Mc. 2, 23 – 3,6

Els Vis

JE BENT GEROEPEN OM VRIJ TE ZIJN

Een moeder meldt zich met haar dochtertje bij het loket van het zwembad, omdat het kind de vorige dag haar paarse opblaaskrokodil is vergeten. Het gevonden voorwerp staat in een hoek achter de zwembadmedewerker en het meisje wijst er enthousiast naar: gelukkig, hij is er nog! Zonder de moeder aan te kijken, schuift de medewerker een formulier onder het glas door dat zij aan beide zijden moet invullen. Mét hoofdletters! Daarna wordt haar meegedeeld dat ze de krokodil de volgende dag kan ophalen. “Maar hij staat daar,” zegt moeder. “Ja, hij staat daar,” herhaalt de medewerker en daarmee is de kous af.

In deze hilarische tv-commercial komt naar voren hoe een systeem – bedoeld om mensen te helpen – doel in plaats van middel wordt en daardoor mensen juist tegenwerkt. Maar óók hoe daarmee een situatie van machtsongelijkheid ontstaat. In het evangelieverhaal van vandaag speelt hetzelfde mechanisme.

Het draait om het systeem van religieuze wetten en specifiek om het gebod van de sabbat. De sabbat verwijst niet alleen naar de rustdag in het scheppingsverhaal, maar ook naar de uittocht uit Egypte, de bevrijding uit slavernij. Als je geen slaaf wilt zijn, dan is het goed om regelmatig afstand te nemen van waar je zo druk mee bent. Rust te nemen om stil te staan, dankbaar te zijn met wie en wat je hebt en even bevrijd te zijn van alles wat moet. Goed voor lichaam en geest.

Maar in de loop van de tijd wordt aan de sabbat een loden last aan voorschriften gehangen die het onderhouden ervan ingewikkeld en zwaar maken. De menselijke maat wordt uit het oog verloren. Dat is wat Jezus droevig maakt. De mensen zijn feitelijk opnieuw tot slaaf gemaakt. Jezus verzet zich hiertegen. Hij wil mensen bevrijden.

In Deuteronomium staat: “Bedenk dat u zelf slaaf was in Egypte totdat de HEER, uw God, u met sterke hand en opgeheven arm bevrijdde. Daarom heeft Hij u opgedragen de sabbat te houden.” God heeft het joodse volk met sterke hand bevrijd. De hand staat in de Bijbelse context dan ook symbool voor macht. Het is niet voor niets dat Jezus in dit verhaal een hand geneest. Jezus geeft macht aan de machtelozen. Hij bevrijdt ze van het juk dat hen is opgelegd. Hij zegt tegen de man “Kom naar voren.” In andere vertalingen staat dat hij de man vraagt in het midden te gaan staan. Dit is de essentie van het evangelie: zij die achteraan staan, moeten naar voren komen. Zij die niet gezien worden, moeten in het midden gaan staan. “De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat.”

Het open hart van Jezus tegenover het gesloten hart van de farizeeën. Het Hebreeuwse woord voor hart is ‘lev’, ons Nederlandse woord lef of durf. Hart hebben is lef hebben. Het getuigt van lef om als eenling op te staan tegen een onderdrukkend en machtig systeem. Zo ook het verhaal van Joop Hack. Hij werkte bij de Belastingdienst op de afdeling die bezwaren behandelt rond de kinderopvangtoeslag.

Op deze afdeling geldt de werkinstructie dat bezwaren van ouders in principe moeten worden afgewezen. Die werkinstructie is heilig. Maar Hack voelt er zich slecht bij: “Wat doen wij mensen in godsnaam aan?” vraagt hij zich af. Hij zoekt zaken wél echt uit als ouders bezwaar maken, omdat mensen in zijn ogen recht hebben op informatie. Alleen dan heb je een eerlijke rechtszaak.

Als hij een advocaat – die namens gedupeerde ouders optreedt – informatie verstrekt, weet hij dat interne regels overtreedt. Maar hij doet het toch. Het spoor leidt al snel naar hem. Hij wordt hij op non-actief gezet en beticht van ernstig plichtsverzuim. Mede door zijn actie wordt het toeslagenschandaal aan het licht gebracht. Tweede Kamerlid Farid Azarkan confronteert de staatssecretaris met het lot van Joop Hack in een emotionele oproep. “Deze man moet je als staatssecretaris uitnodigen, die moet je koesteren, die moet je liefhebben. Als je die persoon gaat straffen? Wat zeg je dan precies?” In het licht van het evangelie zeg je dan dat de Thora de wet is in plaats van een richtinggevend woord. Dan zeg je dat je hart gesloten is voor toepassing, interpretatie, de menselijke maat.

Zijn wij óók slaaf van een systeem? We handelen, veelal onbewust, volgens bepaalde conventies. We gaan mee in wat als algemeen gangbaar wordt beschouwd en zijn vaak veel minder autonoom dan we denken. Ons aanpassen aan onze omgeving brengt veiligheid. We kunnen ons verschuilen in het collectief. Dat is vooral een overlevingsstrategie. In de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld, werkte ongeveer vijf procent van de bevolking actief mee met de Duitsers, zo’n vijf procent was actief in of steunde het verzet. De overgrote meerderheid ging zo goed en zo kwaad als mogelijk door met het dagelijkse leven. Ze pasten zich aan de nieuwe situatie aan.

Pas als we ons bewust worden van een gevoel klem te zitten in een systeem waar we niet in wíllen zitten, doemt de vraag op of we gehóór geven aan onze innerlijke onrust, de stem van ons geweten, of dat we die negeren, omdat de rest er blijkbaar geen last van heeft. Je mond opendoen is een angstaanjagende ervaring. Het zet je apart van anderen, terwijl we diep van binnen zo graag erbij willen horen.

Degenen die zich niet conformeren – de gekken, de dwazen en einzelgängers – worden met argusogen bekeken en uit de groep gestoten. Zo vergaat het velen. Mensen als Joop Hack, klokkenluiders, mensenrechtenactivisten, onderzoeksjournalisten, kritische burgers. Tegen hen en tegen ons zegt Jezus: “Kom naar voren!” Laat je niet wegduwen door een verdrukkend systeem. Word geen slaaf van wat je door anderen wordt opgelegd.

Diversiteit en anders durven denken maken een systeem sterk. Dat geldt voor organisaties, dat geldt voor ons als gemeenschap. Maar ook voor ons land, voor Europa, voor onze wereld. Jezus roept op om waakzaam te blijven. De vijand is nooit ver weg en soms zelfs griezelig dichtbij.

Ieder mens is geroepen om vrij te zijn, niet om geknecht te worden. Zowel op het grote wereldtoneel, als ook in onszelf. Het is een oproep om na te blijven denken. In verbinding te blijven met je geweten, met je eigen kompas. Een wekelijkse rustdag – die ons wordt gegeven en niet opgelegd – biedt ons hiertoe een uitgelezen kans.