Mat. 17, 1 – 9
- Lezing
- Exodus 24: 12-18
Leerling zijn om lijden op weg naar Pasen te leren dragen
Het kunstwerk links op de achterwand heeft als titel ‘De val’. Het geheel is grijzig, grijs gemaakte krantenfoto’s en het kruis is daarin opgelicht. Het duurde even voordat ik het zag: het kruis bestaat uit krantenfoto’s – het is het kruis van onze tijd. Hier en daar is een tekst uitgelicht: ‘Zes maanden oorlog’ en ‘Alles is kapot’ en ‘Onzichtbaar in Afghanistan’. De ondertitel die de kunstenaar hierbij geeft is: ‘Het leed van de wereld is te zwaar om te dragen’. En ik zie: Christus bezwijkt onder het kruis van onze tijd.
Hoe verhoudt zich het lijden in onze tijd tot de topervaringen van Mozes en Jezus, die we vandaag horen? Die vraag werd in mij opgeroepen tijdens het overwegen van de teksten en het aanschouwen van de kunstwerken in onze kapel.
Matteüs vertelt ons over het visioen dat de leerlingen overkwam, zes dagen nadat Jezus met hen over zijn lijdensweg had gesproken. Hij wist hoe zijn weg zou gaan, het was onontkoombaar en hij was daarin realistisch, als we Matteüs mogen geloven. Op het kunstwerk lezen ze ‘Zes maanden oorlog’ – dat is inmiddels twaalf maanden en het einde is nog niet in zicht…
Op de zevende dag, de dag van verrijzenis, licht en nieuw leven, neemt Jezus de leerlingen mee de berg op. Die zevende dag is in Oekraïne nog niet aangebroken. Op de berg ervaren Petrus, Johannes en Jacobus de hoogte en de grootsheid van wie Jezus in wezen is. Deze drie leerlingen zijn de intimi van Jezus en hij neemt hen mee de berg op, omdat ze deze ervaring nodig hebben om later de diepte van het lijden te kunnen dragen. In crisis, in de diepte van menselijk lijden is dit houvast aan ‘topervaringen’ van wezenlijk belang. Om niet te bezwijken, om staande te blijven in wat je overkomt. Zouden de mensen in Oekraïne, in Rusland, in Turkije, Syrië en Afghanistan dergelijke topervaringen meedragen om nu staande te blijven in wat hen overkomt? Een visioen, een droom een perspectief dat in het lijden houvast biedt om niet te bezwijken? Wij hier kunnen enkel bidden dat mensen die in onze wereld nu ernstig lijden gedragen worden.
De leerlingen zien een stralend licht. Het is een openbaring, een epifanie; in het verhaal zijn elementen uit de boeken Exodus en Daniël te lezen. Mozes, die op de zevende dag op de Sinaï de wolk binnengaat en in Gods aanwezigheid verkeert. Ook hij keert stralend terug. Hij is opgetild, hoger gestegen dan de 70 oudsten en het volk, om te ervaren dat God nabij is, trouw is. Zo dichtbij God is niemand anders in het Oude Testament geweest. Mozes heeft deze ervaring nodig om de leider te kunnen zijn die het volk verder kan leiden naar het beloofde land. En Jezus is biddend in Gods aanwezigheid: de leerlingen zien wie hij is en hoe hij bedoeld is. Zien soms even, noemt Huub Oosterhuis dit. En
inderdaad, soms zie je iemand stralen en zie je als in een flits, hoe iemand bedoeld is. Dat is prachtig.
Prachtig, ja, maar ook huiveringwekkend. De Israëlieten zien enkel een verterend vuur… En de leerlingen zien Jezus in gesprek met Mozes en Elia. Jezus, de nieuwe Mozes, draagt het hele eerste verbond van Wet en profeten in zich mee. En hij heeft zoals Mozes en Elia een bijzonder levenseinde. Van Mozes is nooit een graf gevonden en Elia is ten hemel gevaren, vertellen de geschriften. Petrus spreekt namens de leerlingen uit dat er drie hutten gebouwd moeten worden. Dat herinnert ons aan het Loofhuttenfeest, waarop de vreugde van God gevierd wordt. Maar het voorstel heeft ook een andere kant: menselijkerwijs willen wij topervaringen graag vasthouden. Het voorstel wordt echter overruled door een stem uit de wolk die herhaald wat is gehoord bij de doop van Jezus in de Jordaan: Dit is mijn geliefde Zoon. En daarmee vervalt de noodzaak om een hut, een tent of een tempel te bouwen: God is liefde en in deze liefde woont Jezus, hij belichaamt deze en ieder die bij Hem blijft, zal in die liefde wonen. Toch voegt de stem er nu iets aan toe, wat bij de doop nog niet geklonken heeft: Luister naar Hem! Dit is cruciaal, om die liefde werkelijk op aarde te laten wonen – dat wij luisteren.
Maar waarom dan aan het einde die wonderlijke opdracht om te zwijgen over wat zij meemaakten op de berg? De ervaring van licht en liefde is prachtig en daarover wil je spreken, getuigen van Gods grote daden. Maar die ervaring staat niet op zichzelf. Maar ons thema is ‘Lijden op weg naar Pasen’ en hoewel we liever met lichtervaringen leven, is het lijden een grote realiteit. We mogen niet met de lichtervaringen op de loop gaan. Het zwijgen is nodig omdat we dit lijden niet uit de weg mogen gaan, het is immers te zwaar om te dragen – zegt de kunstenaar. Wij kunnen en mogen onze ogen niet sluiten voor wat gaande is.
Hier rechter kunstwerk heeft als titel ‘Troost’ en toont ons Veronica bij Jezus. Leerling zijn is dan ook: de ander nabij blijven, de hand reiken als deze dreigt te bezwijken. En de ander dat is ook de aarde, die dreigt te bezwijken. De hand reiken, al is het door een opschoondag. Leerling zijn is de weg ten einde gaan: zien wat is, het licht en de liefde in ons dragen om dat wat is te kunnen dragen en verdragen. Mogen we dit leerling zijn onderweg naar Pasen inoefenen.