Mc. 7, 31 – 37

Leonie van Straaten
Lezing
Jesaja 35, 4 – 7a

Opnieuw in verbinding?

Het kan je overkomen dat je geen krant meer wilt lezen, geen journaal meer zien. Dat de ellende van de actualiteit je verdooft, letterlijk en figuurlijk. Dat je liever in de stilte verblijft, dan in de wereld van harde woorden en feiten. Je oren ervoor sluit. De wereld geeft dan aanleiding tot isolement. Maar ook op andere manieren worden we de eenzaamheid ingeleid. Ik hoorde deze week dat de eerste letters die kinderen in groep 4 op sommige scholen leren in deze weken, de ‘i’ en de ‘k’ zijn: ik. Met als thema voor deze eerste maand van het schooljaar: ‘ik en jij = wij’. Ik werd er wat verdrietig van. Want natuurlijk is het belangrijk om jezelf te ontdekken, maar het leven begint toch bij ‘wij’? We worden immers in relatie geboren. We ontvangen ons leven vanuit twee. Wat zou er gebeuren met volgende generaties als scholen die zo werken het thema zouden omdraaien naar ‘wij= jij en ik’? Misschien is het pedagogisch wel verantwoord wat ze doen, ik ben geen docent en daar kan ik geen uitspraak over doen. Maar toch knaagt het bij mij: het is toch wonderlijk hoe alles om het ‘ik’ wordt opgebouwd in onze samenleving. Wat is dan de boodschap die vreugde brengt vandaag? Dat wij steeds opnieuw in verbinding kunnen komen!

Want ook in de tijd van Jesaja waren mensen verdoofd door de actualiteit. De ballingschap dreigt en zal niet veel later definitief gebeuren. Juist in die dreiging houdt Jesaja het perspectief van Godswege open: houdt moed! Maar hij bemoedigt het volk met de belofte dat Gods wraak zal komen. Wie is er niet geschrokken toen dit werd voorgelezen vandaag? Het is moeilijk te verteren om aan God te denken als een wrekende God… Maar toch: soms moet er een macht gebroken worden en dat is altijd met het oog op redding. Terwijl in onze wereld de machten elkaar proberen te breken met het oog op de eigenmachtigheid. Dat is een heel ander verhaal. God breekt de dwingende macht met de zachte kracht van de liefde, met de heldere kracht van de waarheid. Denk maar aan het Magnificat, als Maria zingt dat de machtigen van hun troon gestoten zullen worden. Dat is niet romantisch, het is noodzakelijk omwille van een gezonde wereld. Er moet recht geschieden voor mensen die nu lijden, die nu in isolement verkeren. Jesaja en Maria profeteren en zingen tegen de stroom in: Gods liefde is sterker dan welke macht ook.

Jezus kent de profetie van Jesaja, hij leeft met profetische kracht en met de kracht van de heilige Geest. Hij zet de profetie van Jesaja in daden om! Vlak voor het verhaal dat we vandaag horen, geneest hij een ziek kind van een heidense moeder. En vandaag horen we hoe hij een heidense man geneest. Zo maakt Markus duidelijk dat het heil, heling en geluk, bedoeld is voor alle mensen – een bijzonder vreugdevol perspectief.

De genezingen vinden plaats in heidens gebied. Jezus trekt rond, heeft zijn thuisbasis verlaten – mede omdat hij niet begrepen wordt door zijn eigen mensen. Hij neemt afstand, verkondigt daar waar de goede boodschap wél ontvangen wordt.

De genezing zelf is een heel spektakel. De menigte vraagt Jezus om de doofstomme man de handen op te leggen – dat is een ritueel wat ze kennen. Maar Jezus gaat veel verder, het lijkt of hij beseft dat er binnen de menigte geen genezing mogelijk is. Want hij neemt de man apart – bijna zoals hij zelf ook apart is gaan staan van de menigte die zijn thuis is. Door de man apart te nemen, worden verziekte verhoudingen doorbroken. Jezus maakt dit keer niet veel woorden vuil aan de genezing, slechts één enkel woord en een zucht, een hele diepe zucht; is het geestesadem? Verder is het een fysiek en heel intiem gebeuren: er wordt gespuugd, de vingers worden in de oren gestopt. Het is een intimiteit tussen Jezus en de man, maar ook tussen hemel en aarde: Jezus slaat zijn ogen op. Het is een alles overstijgende intimiteit, die hier een nieuwe verbinding schept. Voor de man die in isolement is geraakt, is deze intimiteit een weldaad, weldoend: hij wordt erdoor genezen. Echte aandacht voor elkaar, haalt iemand uit het isolement. En dat is ook onze ervaring, vermoed ik – als je al wat ouder wordt heb je wel periodes gekend waarin je eenzaam was. En de echte aandacht, die de menselijke maat overstijgt, breekt dan iets open. Wat hard was, wordt weer zacht. Ogen kunnen weer zien, oren weer horen. Er gebeurt iets van een andere orde.

Dat ene woord van Jezus vraagt wel onze aandacht: effata, ga open voor het geheim van leven vanuit de Bron. De dove kan weer horen en hij is nu ook goed van de tongriem gesneden. En dan is er iets raars: de genezen man kan weer spreken, maar de omstanders moeten zwijgen van Jezus. Dat doen ze niet, ze zijn niet te houden en gaan helemaal los. Terwijl ze nog niet begrijpen wat er ten diepste gebeurt, zoals zijn eigen leerlingen het ook nog niet begrijpen… Dat vraagt veel meer tijd. Wat leert dit verhaal ons over ons spreken en zwijgen? Misschien wel het volgende: als wat ons is overkomen door een aanraking van Godswege niet volledig doorgedrongen is in ons hart en onze ziel, dan is het nog te vroeg om er over te spreken. Wij spreken wel graag over nieuwtjes, over sensationele ervaringen. Maar dat spreken blijft op een bepaalde laag steken. Als het niet door de stilte is gelouterd, is het te vroeg om er iets over te zeggen. We kunnen beter zwijgen, tot we kunnen spreken van de hoop die ermee gepaard gaat, tot we opengaan voor de ander of een ander weer in verbinding brengen met de Bron van leven.

We zoeken allemaal naar een levenswijze die dicht bij dit visioen is en bij de vreugde van geheeld leven, leven vanuit de Bron. Uit dat verlangen ontstond ooit een beweging die tot kerk zijn heeft geleid. Uit datzelfde verlangen ontstond ook deze gemeenschap. De verhalen van vandaag nodigen ons uit om mee te werken aan die beweging van getuigen, van leven vanuit de Bron. Dat is niet eenvoudig – maar ook niet onmogelijk. We ontvangen er hier vandaag ook weer de kracht voor. Laten we het daarom blijven wagen om verbond te maken!