Mt. 3, 1 – 12
Eerste Lezing Jesaja 11, 1-10
Evangelie Matteüs 3, 1-12
Datum 7 december 2025, 2e zondag van Advent
Overweging Jan Renkema
Doolhof of labyrint? Bestaat er een wandeloverweging? Waarom gaan we niet naar buiten? Dan zouden we samen in een thema-viering achter elkaar kunnen lopen op de smalle paadjes hier op het kerkplein. Ons leven in deze wereld, dat is vaak een doolhof waarin wij verdwalen in alle wirwar van kronkelingen en doodlopende stukjes weg, en soms maar zo moeizaam de uitgang vinden. Maar wij, wij hier hebben buiten een labyrint. Een labyrint is anders. Dat is geen wirwar met doodlopend kronkelpaadjes. In een labyrint gaat het niet om de uitgang maar om de weg. In een labyrint loop je nooit verloren. Je volgt gewoon de doorlopende weg, met alle bochten mee. Eigenlijk is het een pad recht naar het centrum toe. En als je daar bent aangekomen, volg je de weg stap voor stap weer naar buiten. Je hoeft niet te zoeken, het gaat vanzelf. Het pad kent vele krommingen, maar de weg is alsmaar rechtdoor!
Je kunt ook zeggen: een labyrint betreden is de weg naar binnen gaan met je vragen, rond en rond en rond, steeds opnieuw. Tot in het midden, de leegte of tot in het centrum van je bestaan, en dan omkeren op de weg naar buiten naar je leven in de wereld. Waarom zouden we dat doen? Wat beweegt ons dan. Dat is ons verlangen naar de volheid van ons bestaan in de doolhof van ons leven, van de wereld.
In deze themadienst gaat het over ruimte voor verlangen. O, die prachtige tekst van Jesaja met het verlangen naar een goede toekomst voor iedereen. Volg het nieuws en hoor dan: ‘De wolf zal zich neerleggen bij het lam’. Kijk naar zorg voor de kinderen in onze wereld, en lees dan: ‘Een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang’. Ervaar de zwarte krachten in jezelf en hoor dan: ‘Niemand doet kwaad , niemand sticht onheil’. Hoe vinden we de uitgang in deze doolhof van alles wat ons zicht belemmert?
Johannes, die werd verscheurd door deze tegenstelling: het diepe verlangen en dan deze werkelijkheid. Johannes leefde zijn leven als in een woestijn, met die ervaring van leegte, van dorheid, van niet meer weten, niet meer zien. Juist daar in de woestijn krijgt hij zicht op zijn levensbestemming, krijgt hij een oproep:
Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.
Er is zoveel in dit evangelie, zoveel dat uitnodigt tot een eigen antwoord. Neem bijvoorbeeld ‘de weg van de Heer’. Is dat de weg voor de Heer? Of gaan wij uit de doolhof van ons leven op weg, op de weg die van de Heer is? Wij kunnen steeds een nieuw begin maken in ons leven om te wandelen op de weg waar Iemand voor ons uit loopt. Het is het ‘wandelen met God’. Daarvoor moeten we dan wel eerst de paden recht maken. Dus we
moeten ons wel eerst realiseren dat wij zelf die paden kronkelig en onbegaanbaar hebben gemaakt. Anders blijft zo’n oproep in de lucht hangen.
Wat zou dat in deze advent een mooie meditatie zijn! Ga bij de ingang van het labyrint staan, en benoem voor jezelf een verlangen. Ga na welke oproep jij hoort. Loop dan stap voor stap, je kunt niet verdwalen, naar het centrum. Onderga daar in stilte, in de kern van je bestaan, een antwoord en keer dan weer de wereld in.
Wat is daarvoor nodig? Een nieuwe innerlijke gesteldheid. Al te gemakkelijk lijkt dan: ik verlang vrede voor iedereen, of een voorspoedig herstel van een operatie. Ik denk dat Johannes in de doolhof van zijn leven, in de woestijn, iets heeft ervaren waardoor hij mensen oproept om zich te laten dopen in de Jordaan. Johannes staat daar in de woestijn, aan de overkant van de Jordaan. Daar bij de Jordaan waar het volk ooit overstak naar het beloofde land. Johannes staat vandaag ook bij ons op de grens naar beloofd land, en roept ons op. En dan staat er:
Ze lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan waarbij ze hun zonden beleden.
Voor mij zijn dit de lastigste en ook de meest centrale woorden uit het evangelie van vandaag. Wij kennen vooral de kinderdoop waarmee wij belijden dat het kind ons van God gegeven is, en waarin wij onze vrucht van leven opdragen aan de genade van God. Iets soortgelijks zouden wij dan toch ook moeten ervaren wanneer we ons laten schoonwassen.
In andere evangelies staat ‘Doop der bekering’. Sommigen zeggen hierover. Dat is: keer je om. Als je in het centrum gekomen bent van het labyrint, met je vraag, met je verlangen, werp dan alles van je af wat je als moeilijk of weerbarstig ervaart. Spoel het vuil uit je leven opdat je naakt en schoon tot de ontdekking komt wie je werkelijk bent. Maar er staat direct achter: ‘waarbij ze hun zonden beleden’. Voor mij betekent dit dat ik eerst moet willen leren inzien wat mijn zonden zijn en dat er ook voor mij vergeving is.
Is dat dan het doel van de doop, dat ik mij onderdompel in de rivier opdat ik schoongewassen word van mijn zonden? Nee, ik denk dat het eerder zo is dat ik ín die doop ervaar dat er vergeving is. Die zonden, dat heeft voor mij iets te maken met al die kronkelwegen in mijn doolhoven, die ik ga als ik zelf mijn weg uitstippel en dan weer vastloop. De doop van bekering zet ons in de spanning tussen goed en kwaad, aan de zijde van het goede. Aan die zijde waar we beseffen dat we geliefd en gekend zijn. Zo worden wij eerst schoongewassen. Opdat wij daarna, via Kerst en Pasen, met Pinksteren met vuur gedoopt kunnen worden, dat wil zeggen aangeblazen worden door de geest, geïnspireerd.
Dus – ik benadruk het nog maar even – we mogen deze week gaan staan bij de ingang van het labyrint, we laten de doolhof van ons leven achter ons, en gaan met een verlangen de weg naar binnen, naar het centrum van ons leven, en keren dan schoongewassen terug, in het besef van onze tekortkomingen stap voor stap de weg terug de wereld in.