Joh. 20, 19 – 31

Petra Speelman
Lezing
Genesis 8: 6 - 16

EEN NIEUWE DAG

Mensen van God, Temidden van de chaos breekt nieuw leven door, nieuwe schepping, een weg om te gaan… Dat heeft met levenskracht van doen, dat heeft met God van doen, dat heeft met Jezus de Christus van doen! Zo belijden christenen van alle tijden die krachtige ervaring van Pasen, in de Paasnacht wanneer bij het doopwater wordt gebeden dat in ons die doortocht opnieuw mag gebeuren: door het water van de grote vloed, door het water van de Rietzee en de Jordaan, door alles wat doodt en doods maakt heen.

Temidden van de chaos breekt het nieuwe leven door. In onze wereld, in ons leven klinkt opnieuw deze belofte. Het versterkt ons verlangen en nodigt uit om tot ervaring te komen. En daar waar we twijfelen, of zonder houvast ronddolen wordt ons uit de Schrift een hand gereikt, een woord.

Een van die grote geloofsverhalen klinkt vandaag, over Noach, de rechtvaardige. Een mens naar Gods hart. De mensheid was bezig met haar eigen zaken, was losgeraakt van haar roeping om voor de aarde en voor elkaar te zorgen. En leefde zo haar eigen ondergang tegemoet. ‘De aarde stond op bederven’, horen we in Het Lied van de Aarde, van Huub Oosterhuis. Toen en nu….

Zo niet Noach. Hij bleef doen wat de Ene van hem vroeg, dwars tegen alle hoongelach in van omstanders. Toen er nog niets aan de hand leek met de verwoesting van de aarde luisterde hij en werkte gestaag aan redding. Niet zien en toch geloven. Zo ging Noach zijn weg. Het water kwam, alles en iedereen werd verzwolgen. Een verschrikkelijk drama, waarover ook andere culturen schrijven in hun verhalen over de oertijd. Natuurgeweld. De vertellers van het grote verhaal van God met mensen hebben beleefd dat God ook hiermee van doen had, er bij was en niet losliet wat zijn hand ooit begonnen was. God bleef nabij bij Noach en de zijnen. De Geestesadem van God liet het water terugkeren naar haar eigen plaats, zo dat de droog werd. Een beweging van God uit naar zijn schepping, een nieuwe kans voor mens en dier. Met een zending: ga uit de ark, en leef. Nieuwe schepping, als nieuw.

Temidden van grote chaos breekt nieuw leven door. We horen Johannes vertellen, getuigen, over de gebeurtenissen rondom de leerlingen van Jezus. In enkele verzen, en naar het lijkt in een kort tijdsbestek, verkondigt hij de geloofsontwikkeling van de leerlingen van Jezus. Hoe ze van wanhopige en wankele mensen, worden tot apostelen, weer stevig in hun schoenen komen te staan en tot geloof

komen in opstanding, geloof dat er nieuw leven mogelijk is, dat het verhaal van Jezus van Nazareth doorgaat, in hen!

Dat begint in de geslotenheid van hun kamer en van hun hart. Weliswaar bij elkaar maar vooral bevangen door angst en schaamte, verwarring en verdriet, teleurstelling, op de avond van die eerste dag, na die ontgoochelende dagen daarvoor... Het is van alle tijden: dat je hart op slot kan raken, gevangen in je eigen tekort, je pijn.

Terwijl al die deuren gesloten zijn, komt Jezus. Hij breekt in, een beweging van God uit, opnieuw. Enorm troostend voor elk gewond hart!

‘Vrede’, zegt Hij. Een eenvoudige groet, dit keer geladen met balsem voor de ziel: vergeving, liefde, genade. Hij toont zijn handen en zijde, de wonden daarin. Deze kwetsuren, deze dood, hem aangedaan in de chaos van de wereldmacht, ze hebben niet het laatste woord. Jezus is de Verrezene, en God heeft Hem mét zijn wonden aan het Licht getild. Getransformeerd. Nog aanwezig, maar het Leven is sterker dan elke dood.

Vrede zegt Hij nogmaals. Nu worden jullie gezonden. Hij blaast op hen, ontvang Heilige Geest. Jezus blaast nieuw leven in. Pasen en Pinksteren op 1 dag! In die Heilige Geest kan er vergeving geschieden, zonden kwijtgescholden. Wat zwaar drukte op je hart, kan worden losgemaakt, vrij worden. Vergeving aan de ander, en vergeving van jezelf. Zonder oordeel worden.

Het leerproces gaat verder, de inoefening van dit Paasmysterie, in de geloofsleerlingen van alle tijden, want voor hen, voor ons getuigt Johannes. Opdat je gelooft in Jezus de Christus en leven hebt.

Thomas leert ons geloven voorbij het redeneren en vastgrijpen. Zijn naam betekent tweeling. Er is een dubbelheid binnenin hem, misschien is hij model voor elke mens, hij wil geloven én hij verlangt naar tastbaar bewijs. Het getuigenis van de anderen is blijkbaar te zwak voor hem. Hij wil de wonden aanraken, en dwars door de wonden heen ervaren dat er inderdaad een nieuw leven opengaat.

Dan, op de achtste dag, schrijft Johannes: de achtste dag is een dag buiten onze agenda. Het is de dag van God, de dag van voltooiing. Dan komt de Verrezen Heer opnieuw. Het raakt me dat Jezus de gelegenheid geeft om zijn wonden aan te raken. Hij veroordeelt Thomas niet om zijn kritische houding, maar brengt hem erdoorheen tot inzicht. Kijk de wonden aan, loop er niet omheen of voor weg. Voel, ga er doorheen en laat je openbreken voor dat geheim van de weg die zich dan opent. Niet maakbaar, maar om in vertrouwen en verlangen te verwachten. In Thomas gebeurt dit dan. Opengebroken ben ik. Hij belijdt: Mijn Heer, mijn God! Hij laat de beweging van God uit, toe.

Temidden van grote chaos breekt nieuw leven door. De vreugde van Pasen. Misschien eerst klein, in een duif met een olijftakje, in een enkele mens die troost ervaart. Maar onstuitbaar leven. Johannes nodigt zijn gemeente uit, nodigt ons uit, om mee te gaan in die beweging, mee te gaan met Christus Jezus, vol van Geestesadem

‘Een nieuw begin

met een open einde.

En dat wat was

zal in wat komt verdwijnen

Er zijn nieuwe woorden

Nieuwe wegen

Nieuwe kleuren

En een ander licht

Het is een nieuwe dag’ – We luisteren naar Stef Bos.

Mogen wij zo leven, in dit Licht van Pasen.