Mat. 2, 1 – 12

Petra Speelman
Lezing
Jesaja 60: 1 - 6

ZIE WAT IS

Mensen van God, Over Licht gaat het vandaag, over het Licht zien, en vanuit dat zien vervolgens in beweging komen. Aan het begin van dit nieuwe jaar, en in deze Kersttijd, vandaag op het feest van Epifanie, de verschijning, het openbaar worden van Jezus Christus. Zijn licht dat geboren is en steeds opnieuw geboren wordt, juist in het donker van de tijd, in het donker van ons leven. Dat verlangen naar licht, de belofte van God uit én de ervaring van verlichting is van alle tijden! We horen het in de profetie van Jesaja: ‘Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de Eeuwige. Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties, maar over jou schijnt de Heer, zijn luister is boven jou zichtbaar’.

Jesaja spoort ons aan: Zie, dwars tegen het donker van de tijd in! Een woord, een belofte, een ervaring, die in de hele Bijbel doorklinkt, die het geloof van Israël draagt en waarin wij christenen worden betrokken. Van in den beginne is er dit woord: er zij licht. Die oerkracht, scheppingsbeginsel, God die in het donker, in de chaos licht laat schijnen, opdat er leven is. Die in verbond wil en kan bestaan met mensen die dit licht opnemen en doordragen. In Jezus gaat opnieuw een licht op voor de wereld, dat belijdt de kerk van eeuwen. Het Woord is vlees geworden, God verschijnt in een mensenkind, en Hij geeft ons leven betekenis, maakt het helder en zinvol.

Jesaja gaat verder: ‘Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van je schijnsel’. Dat Licht is er niet alleen voor Jeruzalem, voor Israël, maar dat licht is er ten behoeve van de wereld, tot aan de uiteinden van de aarde. Dat vraagt ook om verantwoordelijkheid, om dat licht licht te houden, om in dat verbond van God te blijven, om je steeds opnieuw te bekeren en te bewegen naar dat licht toe.

De volken die optrekken om dat licht van godswege te zien. Door de evangelist Mattheus worden zij opgevoerd in zijn wordingsverhaal van Jezus Christus. Als wijzen, ‘magoi’, geleerden in astrologie en geneeskunde. Magiërs zijn het, schrijft Matteus. Wijzen. Mensen die zien wat iedereen ziet….. en toch…. datzelfde anders zien. In de loop van de eeuwen, in de volkstraditie zijn zij koningen geworden, op basis van die woorden van Jesaja. Sinds de 9de eeuw hebben ze ook namen gekregen: Caspar, Melchior, Baltasar. Vertrouwde figuren in de kerststal. Ze hebben altijd tot de verbeelding

van mensen gesproken, wellicht juist vanwege hun geheimzinnige verschijning, en ook weer verdwijning, in dit verhaal. (Nico ter Linden) Voor Mattheus zijn er maar 2 koningen in zijn verhaal: Herodes, en deze nieuwgeboren koning! Mattheus spoort ons aan: zie. Let op wat hier gebeurt! Deze magiërs, mensen uit de volken, zijn op weg gegaan vanwege een schijnsel aan het uitspansel, een ster met een bijzondere betekenis: een nieuw begin, een nieuwe koning…. Ze zijn naar Jeruzalem gegaan. Natuurlijk. Mattheus kan niet, wil niet om Jeruzalem heen. Maar: daar stuiten ze op koning Herodes. Een wrede heerser, die er niet voor terugschrikt om zijn eigen zonen om te brengen, zo bang is hij dat ze hem van de troon zullen stoten. Met geweld houdt hij zijn macht in handen. Angst regeert. En waar mensen bang zijn wordt hun blik vertroebeld, zien ze niet meer, en raken ze gesloten voor verandering en hoop. Herodes en Jeruzalem onder zijn schrikbewind staan symbool voor mensenmacht en machtsmisbruik, van alle tijden. Zowel op politiek terrein als op godsdienstig vlak. Zij blijven doof voor het nieuwe dat God in mensen wil beginnen, doof voor het verlangen naar licht en verlichting in het donkere leven van eenvoudige mensen. Ze weten waarschijnlijk niet eens wie die eenvoudige kwetsbare mensen zijn. Ver weg in hun ivoren toren zitten ze, in hun regeringswijk, in hun bewaakte compound, in hun welvarende land. We kunnen hen aanwijzen ook in onze tijd. Maar die krachten zijn niet alleen buiten ons. Hoe is dat eigenlijk in mij, in ons? Durf ik te zien? Durf ik los te laten van mijn zekerheid, en open te komen voor iets dat ik niet ken, te luisteren naar de roep van armen, om gerechtigheid?

