Lc. 15, 1 – 9 + 11 – 32

Leonie van Straaten
Lezing
2 Kronieken 36, 14 - 23

Opstaan

Bratislava, vrijdagavond een week geleden. Ik loop met een parochiaan van de oudkatholieke parochie van Bratislava naar het radio-concertgebouw, waar we naar een voorjaarsconcert gaan luisteren. We komen langs een plein waar gedemonstreerd wordt: ongeveer 20.000 mensen zijn op de been om stem te geven aan hen die geen stem meer hebben. Om op te staan voor mensenrechten. Dit gebeurt hier iedere twee weken. Na mijn reis hoor ik thuis over de protesten in Istanbul. Het verzet tegen de autocraten in de wereld krijgt langzaam vorm. Mijn reis en de actualiteit schudden mij wakker. Maar er is ook angst. Het vraagt moed om op te staan.

En midden in deze realiteit is het zondag laetare: verheug u! Ik draag roze: het wit van Pasen schijnt door het paars van de veertigdagentijd heen. Maar waarover kunnen wij ons verheugen?

We mogen ons verheugen dat er een grond is om op te staan, heilige grond. En dat wij daarin geworteld zijn. De grootste vreugde die ons vandaag overkomt is de trouw van God, in alles wat we meemaken. Dat vertellen ons de verhalen vandaag. Het slot van de twee boeken Kronieken is ook het slot van de Hebreeuwse Bijbel. Die eindigt dus met de boodschap dat God trouw is en dat het volk wordt uitgenodigd om terug te keren naar de heilige grond, naar de bron van leven en daar op die grond het leven en de tempel opnieuw op te bouwen. Voordat dit gebeurt verliest het volk alles en moet het door de ballingschap heen. Is de komst van die koning die hen wegvaagt werkelijk een straf van God? Vorige week vertelde Els in haar overweging op een prachtige wijze over hoe we mogen kijken naar die verhalen waarin de straf van God een rol speelt: in Gods grenzeloze liefde en trouw is geen ruimte voor straf. Dat past niet bij een liefhebbende God. Wat zegt dit nu over dit verhaal? Wat het volk hier overkomt, is het oordeel dat zij over zichzelf hebben afgeroepen. Zij hebben immers niet geluisterd naar de waarschuwingen die hen van Godswege zijn gegeven. Ze hebben er zelfs de spot mee gedreven. Van kwaad tot erger, totdat ze alles verloren waren.

Laten we eerlijk zijn: het is heel moeilijk om de waarschuwingen toe te laten die je in je leven krijgt. Hoe luisteren wij naar de tijd, de tekenen van de tijd? Het is al lastig om dit soort signalen in ons eigen leven toe te laten, laat staan ze op wereldniveau goed op te merken. En dan kan het je overkomen dat je alles verliest. Het is ook onze levenservaring dat je er in je leven tijden zijn dat je met lege handen staat. Precies die ervaringen openen ons voor de trouw van God en richten onze blik opnieuw op de Bron van leven. Dan kun je opnieuw verzameld worden. In de tekst die we horen staat 12x het woord ‘koning’

en 12x ‘de Ene’. Het getal 12 staat altijd naar het volk, de volkeren. Uiteindelijk worden ze het volk van de echte koning: de Ene. Het volk heeft wel veel tijd nodig om hier naartoe te groeien: 70 jaar ligt het land braak, totdat alle sabbatjaren die overgeslagen waren weer zijn ingehaald. De verbinding met de schepping zelf moet hersteld worden.

