bang. 365x komt dit zinnetje voor in de Bijbel, dat heeft iemand uitgezocht. Om elke dag te horen: Wees niet bang. Wees niet bang wanneer er een streep gaat door je plannen en dromen. Wees niet bang wanneer je moet loslaten. Wees niet bang wanner je het niet meer weet, geen controle, niets in handen. Wees niet bang, want de heer is met je. Je bent niet alleen.
Het bijzondere van Maria is dat ze haar bevreesdheid onder ogen ziet. Want natuurlijk is er die reactie van vrees en beven en ontzag, als je die beweging vanuit de Hoge ervaart, een stem, een aanvoelen, een inslag waardoor je tot staan wordt gebracht, wordt weggetrokken uit je alledaagse werkelijkheid en voortgaan. Maria ziet haar bevreesdheid onder ogen, loopt er niet voor weg, maar blijft staan en luistert. Overweegt in zichzelf en neemt in zich op dat er verandering komt, in haar en door haar. Dat zij in al haar eenvoud geroepen wordt om in dat dienstwerk van de Ene mee te doen, te dragen, letterlijk toekomst te dragen. Stilstaan, reflectie, onderscheiden: als dit van God is, als het leven gaat stromen…
Ze ervaart en aanvaardt dat bij God niets onmogelijk is. Zoals Sara heeft ervaren, Rebekka en Hanna, en nu haar nicht Elisabeth. De heilsgeschiedenis van God werkt door mensen heen. Niet op hun eigen kracht, maar altijd in dat samenspel van verbond tussen God en mensen.
Dan gebeurt het in Maria dat ze ja zegt. Ja, ik wil de Heer. Laat met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Gelovig en moedig. Ze gaat in op het inbreken vanuit de Hoge. Daarom is ze een rolmodel geworden voor alle gelovigen, en prijzen haar alle geslachten: omdat ze open is gekomen, zich ontvankelijk heeft gemaakt, voor de stem van God. Omdat ze geluisterd heeft en door geluisterd, toen haar eigen plannen werden opengebroken. In de weg die zij verder gaat, met en naast het kind, dat opgroeit tot man van God, is zij een voorbeeld van dat samenspel van verbond tussen God en mensen.
Mogen we met Maria oefenen in ontvankelijkheid, en openkomen voor Zijn beweging in ons en door ons. Oefenen in ja zeggen op zijn licht en liefde. Zo dat God kan bemoeien en het leven kan stromen en het licht en de vrede en de liefde in ons kan openbreken.