Joh. 1, 1 – 18

Leonie van Straaten
Lezing
Jesaja 52, 7-10

Vreugdebodes!

Hoe welkom is de vreugdebode: hij of zij meldt vrede en verkondigt God als koning. Als God koning is, dan heersen liefde en trouw. Dan heersen gerechtigheid en barmhartigheid: wat een vreugde! Het evangelie is inderdaad een blijden boodschap. De vreugde die we vierden in deze kerstnacht, mag nu verder indalen.

Want in deze nacht is een kind geboren. In een stal: kwetsbaar en weerloos. Zo is Gods woord, wil Lucas ons vertellen. Zo is God met ons. Maar dit woord is wel ‘van in den beginne’ vertelt Johannes ons vandaag. De vreugde van deze nacht rust op het levendmakende, scheppende woord van God waarmee alles begon. Dit scheppingswoord daalt in, in de Mensenzoon. En Johannes beschrijft dit in een mystiek gedicht, want in gewone taal is het onbeschrijfelijk. God sprak en het gebeurde, woord en daad zijn één bij God. Niet onbelangrijk hierbij is dat er in het Grieks staat dat de logos gebeurt. Door ‘logos’ te schrijven richt Johannes zich ook tot de Grieken in zijn tijd en daarmee vertelt hij aan ons dat deze geboorte voor alle mensen gebeurt. Zoals door de profeten is aangekondigd: een lichtmens die betekenis heeft tot aan het uiteinde van de aarde.

Dit uit God geboren woord komt in de duisternis, maar die duisternis kan het niet aan. Ik dacht altijd dat Johannes ons duidelijk wilde maken dat wij die in het duister leven, het licht van Godswege niet verdragen. Maar nu las ik iets opmerkelijks: de duisternis heeft het licht niet overweldigt. Natuurlijk, zo kun je het lezen en zo wil ik het ook graag lezen. Het licht is sterker. Maar toch: in zijn eigen huis, de joodse gemeenschap, is het licht niet erkend. Het is door anderen opgenomen. Hierin horen we het conflict in de tijd waarin de evangelisten leefden tussen de religieuze joden en de jonge christenbeweging die bestond uit joden en heidenen.

Hoe moeilijk is het om wat en wie van Godswege op onze weg komt, te herkennen en te erkennen? De realiteit van toen is een spiegel voor ons nu: we zijn zo vertrouwd met onze eigen kerken en geloofsgemeenschappen, dat het voor ons ook niet gemakkelijk is om te herkennen waar God gebeurt, geboren wordt in onze dagen. We zitten vol beelden en patronen. Maar vandaag worden we opengemaakt door het ingedaalde en geboren woord, dat lééft. Want Gods licht is vlees geworden, het is menselijk nabij. De heerlijkheid van Gods trouw door lijden en dood heen, is in Hem gezien. In wezen kan ik dit alleen maar zien als Gods tederheid, dat die zo tussen ons in aanwezig komt. God breekt in met zachte kracht.

Jezus Christus is geboren, heeft geleefd, is gekruisigd, gestorven en opgestaan. Vandaag vieren we dit hele verhaal van ‘God met ons’. Gods verlangen is niet meer ondergronds, zoals Tineke op de vierde zondag van de Advent overwogen heeft. Nee, vandaag vieren we het helemaal: Hij die is en er zijn zal, is geboren! Daarvoor mogen we danken, loven en eren. En daarin worden wij wakker geschud voor ons eigen verlangen. Want we kennen de duisternis, in deze lockdown zijn er veel zorgen, er is eenzaamheid. De vreugde is soms ver te zoeken. Dan is het troostend dat Johannes voor ons getuige is en in ons wekt: welk woord wil nu van Godswege geboren worden in ons? “Wees niet bang, mensenkind. ‘God met ons’ gebeurt, vandaag, morgen, van ‘in den beginne’.”

Wees niet bang: ook jij bent een geboren lichtdrager! Of, zoals Oosterhuis dicht: ‘Lichtman, schud mijn schouders los, blaas mijn ogen aan. Lichtvrouw, dans mijn heupen los, waai me oren aan.’ Hoe welkom zijn wij, als vreugdebodes, met open ogen en oren, losgeschudde en dansende getuigen van het licht!

Van harte een zalig kerstfeest!