In Bratislava ontmoette ik veel mensen met lege handen, mensen die geen kansen krijgen om een toekomst op te bouwen, die er niet mogen zijn omdat ze een andere afkomst hebben, omdat ze een andere genderidentiteit hebben. En ik ontmoette christenen van allerlei achtergronden die opstaan voor mensenrechten en menswaardigheid. Zij spiegelen mij dat ik op een bepaalde manier lui ben: ik heb het wel goed en leef hier veilig. Dat geeft veel stof tot nadenken. Want hoe kan ik, kunnen wij het goed hebben als onze broeder, onze zuster het niet goed heeft? Als een deel van de wereldbevolking ernstig lijdt? Mijn verblijf in Bratislava doet me Jeremia iets beter begrijpen: de woede, de heilige onrust, het ongemak en de noodzaak om op te staan tegen onrecht – totdat er voor alle mensen vrede en gerechtigheid is… En daarbij wil ik blijven geloven en ook verkondigen dat God trouw is: we staan op heilige grond en God is er, dat is de naam.

Dit alles leidt me naar de vraag: waar sta ik voor op? Durf ik wel op te staan? De twee zonen uit de gelijkenis van Jezus laten ook zien hoe moeilijk het is om op te staan. De gelijkenis is een spiegel voor de Farizeeën en Schriftgeleerden met wie Jezus in gesprek is. Ze zijn in conflict, want ze nemen niet zomaar aan wat Jezus zegt. Beide zonen verliezen alles. De oudste beseft het niet echt. De jongste komt tot zichzelf, tot dat stil en diep geheim, dat ons leven in zich draagt. Hij herkent zijn wortels en staat op. Ja, soms moet je alles verliezen en tot op de bodem gaan om tot inkeer te komen en te veranderen. Hij keert terug en ontdekt dat de vader trouw is – niet als dienaar, maar als zoon wordt hij met open armen ontvangen. Dwars door zijn persoonlijke ballingschap heen overkomt hem dit. De jongen staat op en leeft, vindt liefde bij de vader, die een en al barmhartigheid is. Wat een vreugde!

De oudste zoon kan het niet verteren. Hij lijkt alles te hebben, maar is uiteindelijk de grote verliezer. Hij staat wel op, maar het is een opstand omwille van zichzelf. Hij wordt een buitenstaander. We weten niet hoe het verder gaat, hij kan toch nog tot inkeer gekomen zijn. Hij krijgt nog een kans van de vader: kom binnen, verbind je met ons! Die kans geeft Jezus ook aan de Schriftgeleerden en farizeeën, die kans geeft God aan ieder mens.

Die beide zonen: iets van hen zit in ieder van ons. Maar aan welke kant je nu in je leven ook zit, vandaag vieren we de vreugde van Gods trouw. En dan is de vraag aan ons of wij trouw zijn. Dat is een gewetensvraag met veel verschillende kleuren. Trouw aan onszelf, aan ons diepere zelf zoals we bedoeld zijn. Trouw aan wat ons in handen is gelegd door onze ouders, voorouders, leraren dichtbij en wereldwijd. Trouw aan de waarden, die het leven menswaardig en rechtvaardig maken. Trouw aan onze wortels. Als daarin Gods trouw op het spel staat, is het cruciaal dat we daarvoor opkomen. In opstand komen. Maar trouw is niet zomaar een opdracht. Want de oudste zoon is toch ook trouw? Ja,

maar hij vergeet de essentie en verliest de verbinding met de liefdevolle barmhartigheid van de vader: hij verhardt, verzuurt in zijn boosheid. Ondanks dat wordt de barmhartigheid nog steeds aangeboden.

De verhalen van vandaag vertellen ons, dat als we met legen handen staan mogen vertrouwen dat er iemand is die op ons wacht, dat we niet voorgoed verloren gaan en er een weg te gaan is. We worden vandaag uitgenodigd om de vreugde van deze trouw van God toe te laten. In dit licht zullen wij betrouwbare mensen worden, in woord en daad. Daarom zullen we aan het einde van de viering ook muziek laten klinken, want op zondag laetare wordt de veertigdagentijd kort onderbroken.

De vraag die is opgeroepen en die we mogen meenemen, wat ik persoonlijk in ieder geval doe is de volgende: waar sta ik voor op?