Luc. 13, 22 – 30

Petra Speelman
Lezing
Jesaja 66: 18 - 21

ALSOF HET VAN JOU AFHANGT

Mensen van God, Het zal je maar bezighouden! De mens die met Jezus oploopt moét het vragen! ‘Heer, zijn het er weinig die worden gered?’ In die tijd was dat een gespreksonderwerp onder joden, geleerden en gewone gelovigen. Een thema met het oog op de eindtijd die aanstaande was, zo was de verwachting. De vraag veronderstelt dat het aantal klein is, en joods. Wellicht wil hij het standpunt van Jezus hierin kennen.

Zijn het er weinig die worden gered? En ben ik daar dan bij? Zit ik goed, ben ik goed genoeg? Ik was onlangs bij een oude heer, die in zijn laatste dagen om een gesprek vroeg. Het hield hem bezig, zo met zijn levenseinde voor ogen, hoe dat zou zijn, oog in oog met de Schepper. Hij was bezig met balans opmaken en daarbij speelde die verantwoording voor God, zo zei hij, een rol. Ik was niet altijd op de juiste weg, zei hij. We konden samen bidden en open leggen wat er was geweest aan kracht en zwakte, aan falen en tekort ook. En vragen om nabijheid en genade. Ik hoorde afgelopen vrijdag dat hij was heengegaan en dat hij ons gesprek zo fijn had gevonden.

Gered worden, uit het Grieks kun je ook vertalen: leven ontvangen…. Midden in het leven, onderweg met de Heer, en met een gemeenschap van gelovigen kunnen we die vraag wellicht zo verstaan: Heer, hoe kan ik dat leven ontvangen? Hoe kan ik deelhebben aan die bevrijdende werking van God de Vader? En thuiskomen?

Jezus is wars van aantallen en inperking. In zijn antwoord trekt Hij die belevingswereld van zijn toehoorders open en neemt Hij ook ons mee op de weg van geloof en leven. Hij gebruikt het beeld van de Heer die zijn huis openstelt, en maaltijd houdt, verbeelding van het koninkrijk van God. Het is een spannend beeld: mensen kunnen ingaan en uitgaan, er is een binnen en er is een buiten. Er is een deur die open staat, maar die ook gesloten wordt en dan ook gesloten blijft..

‘Span je in om binnen te gaan door de smalle deur’, zo roept Jezus op. De deur is open, en vraagt om focus, om gerichtheid van hart, hoofd en handen, om daar door heen binnen te gaan. Je moet er wel moeite voor doen. Wat is dan dat ‘doen’? Een aanwijzing daarvoor vinden we een eindje verder in zijn verhaal, waar de Heer des huizes tegen mensen buiten zegt, met een woord uit de Psalmen (6:9):

‘ga weg, werkers van ongerechtigheid’. Om binnen te komen is het dus belangrijk om gerechtigheid te doen. Dat smalle spoor om in het huis te geraken, dat kun je gaan met daden van gerechtigheid, met het oog op dat huis van de Heer, het koninkrijk van God. ‘Leef zo alsof alles van jou afhangt. En vertrouw tegelijk zo op God alsof alles van Hem afhangt’, leert Ignatius van Loyola. Het zijn niet alleen mijn goede werken waarmee het koninkrijk wordt gebouwd, maar de Heer kan mij, kan ons wel gebruiken.

En het is onvoldoende om te zeggen: we hebben toch met u gegeten en gedronken, we hebben toch uw onderricht gehoord? We weten toch wie u bent? Tja, maar wanneer je daar niets van hebt opgestoken, wanneer je daar niets mee doet, dan zegt toch de Heer des huizes: ‘Ik ken je niet’. Dat wil zeggen: er is geen relatie opgebouwd, er is geen verbinding ontstaan. Mijn meelopen, mijn tobben en wat navelstaren; hoor ik er wel bij, ben ik wel goed genoeg? Dat zet geen zoden aan de dijk, dat is vruchteloos. Het gaat om mijn presentie, om mijn toewijding aan de goede zaak, de zaak van God. Die keuze maak je elke dag, is actueel in het hier en nu. En het is vervolgens van geen enkel belang of ik nu jood ben, of christen… wanneer het ontbreekt aan dat doen van gerechtigheid, word je buiten gegooid. Dan geldt geen voorspraak van de aartsvaders of profeten.

In het laatste deel van zijn verhaal zet Jezus de deur ver open. Ze zullen komen, zegt Hij, uit alle windrichtingen. En zij zullen mee aanliggen aan tafel in dat koninkrijk van God. We horen de eerste lezing mee resoneren: Jesaja die zijn visioen deelt, van volken die toestromen, van broeders en zusters die weer verzameld worden vanuit de verstrooiing. Al die mensen die zich willen richten naar de Ene, als kostbaarheden worden ze opgedragen naar de heilige berg. ‘Wie mag bestijgen de berg van de Heer?’ Zingt een andere psalm (24) : Die rein is van handen en zuiver van hart. Die zijn ziel aan valsheid niet biedt.

‘Heer, zijn het er weinig die gered worden?’ We worden uit de benauwdheid getrokken die die vraag met zich mee kan brengen. Het gaat immers altijd om leven krijgen, om bevrijd worden. Leven in de verbinding, met Jezus, met de Eeuwige God, met de diepste bron in jezelf die leven geeft, met de gemeenschap van mensen van goede wil. En om ons gelovig engagement wordt gevraagd, om in de wereld te staan en te handelen met het oog op vrede, gerechtigheid, heelheid.

Mogen we zo op weg gaan, met Hem. Met die bemoediging van Ignatius: ‘Leef zo alsof alles van jou afhangt. En vertrouw tegelijk zo op God alsof alles van Hem afhangt’.