Luc. 17, 11 – 19

Leonie van Straaten
Lezing
2 Koningen 5 : 14 – 17

Een overweging in twee delen

Deel 1.

Huidziekte. Isolement.

In beweging komen. Een reis maken.

Je moet er wel iets voor doen.

Niets moeilijks. Maar wel uit je gewone doen.

Onderdompelen. Vertrouwen.

De openheid voor ontmoeting.

Danken.

Maar wie?

De genezer, de profeet?

Wie??

De genezer. Er is maar één God.

Danken.

Eenmalig? Met geld en geschenken?

Nee, zo niet, want de profeet kent zijn plaats.

De profeet geeft om niet. Hij is zo geroepen.

Danken.

Ja, levenslang. De bron van alle leven.

Maar dan ook op de aarde van het land van de Enige,

grond om op te kunnen danken.

De grond waarop je staat is heilige grond.

Naäman is niet de eerste, niet de enige.

Deel 2 Isolement. Wij kennen dit verhaal. Naäman en Elia. Dat liep goed af. Wij zijn met een groep, 10 in totaal, onrein en onaanraakbaar. Tien, als in een volk. Ik ben een van dit volk, we zijn opgesloten in ons eigen systeem. In onze eigen omgangsvormen. Zo gaat dat bij ons. Maar gelukkig zijn we niet. We kunnen ons niet vrij bewegen. Er is geen verbinding met anderen. Geen openheid voor anderen. In ons kun je al die volkeren herkennen, die opgesloten leven in hun eigen systeem. Al die ego’s die elkaar bevestigen, de macht van de onmacht. Zo onrein. We weten het, maar kunnen het zelf niet doorbreken. Ik vertel ons verhaal.

Wij hoorden veel over Jezus, zoeken hem op. We zien hem, op zijn reis naar Jeruzalem. We schreeuwen het uit, om de afstand vanuit ons isolement te overbruggen. We verlangen naar ontmoeting, verbinding: we roepen om ontferming. Er is ook een vreemdeling bij ons, uit Samaria. Nou ja, vooruit maar. Abraham was ook een vreemdeling, en eerlijk is eerlijk: ik voel me soms ook een vreemdeling. Laten we dan voor elkaar genadig zijn, dat is het minste wat we kunnen doen.

Wat zegt hij? Ga naar de priester? Maar, we zijn nog onrein? Wij verlangen naar genezing. Hij raakt ons niet aan, dat hadden we gehoopt. Maar ja, nogal logisch. Melaats als we zijn. We kunnen pas naar de priester als we genezen zijn. Dan kan die het bevestigen. Zo zijn de regels, zo is ons systeem, daar houden wij ons aan – dat is ons houvast.

We praten er over. Kom op, zegt de vreemdeling. We moeten gaan, hij zegt het toch? Het is niet moeilijk, we kunnen lopen. We gaan en onderweg gebeurt het. We volgen elkaar, we vertrouwen op de vreemdeling in ons midden, we laten ons meenemen in een soort van nieuw…. Ja, wat is het eigenlijk? Een doortocht? Vertrouwen? Ja! Er groeit onderweg een nieuw vertrouwen, we worden vrij, we raken in verbinding, we kijken om ons heen met nieuwe ogen. En zo komen we bij de priester en die, die hoeft het alleen maar te bevestigen. We zijn rein, aanraakbaar! We bedanken de priester en zo is het goed. We juichen en lachen, vallen elkaar om de hals. Onmiddellijk daarna rent de een na de ander weg, naar zijn vrienden, zijn familie. We mogen weer opgenomen worden in het leven. Wat een geluk!

Maar toch, eind goed, al goed? Een van ons blijft staan, verbaasd en diep verwonderd. Het is de vreemdeling in ons midden. Hij wil ons nog iets zeggen, maar we zijn al weg. Hij is bezorgd over ons, dat we te snel weer in onze oude patronen zullen vervallen, opnieuw onaanraakbaar worden. Maar we luisteren niet. Er zit niets anders op, hij is alleen en keert terug naar de plaats waar de genezing begon. De plaats waar we in beweging werden gebracht, op weg gezet naar vertrouwen. Naar Jezus, die de weg voor ons opende. Daar wordt hij door ontroering overmand en buigt diep, in ontzag voor wat hem is overkomen door Jezus. Door Jezus? Later hoor ik nog dat Jezus het daar niet mee eens was. Want hij zou gezegd hebben: uw vertrouwen is uw redding. Toen werd het mij ook nog veel duidelijker: onderweg, met

vertrouwen, worden wij vrij en schoon. Dat kan een mens, een volk, overkomen. Bevrijd van ego’s, bevrijd van vastgelopen patronen. In verbinding met de Bron van leven, op weg gezet om ten diepste verbonden te raken. Dan ontvang je nieuw leven, als opgestane, opgewekte mensen. Dat is ons perspectief. Onderweg, kan het ons overkomen.