Joh. 12, 12 – 10
- Lezing
- Genesis 22: 1-18
Waartoe komt hij ons bevrijden?
Een gevoel van opwinding als wij in de straten kijken:
Een man op een ezel
Een opgewonden menigte, die Hem begroet als koning,
deze zoon van David.
Ja, dat is Hij!
En dan toch die vreemde spanning
die ons overvalt, als we ernaar kijken.
Er wringt iets.
Zoon van David, die komt bevrijden! Bevrijden waarvan? Ja, dat is nu juist de vraag! Bevrijden van alles wat mijn autonomie, mijn ik aantast? Of : Bevrijden van alles wat mij verhindert om mij te kunnen toevertrouwen Waarvan, waartoe wil ik eigenlijk worden bevrijd?
Daartoe wordt ons vandaag een oud verhaal gegeven.
God roept Abraham
Abraham antwoordt: Hier ben ik.
Zo begint de weg van bevrijding:
Hier ben ik! Beschikbaar, open voor de vraag.
Abraham gaat die weg, vandaag samen met zijn zoon Izaäk.
Een weg van bevrijding?
Dat moet nog maar blijken!
Abraham hoort :
Hij zou zijn zoon moeten offeren, doden.
Waartoe? Om zijn gehoorzaamheid te tonen?
Blinde gehoorzaamheid?
Het kan toch niet waar zijn?
Het zal toch niet?
‘Waar is het lam om te offeren’ vraagt Izaäk
Abraham antwoordt: ‘God zal voorzien.’
Abraham houdt het open.
Maakt alles gereed voor het offer, dat wel!.
Het zal toch niet?
En dan is er die stem van de engel
Nee zo niet, geen offer ten dode. Maar wat vraagt God dan wel? God vraagt Abraham zijn zoon niet voor zichzelf te houden! (Naardense vertaling), hem niet vast te houden. Het gaat hier dus om bevrijding! Izaäk moet zijn eigen weg kunnen gaan met God en Abraham moet dat vertrouwen, zijn zoon toevertrouwen.
Vrij worden: Van niemand bezit zijn, niemand bezitten én aan God toebehoren: Hier ben ik.
Als geen ander gaat de Mensenzoon deze weg
van bevrijding.
Volkomen vrij en aan God toebehorend.
een onverbrekelijke verbinding.
Als een koning wordt Hij toegejuicht.
Hooggespannen zijn de verwachtingen.
Volkomen vrij , aan God toebehorend
komt hij om te bevrijden.
Maar: Zo anders dan gedacht.
Wie zal het die menigte kwalijk nemen,
overheerst als ze zijn door de Romeinen.
Maar toch: Ze zien niet wie Hij werkelijk is
waartoe Hij bevrijdt: Een van het ik bevrijd bestaan!
Eén enkelvoudige beweging van liefde
Ontvang wie je bent; word wat je ontvangt.
Als een koning wordt Hij begroet
De mensen spreiden hun mantels voor Hem uit
Zwaaien met palmtakken
Hosannah Gezegend Hij die komt in de Naam van de Heer.
En toch : er wringt iets.
Hij zit op een ezelsveulen
niet op een paard, hoog verheven, als een koning.
maar een ezel, bedoeld om een last te dragen.
Het rijdier van de zachtmoedige,
de nederige van hart, teken van vredelievendheid.
Het lijkt aan de mensen voorbij te gaan
dat zijn macht gepaard gaat met weerloosheid:
Machtige machteloze,
Gebrandmerkt door liefde als Hij is.
Liefde, die louter waagt zichzelf te geven.
Kunnen we dat verdragen
dat samengaan van macht en weerloosheid
van macht en kwetsbaarheid?
Kunnen we dat verdragen
op het moment dat wij zelf ten onder gaan?
Anderen ten onder zien gaan
aan machten die dwingen?
Machten, die onze autonomie bedreigen?
Ja zeker: Deze Mensenzoon heeft alles gedaan
om de heersende machten een spiegel voor te houden.
Hij heeft de confrontatie met hen bepaald niet ontweken.
Integendeel!
Ook nu is Hij een doorn in hun oog,
Hij die binnen rijdt als een koning.
Het volk dat juicht, in Hem is gaan geloven
vanwege de wonderen die Hij deed.
Maar zie: Een koning op een ezel: Hij weigert die macht over te nemen Hij weigert heerser te worden, te bezitten, te bepalen, oorlog te voeren Geen macht tegen macht. Ook al zou hij die strijd winnen, en hij heeft alles in huis om dat te doen, Hij zou zijn bestemming verloren hebben: Want : Drager van Gods beeld is Hij. De wereldlijke en religieuze macht kijkt toe Tandenknarsend! Meer dan ooit vast besloten Hem te doden.
En later zal ook het volk dat nu staat te juichen er blijk van geven niet overweg te kunnen met zijn weerloze liefde, zijn zelfbewuste nederigheid Kijkend in de spiegel van hun eigen onmacht zullen ze niet begrijpen, dat Hij juist daarin, in die onmacht, die kwetsbaarheid aan hun zijde staat. Ja, ook het volk zal zich, teleurgesteld, tegen Hem keren.
Ja het wringt, als hij zo wordt toegejuicht!
Want: De eerbied voor deze koning op een ezel,
blijkt voorwaardelijk.
Ook wij stonden met palmtakken in onze handen. maakten en gebaar van eerbied voor zijn Aangezicht. Maar nee: Wij willen Hem niet opsluiten in onze verwachtingen, om ons dan teleurgesteld van Hem af te keren.
We willen bij Hem blijven!
Bij Hem blijven op de weg die Hij moet gaan
die bevrijdende weg van zelveloosheid, van overgave.
Bij Hem blijven om te mogen zien
hoe Hij liefde én lijden bijeen houdt
op zijn weg door de diepte
zijn doortocht, die een weg zal openen naar Leven.
Werkelijk Leven!