Luc. 19, 1 – 10
- Lezing
- Wijsheid 11,23- 12,2
Zien en gezien worden
In de jaren dat wij met ons gezin in Duitsland woonden, was onze oudste zoon op de leeftijd van de eerste communie. En werd ik betrokken bij de communievoorbereiding. Zo maakte ik kennis met een katechesemethode die gebruikt maakt van symbolen en werkt via de zintuigen – heel geschikt voor kinderen, maar ook zeker voor volwassenen is mijn ervaring. In die katechese voor de eerste communievoorbereiding staat het verhaal dat wij vandaag horen over Zacheüs centraal. Een verhaal over ‘zien en gezien worden’, over de relatie met Jezus. De titel van die methode is ‘Vandaag nog moet ik bij jou te gast zijn’. Vandaag, op deze zondag, wil Jezus ook bij ons te gast zijn: als wij hier rond deze tafel communiceren, ontvangen wij hem bij ons thuis, internaliseren we hem. Dat heeft verregaande consequenties, want als wij hem, dit mensgeworden woord van God, eten en verteren dan kan het niet anders dan dat we ook naar dit woord gaan leven. Over dit engagement, deze relatie met het woord van God, gaan de verhalen vandaag.
Want in het evangelie gebeurt wijsheid. We horen de wijsheid vertellen dat God ruimte schenkt, opdat de mens in zichzelf tot inkeer kan komen. Zacheüs staat in die ruimte. We horen in wijsheid dat Gods geest in allen woont en zo ruimte schept voor innerlijke beweging. Zacheüs laat die goddelijke geest in zich werken. En wijsheid verhaalt dat God betrokken is op iedere mens en alles wat leeft: God ontfermt zich, spaart alles en heeft alles lief. Zacheüs zoekt en vindt deze grenzeloze liefde in Jezus. Een ontroerende, vreugdevolle boodschap!
Maar het is niet onbelangrijk om de context van die blijde boodschap erbij te betrekken. Jezus is onderweg naar Jeruzalem en voor de leerlingen blijkt het vrijwel onmogelijk om hem te begrijpen. Maar een blinde wordt, vlak voor dit verhaal, door Jezus genezen en hij begrijpt Jezus’ bestemming blijkbaar wel. Zacheüs is oppertollenaar, een hoogstaand en een eenzaam mens, waarschijnlijk niet geheel zuiver op de graad. Een beetje zoals die blinde. Hij ziet niet, is klein van stuk en dat roept dan al snel op dat hij blind is door zijn kleinmenselijkheid. Hij werkt samen met de Romeinen, die de macht hebben. Kleine mannen zoeken vaker een compensatie voor hun lengte in macht, dat zien we in de wereldgeschiedenis tot op vandaag. Zacheüs is belastinginner en int teveel geld, doet onrecht aan mensen die van hem afhankelijk zijn. Helaas is er ook tot op vandaag nog heel wat mis bij belastinginners in ons land. We hoeven maar aan de toeslagenaffaire te denken… Niet geheel zuiver op de graad, en dat terwijl zijn naam ‘zuivere’ betekent. De ontmoeting met Jezus brengt hem tot inkeer en ommekeer: hij gaat zijn naam en dus zijn bestemming leven.
Het is misschien niet zo moeilijk om ons te herkennen in Zacheüs. Wie verlangt er niet naar zuiverheid, wie kent niet het eigen tekortschieten onderweg in het leven? Wie verlangt er niet naar wijsheid en naar de werking van de geest? Zacheüs is het overkomen en hij werd ruimhartig: hij vergoedde viervoudig aan wie hij teveel had gevraagd, dat is volgens de Romeinse wet maar niet vanzelfsprekend om dit met terugwerkende kracht te doen. Die ruimhartigheid kan ook ons overkomen na een proces van inkeer en ommekeer. Herkenbaar in alle menselijkheid.
Maar misschien is het moeilijker om ons in te leven in Jezus: wie waagt zich daaraan? Waag ik het met Gods ogen naar jullie te kijken? Ook als het niet helemaal soepel loopt? Juist dit waagstuk brengt me bij het bijzondere in deze ontmoeting: het is een ontmoeting vol beweging en wederzijdsheid. Want de ontmoeting met Jezus ontstaat uit een wederzijds zoeken: Zacheüs zoekt en wil Jezus zien, Jezus is gekomen om te zoeken en te redden. Zacheüs gaat zien, Jezus ziet. Zacheüs heeft een verlangen, Jezus verlangt naar hem als zuivere mens.
Vanuit die wederzijdsheid kunnen we misschien iets beter inleven in Jezus. Hij kijkt verder dan het zichtbare, hij ziet de kern van deze mens want hij ziet met ogen van liefde, met Gods ogen. Jezus gaat bij Zacheüs naar binnen, in zijn huis en in zijn leven, op een wijze die zuiverend en helend werkt: Zacheüs wordt door en tijdens dit bezoek schoon gewassen. Maar Jezus geeft geen opdracht tot een andere bezigheid: hij hoeft zijn beroep niet aan de wilgen te hangen. De omkeer leidt wel tot een heel andere werkwijze binnen dit beroep: Zacheüs gebruikt zijn rijkdom om goed te doen. Zo beweegt de goddelijke geest in hem. Het wordt een wederzijdse ontmoeting die nieuw leven schenkt.
Deze ontmoeting waarin heelheid en goedheid wordt gewekt, brengt me terug bij de maaltijd, waaraan wij ook vandaag mogen deelnemen. Dit mensgeworden woord verteren impliceert dat wij zoeken naar wie verloren loopt, dat wij kijken met ogen van liefde, dat wij niet blijven hangen op onze eerste indruk over iemand maar bij iemand naar binnengaan, benieuwd zijn naar die totaal andere mens en doordringen tot de kern, de bestemming. Dat is het avontuur wat Zacheüs meemaakt en dat ook ons wordt aangeboden.