Mc. 8, 27 – 35

Tineke Renkema
Lezing
Jesaja. 50, 4-9a

WIE IS HIJ

Wie is Hij toch? Via de verhalen volgen wij Hem op zijn weg om te weten wie Hij voor ons is. Hoe Hij leeft met God. Hoe wij kunnen leven met God.

Hij is onderweg met zijn leerlingen. Hij vraagt hen: wie zeggen de mensen dat ik ben? Een voorzichtige inleidende vraag naar wie Hij is, waartoe Hij is? Die vraag is voor de leerlingen nog goed te doen. Antwoorden die anderen geven op de vraag wie Hij is: Daar staat nog niet echt iets op het spel. Elia, Johannes de Doper, een van de andere profeten, zeggen de mensen. De mensen zien kennelijk in hem wat is geweest, oude vertrouwde namen uit het verleden, die weer oplichten. Maar ze zien niet het Hem eigene.

Jezus laat het daar niet bij. ‘En jullie, wie zeggen jullie dat ik ben?’ Wie ben ik in jullie ogen?

Allereerst: Wat doet zo’n vraag? Er zit spanning in die vraag. De vraag ‘wie ben ik’ is een vraag, een diep verlangen wellicht, om werkelijk gekend te worden door de ander, door diegene die met Hem onderweg zijn, Hem nabij zijn. Ken je mij? Wie ken je dan? Het gaat over een kennen dat liefde in zich draagt. Hem zo kennen, liefhebben, dat zij hem werkelijk zullen opnemen en dragen. Juist nu de spanning rondom Hem toeneemt, het erop aan gaat komen, nu Hij de weg naar Jeruzalem gaat.

En dwars door de eeuwen heen bereikt deze vraag ieder van ons. Wie is Hij voor mij, voor jou? Ik realiseerde me: Antwoord zoeken, antwoord geven op deze vraag is niet vrijblijvend. Het daagt ons uit om werkelijk met Hem te leven de weg van de liefde te gaan.

In de opeenvolgende fases van ons leven zal dat antwoord anders zijn. Wellicht is een van de antwoorden: Ik weet het niet. Een niet zomaar niet weten, maar Hem niet kunnen vastleggen, niet zozeer om de vraag te ontwijken maar om de ruimte open te houden. En dan toch woorden, opkomend in de stilte:

Hij is antwoord op Gods verlangen, zoekt zichzelf niet, valt niet op zichzelf terug, geeft zich. laat de ruimte altijd open tussen Hem en de ander. Heilige ruimte. Omwille van de liefde schuwt Hij de confrontatie niet. Gaat tot het uiterste om iemand te winnen. Voor Hem is de nacht niet het einde. In het volkomen duister zal Hij de verbinding bewaren. Deze mens : een plaats van God.

We horen het Petrus zeggen in één woord : U bent de Messias Jezus neemt daarna onmiddellijk het woord. Nu hij zich gekend weet, opent Hij hun de ogen voor wat Hem te wachten staat als zij werkelijk de weg met Hem willen gaan, bij Hem willen blijven. Als wij, ieder ons antwoord geven op wie Hij voor ons is, Ja, dan is dat niet vrijblijvend. Blijf ik bij hem?

Het is niet moeilijk Petrus te volgen in zijn dubbelhartigheid:Petrus die hem herkent en erkent als de Messias. Het is diezelfde Petrus die hem apart neemt. Het kan immers niet zo zijn, dat Jezus zal lijden, verworpen zal worden en gedood. Petrus kan zich niet met deze weg verbinden. Dat kan, mag en zal toch niet gebeuren?

Jezus herkent die stem in Petrus. Daar is hij weer: De grote beproever, die de waarheid spreekt, maar het is een waarheid zonder liefde Jezus herkent de beproever vanuit die eerdere ervaring in de woestijn, toen hij dreigde om te komen van de honger en de dorst. Jezus herkent die verleiding om zijn leven veilig te willen stellen, beseffend hoezeer hij zal lijden en zijn leven zal verliezen door toedoen van mensen.

Hij herkent die stem van de beproever die nu door Petrus heen klinkt. Hij weet, dat Hij als hij op deze stem ingaat, als de angst het wint Hij zijn bestemming zal verliezen, zal verliezen hoe Hij van Godswege bedoeld is: Hij zal in de liefde blijven staan, koste wat kost niet op zichzelf terugvallen, het vertrouwen niet opzeggen, omwille van God, omwille van mensen.

Hoe kan een mens dat volbrengen? Hoe kan een mens ertoe komen zijn leven niet te willen behouden, maar zichzelf te blijven geven? Dat kan in de mate dat wij de liefde hebben kunnen ontvangen, dat kan, als wij, zoals Hij, het wagen ons over te geven aan die stem die zegt: Jij bent mijn geliefde zoon, dochter ‘Ontvang wie je bent’, eer je kan groeien in het ‘worden wat je ontvangt’.

Wie is Jezus? Gods liefde helemaal opgenomen. In Hem ademt Gods Geest, die Geest van liefde en waarheid. Zo kan de wil van God samenvallen met zijn wil, in alles wat Hij doet.

Mag die Geest in ons ademen.