De reactie van Herodes en heel Jeruzalem is opvallend. Ze schrikken van de vraag naar de nieuwe koning. De Schriftgeleerden, geroepen om het bericht van de wijzen te staven, bevestigen inderdaad. Maar schokkend genoeg komen zij totaal niet in beweging om te gaan zien waar die koning is geboren. Davids zoon langverwacht. Ze durven niet, ze willen niet. Pijnlijk voor Matteus dat zijn geloofsgenoten zich afwenden. De enige die wil bewegen is Herodes. Huichelend stuurt hij de wijzen op weg, opdat ook hij die nieuwe koning hulde kan brengen. Niet dus, in het geloofsverhaal van Mattheus laat hij zijn soldaten straks naar Bethlehem gaan om dat nieuwe leven in de kiem te smoren. Zo bang is hij voor verandering, bang om macht en aanzien te verliezen. Een vooruitblik, zo zal blijken. In het leven van de volwassen Jezus zal alles gedaan worden om deze Lichtmens om te brengen, het Licht van godswege uit te doven.

De wijzen komen wel meteen in beweging, ze trekken weg uit Jeruzalem, verder, en worden opnieuw geleid door een ster, tot waar het kind is. Met buitengewoon grote vreugde worden zij vervuld. De hemel wijst hen de juiste weg.

Ze vinden dan het kind en zijn moeder, en zien hier dan eindelijk, dit nieuwe begin, toekomst, Gods aanwezigheid in het mensenbestaan. Een totaal ander koningschap. Deze wijzen laten zich raken door dit kind van Licht, net als de herders dat al eerder hebben gedaan. Ze komen open voor het visioen van vrede, de belofte van nieuw leven, van licht in het donker van het leven.

Ze brengen hun geschenken, passend bij een koning: goud, in alle tijden symbool van aanzien en prestige. Wierook, geurend symbool van overgave en van het gebed dat opstijgt naar de hemel. En mirre…. geurige olie waarmee wordt gezalfd, En waarmee doden worden gebalsemd. Ook hiermee werpt Mattheus een blik vooruit: het is van meet af aan duidelijk dat de weg van dit koningskind ook een moeizame weg van lijden zal zijn.

In een droom gewaarschuwd om niet meer naar Herodes te gaan, keren ze langs een andere weg naar huis terug. Ook hun leven komt in een ander licht te staan, net als voor ieder die dit teken van God uit, dit teken van Licht ziet en verstaat, en in beweging komt. Het brengt je op een andere weg dan waarlangs je gekomen bent. Een nieuwe richting, die je nog niet had bedacht. Blijkbaar kan dat gebeuren, in de ontmoeting met Jezus.

Over Licht gaat het vandaag, over het Licht zien, en over in beweging komen. Naar het Licht toe en dan meedragend op je weg verder. Zo mag het ook gaan met ons, mensen die leven in dat licht van Kerstmis. Dat wij durven zien wat is, dat wij ons laten raken door Jezus, Licht voor de wereld. Dat wij dat begin van vrede, van licht kunnen opnemen, in onszelf, in het leven met elkaar, met het oog op de wereld. Mogen we in die beweging gaan. Amen