Joh. 14, 23 – 29

Annet van Straaten
Lezing
Joël 2, 29, 21 - 27

‘Een navelstreng met de Vader’

Waarom Jezus, vertel jij dit aan ons en niet aan de wereld?

Waarom zitten wíj hier in deze kapel te luisteren naar een blijde boodschap en niet de hele wereld?

Ik weet het niet, zegt Jezus. Mijn Vader heeft jullie blijkbaar op enig moment aangesproken door een vriend, een geestelijk begeleider, een website, die jou in beweging bracht om naar Bergeijk te gaan. En hoe het toen verder ging, dat weet ieder van jullie zelf wel.

Ik weet alleen maar van mijn eigen weg, zegt Jezus. Hoe Ik door de Vader wordt bewogen om te doen wat ik doe. Ik sta in een vreemde, directe verbinding met hem waardoor ik hem altijd hoor zeggen wat me te doen staat. Ik noem dat een vreemde verbinding, omdat het niet over de dagelijkse, aardse zaken gaat. Terwijl ik wel in de wereld ben natuurlijk, ook nu hier met jullie, in dit tafelgesprek.

Voor mij is het geen vreemde verbinding, zegt Jezus. Integendeel, het is mijn meest nabije, dierbare contact. Het is mijn navelstreng met mijn Vader. Hij voedt me voortdurend en wij zijn één met elkaar. Maar ik kan het bijna niet uitleggen, want het is onzichtbaar, maar het is wel zo.

Ik kan er niet genoeg over vertellen aan jullie. Ik wou dat jullie dit zouden kennen. Het is alles anders maken. Er zou een grote ontspanning over de wereld komen. Alle narigheid zou verdwijnen, alles zou in vrede zijn, als iedereen zo’n navelstreng zouden hebben.

Iedereen heeft die navelstreng, maar voor velen is die nog dicht, afgesloten. Jullie, zegt Jezus, zijn door mij geopend, dus met jullie kan ik hierover praten. Bij jullie komt het binnen. Ook al begrijp je het niet, je wéét dat Ik van de Vader leef en door hem wordt gevoed, wordt geleid. Jullie ervaren mijn vrede en houden daar zóveel van als ik van mijn Vader houd, mijn leven-gever.

Ik heb nog maar weinig tijd om jullie hierover te vertellen. Het moment dat ik er niet meer zal zijn voor jullie, komt dichterbij. De tijd dringt. Ik wil jullie overbrengen, dat je niet verweest achterblijft. Wees daar niet bang voor. Want mijn Vader is er ook voor jullie. Hij is ook jullie Vader. Ook als ik er niet meer ben, zijn jullie niet alleen. De Vader zal er altijd zijn. En, omdat ik van mijn Vader ben, zal ik daar altijd ín zijn. En zullen wij dus weer samenzijn, ook al ben ik er straks niet meer.

Het doet jullie nu verdriet dat we afscheid moeten nemen. Maar het zal geweldig zijn. Want dat ik weg zal gaan, maakt jullie open voor de Vader. Jullie navelstreng zal er verder door opengaan. Dat gebeurt nu niet, omdat ik er nog ben en jullie nu van mij leven. Maar wat je straks zult merken is, dat je van binnen gevoed zult worden. Net zoals de Vader binnen in mij leeft. En daarin zullen wij weer samen zijn, jullie en ik.

Hoe dat zal gebeuren? Jullie hebben mij leren kennen. Wij hebben de Liefde geleefd, het leven gevierd. Dat gaat nooit meer weg uit jullie. En dat zal maken dat je blijft verlangen om opnieuw zó het leven te proeven. Die Geestdrift zal jullie gaande houden. Dus verheug je maar en wees gerust.