Mat. 23, 1 – 12
- Lezing
- Maleachi 1: 14b – 2b
Omwille van!
Bij de profeet Maleachi kunnen we herhaalde malen horen : Jullie zeggen… maar ik, de Heer zeg… Het boek staat daarmee voortdurend in een spanning waarbij de priesters ontrouw wordt verweten.De toon is dreigend omdat eerbied voor God ver te zoeken is. De afgelopen zondagen was eenzelfde spanning voelbaar tussen Jezus en de Farizeeën.
Jezus was voortdurend in gesprek met de religieuze leiders van zijn volk. Zijn woorden vonden geen enkele weerklank. In tegendeel : De toon werd steeds scherper. Van dialoog was er geen sprake. En : Ze poogden hem steeds opnieuw onderuit te halen. Ze gaven er geen enkele blijk van dat ze in blik in de spiegel zouden werpen, die Jezus hen voorhield. En als hij hun oneigenlijke vragen beantwoordde met een tegenvraag, dan gaven zij geen antwoord. Geen verbinding.
Jezus wendt zich van hen af en zal niet meer met hen spreken. Hij ziet geen mogelijkheid meer, geen enkele opening. Dat is de realiteit en wij kennen heden ten dage die realiteit. Geen mogelijkheid van verbinding tussen de een de ander, het ene volk tegenover het andere met zovele onschuldige mensen die daar slachtoffer van zijn. Jezus keert zich af en richt zich op de menigte en zijn leerlingen. Hij heeft zijn conclusies getrokken en die zijn uiterst scherp: De woorden van de kerkelijk leiders, ja zeker, daar moet naar worden geluisterd. Hun woorden vragen om gedaan te worden.
Hun nadruk op het onderhouden van de wet de Thora? Jazeker dat zijn bakens op de weg, die weg naar dat rijk van Gods menslievendheid. Maar! Maar hun handelen kan geen richtsnoer zijn. De woorden van de kerkelijk leiders komen niet overeen met wat zij zelf doen. Zeggen en doen ligt bij hen uiteen. Kortom: Onbetrouwbaar!
En daar blijft het niet bij. Het is nog erger. De kerkelijk leiders overvragen de mensen. Er is bij hen geen bewogenheid om die mensen die niet in staat zijn om te voldoen aan hun eisen. Gebrek aan empathie, vermogen om in te voelen in de situatie van de ander. Voor de kerkelijk leiders is de ander, het volk geen naaste. En: Hoe gevoelig zijn zij voor eigen eer, macht en aanzien. Zij hebben alleen zichzelf op het oog.
Daarmee zijn de kenmerken van goed en betrouwbaar leiderschap gegeven: Woorden die gedaan worden, bewogenheid, empathie, de naaste zijn, nederigheid, bevragen zeker, maar niet overvragen. Hier ontbreekt het aan bij de kerkelijk leiders waar Jezus mee van doen heeft. Zij hebben zich niet laten uitzuiveren. De beproevingen waar Jezus aan onderhevig was in de woestijn waar het ging om eigen eer, macht en aanzien, hebben zij niet doorstaan. De macht die zij hebben, konden ze niet dragen, heeft hen teruggeworpen op hun eigen ik.
Het is niet moeilijk om dat tot op de dag van vandaag als realiteit te herkennen in kerk en wereld. Maar hier en daar zijn mensen, hier en nu is er een synode waar oprecht wordt geluisterd, wegen gezocht van verbinding.
Kunnen wij zoals wij hier zitten naar de woorden van Jezus luisteren? Zouden wij een dergelijke confrontatie kunnen verdragen? Zouden wij kunnen ontkomen aan de neiging hebben om ons terug te trekken, gekwetst, want we doen toch zoveel goed?
Of ik kan luisteren? Dat hangt ervan af hoe ik die ander zie. Maar wat zie ik dan als ik naar Jezus kijk?
Ik zie een man die tot het uiterste gaat als het om waarheid en liefde gaat Ik zie dat hij deze twee bewegingen van waarheid en liefde bijeen houdt. Hij spreekt de niets ontziende waarheid omwille van de liefde. Hij staat daar en kan niet anders.
Ik zie dat hij woedend is omwille van! Omwille van mensen, weerloos en kwetsbaar die lijden onder wat anderen hen aandoen. Jezus bespaart hen zijn woede niet. Hij geeft alles, ook zijn woede, om hen te winnen.
En juist dat ‘omwille van’ is een criterium op grond waarvan ik kan luisteren hoe hard en pijnlijk dat ook is. Juist dan moeten we luisteren, de neiging weerstaan om ons te verdedigen, of ons terug te trekken of in de aanval te gaan Waar we worden geconfronteerd, door iemand die niet uit is op eigen belang, niet uit op eigen gelijk maar omwille van de ander, gemeenschap, Ja, dan mag ik hopen dat ik de moed heb in de spiegel kijken die mij wordt voorgehouden.
Want ook onze woorden komen lang niet altijd overeen met mijn doen en laten en ook wij zijn gevoelig voor aanzien en macht. Onze ikkigheid zit ook ons in de weg.
En juist dat ‘omwille van’ is overigens ook een criterium op grond waarvan ik soms moet spreken hoe pijnlijk dat ook kan zijn. Wij moeten durven confronteren, de moed hebben, ja omwille van.
Luisteren we verder naar de woorden van Jezus:Laat je geen Rabbi noemen, geen vader, geen leraar. Wie zichzelf verhoogt, zal vernederd worden. Niemand van ons heeft dus dé waarheid, dé macht, hét oordeel. Zoals wij hier allen zitten zijn wij in de eerste plaats broeders en zusters. Die broeder en zusterschap die slechts mogelijk is als er ruimte blijft tussen ons in voor de derde met kleine en hoofdletter.
Dat vraagt nederigheid. Gezag en verantwoordelijkheid dragen vraagt in de eerste plaats luisteren. Luisteren en gehoor geven aan die Stem in ons, tussen ons in! Luister en gehoor geven, de Geest volgen die ons leidt.
Mag het zo zijn.