Joh. 1, 19 – 34

Leonie van Straaten
Lezing
Jesaja

In water, geest en vuur evenbeeld zijn en worden!

Op dit feest van de doop des Heren horen we twee dienaren die geroepen zijn om te getuigen: Jesaja en Johannes. Zij getuigen over een lichtmens, die volledig anders leiding zal geven dan in de lijn lag van de wereldse en religieuze leiders, volledig anders dan verwacht werd. Deze lichtmens is een dienaar die Gods hand vasthoudt. Want dat is wel de voorwaarde om een lichtmens te zijn: dat je Gods hand vasthoudt. Deze lichtmens wordt geroepen en gezonden, met een flinke opdracht. Want hij wordt ondergedompeld in water, maar dat kunnen we ook verstaan als chaos, de realiteit van het duister van deze wereld. Ondergedompeld en hij komt weer boven water, hij stijgt boven de chaos uit. Johannes getuigt hoe precies dan, op dat moment van boven water komen, de Geest op hem rust als een duif: zo wordt openbaar dat deze lichtmens de Zoon van God is. Gedoopt in water, in geest en in vuur: wat zou dit nu voor ons kunnen betekenen, vroeg ik me af – wij zijn immers gedoopte mensen?

In water gedoopt, dat betekent in ieder geval dat we zijn schoongewassen, een heldere blik hebben en transparant zijn. Zo nodig een stap van bekering ondergaan, om het kwaad wat van ons is afgewassen ook werkelijk los te laten. Om te worden wie je bent, en dat vraagt dat je weet wie je niet bent. Johannes weet dat heel goed: hij is niet de Messias, maar degene die zorg draagt voor Gods openbaring. Weten wie je bent: ben jij een licht, een stem, een wegwijzer, een eerste of juist een tweede man of vrouw? Het is kostbaar als jij jouw plaats inneemt, als ik mijn plaats inneem, niet meer en niet minder: weten wat wij waard zijn, hoe wij geroepen en bestemd zijn. In water gedoopt om op stevige grond te staan: iedere unieke mens is nodig en daarom is het essentieel dat we blijven zorg dragen voor onze grond, dat we het fundament van geloof en vertrouwen onderhouden, ontwikkelen en verdiepen.

In Geest gedoopt wil zeggen dat wij aangeblazen en gevleugeld zijn. De duif rustte op hem, getuigt Johannes: dat is het teken van Gods Geest en verwijst naar vrede en zachtmoedigheid. Als we schoongewassen zijn, kan er iets nieuws op ons neerdalen, dan is er ruimte en openheid. Wat op ons neerdaalt overstijgt de menselijke maat. De Geest is wind in de rug, de vaart komt in het leven. We mogen bidden om heilige Geest over onze toekomst hier ter plaatse, de toekomst voor de aarde, voor het nieuwe kabinet: dat er vaart in komt.

In vuur gedoopt: dat maakt dat we leven met een heilig vuur, enthousiast en bewogen zijn. Maar dat is ook riskant. Want we zijn in vuur gedoopt om gelouterd het kwaad te weerstaan. De Geest blaast ons aan, het vuur is aards: we staan met beide benen op de grond en ook wel eens in de modder. Het doopsel dat wij ondergaan zet ons in de

spanning tussen goed en kwaad aan de zijde van het goede. Aan die zijde, waar we beseffen dat we geliefd en gekend zijn. Dat is nodig, want alleen op grond van de liefde en de kennis van het hart kunnen we het kwaad weerstaan, er tegenin leven.

Gedoopt in water, Geest en vuur: zo kunnen we worden wie we zijn, wie we bedoeld zijn. Word wie je bent is de leefregel van deze tijd vanuit het feest van Kerstmis, het feest van openbaring. Lees maar op de interne site, wat Mariek vanuit ’t Verdiep ons hierover aanreikt: een leefregel en tekst om op te kauwen. Dankzij de openbaring van de Liefde in Jezus Christus worden wij getuigen van licht, mits we Gods hand vasthouden – ons geliefd en gekend weten. Het is het einde van de kersttijd en op grond van zijn en onze doop zijn wij nu aan zet. Zo goed als God zijn, die God die ongekend en onzichtbaar blijft, maar in Jezus is veel te zien, zo niet: alles. En wij mogen evenbeeld zijn van deze onzichtbare Aanwezige: geroepen om barmhartig, waar, liefdevol en trouw te zijn. God kennen en jezelf, jezelf laten kennen aan de ander: we zijn onderweg om elkaar dieper te leren kennen – in de verschillen. En elkaar te leren zien als ‘geboren lichtdragers’.