Joh. 2, 13 – 25
- Lezing
- Ex. 20, 1-17
Beeldmeditatie door: Annet van Straaten
Gebruikte afbeeldingen:
- bij Exodus 20: ‘De Wet’ van Sieger Köder
- bij Joh. 2, ‘de tempelreiniging’ van Friedrich Peter.
Een bevrijdende wet
Wat zie ik? Mozes, staande tussen hemel en aarde, tussen zijn volk en God. Een laaiend vuur om hem heen. Zijn gezicht niet goed te zien, door een sluier van licht eroverheen. Licht dat uit die platen straalt, dat over zijn hoofd heen druipt. Die platen die hij hoog boven zijn hoofd opheft. Of neemt hij ze aan? Hij toont ze aan het volk: die regels, afkomstig van hun bevrijder, hun wegleider uit de verdrukking
Het volk kijkt van beneden uit, vanuit het donker naar Mozes op, die ver boven hen uittorent. Ze kijken met grote ogen, vol ontzag, maar ook bang, bevreesd. Vreze des Heren. Ze schermen hun ogen af, ze kunnen het licht niet aan. Het is te fel, te veel. Hun handen spreken mee: wélkom tien woorden! Zo welkom, we kunnen het niet zonder, we staan met lege handen. Sommigen buigen hun hoofd, bedekken het, keren in, laten dit gebeuren diep in zich doordringen.
Waar sta ik in dit verhaal?
EN DAN JEZUS Wat zie ik? Jezus, rechtsboven, met een zweep. Hij gaat tekeer, trapt een tafel om. Wat erop staat, vliegt alle kanten uit. En alles eromheen ook: de offerdieren, de handelaren. Hij jaagt ze de tempel uit. Oproerkraaier. Schender van de bestaande orde. Met welk recht? De hartstocht voor het huis van Zijn Vader dreef hem. Wanneer is er sprake van een profetische daad? Wanneer is het vandalisme, aantasting van waarden, extremisme?
De overlevering leerde hoe gerechtvaardigd Jezus’ opstand was. Aan de vruchten herken je de boom. Het kostte hem zijn leven, maar zijn boodschap leeft nog steeds.
Mozes leidde zijn volk uit de verdrukking naar bevrijding. De 10 geboden waren richtingwijzers, structuren, om als volk in vrijheid en vrede te kunnen leven. Jezus delfde deze boodschap van vrijheid weer op. Die was bedolven geraakt onder wetten en regels van machthebbers. Mensen waren weer in de verdrukking geraakt.
Ken ik verdrukking? Wat bevrijdt mij nu? Hoe geef ik daar ruimte aan?