Mt. 10, 34 – 42

Jan Renkema
Lezing
Jeremia 29, 1.4-14

Waartoe in ballingschap je kruis opnemen?

De twee teksten vanmorgen lijken volkomen in tegenspraak met elkaar. De profeet Jeremia roept het volk in ballingschap op om zich in te zetten voor voorspoed van de vijand, om te bidden voor de vrede van dictatuur in Babel. Maar Jezus zegt dat Hij niet gekomen is om vrede te brengen, maar het zwaard, met zelfs onenigheid tussen huisgenoten. In Jeremia vrede voor de vijand, in het evangelie tweedracht in eigen familie.

Toch gaat het in beide teksten, denk ik, uiteindelijk om het zelfde. Vrede in het erbij horen, bij de vreemde vijandige wereld van Babel en die zelfs voorspoed wensen, én er vrede mee hebben dat je ook in eigen familie in eigen gemeenschap onenigheid zult ervaren. En dan dat vers over je kruis opnemen! Dus in onze vijandige wereld en binnen je familie vol onenigheid je kruis opnemen. Dat is nogal wat om te overwegen in deze zondagse viering!

We gaan er langzaam bij stil staan. Voorspoed voor de machten die ons onderdrukken, en onenigheid in eigen kring terwijl je toch als gelovigen broers en zussen bent. En dan, wat is mijn kruis, wat is jouw kruis, wat is ons kruis? Op deze nieuwe herberg staat geen kruisje meer. Ik heb rondgevraagd waarom. Dat zou mensen misschien afschrikken, hoorde ik. En nu maar hopen dat ons antwoord wordt: er staat geen kruis meer omdat wij allemaal proberen ons eigen kruis op ons te nemen. Ik heb alvast een vraag voor na deze overweging, voor deze hele week: Wat is mijn kruis waarmee ik Jezus volg. Maar eerst terug naar wat er voorgelezen is.

In de tijd van Jeremia leeft het volk in ballingschap, onder de macht van een dictator in Babel. Wat moeten wij nu toch met zo’n historische tekst. Nu betekent voor mij ‘macht van een dictator’: de macht van Trump, de macht van een ‘techbro’ voor wie zelfs de aarde niet genoeg is. Als ik het niet actualiseer, wordt de boodschap van Jeremia voor mij een tekst uit een mythisch geschiedenisboek. Onze geestelijke leiders zeggen: verzet je tegen de dictatoriale machten, dan je snel weer naar huis, naar je eigen veilige bubbel in Jeruzalem.

En wat zegt Jeremia? Jeremia keert zich tegen profeten en waarzeggers die een optimistische boodschap verkondigen. Het waren de profeten die in Juda ‘vrede, vrede’ verkondigden, terwijl er geen vrede was. Ontkenning van de waarheid wil zich nogal eens hullen in een vroom, religieus gewaad, maar elke echte hoop begint met het onder ogen zien van de waarheid, hoe hard die ook is. Al het andere is illusie, nieuwsvervalsing of populisme – welke naam je er ook maar aan wilt geven. Jeremia noemt het een ‘leugen’.

Daarom zegt Jeremia: Bouw huizen in Babel, bid voor de vreemde vijand, en dan niet opdat de vijand zich bekeert. Nee bid om voorspoed voor de dictatoriale machten die je

omringen. Normaliseer je leven in het land van de vijand. Jullie leiders zeggen: verzet je, dan is het snel voorbij. Maar ik zeg: er is geen snelle oplossing, kijk naar de realiteit. Het duurt nog minstens twee generaties, zeventig jaar. Dus, van de mensen die nu op dit terrein wonen, zal alleen de kleine Davy van Thomas en Lieneke het meemaken, de nieuwe vrede van Jeruzalem.

Jeremia schrijft vanuit Jeruzalem naar de ballingen in Babel. Tot driemaal toe spreekt God bij monde van Jeremia over de ballingen ‘die ik naar Babel heb laten voeren’. De ballingschap is dus niet buiten God om gegaan. Het is geen daad van uiterste zinloosheid en verlies – er moet op de een of andere manier een zin aan deze ramp te ontlenen zijn.

Maar welke zin heeft deze ballingschap, onze ballingschap? Ik denk dat dit een antwoord is: Gods verbond met zijn volk is een verbond met het oog op recht en vrede voor de hele wereld. Daarom moeten de ballingen uit Israël zich inzetten in Babel voor hun omgeving. Ze moeten erbij gaan horen, omdat God zo duidelijk kan maken dat Hij er voor alle volken zal zijn. God heeft het volk naar Babel gevoerd met als doel dat het volk voor Babel zou bidden tot God. Het doel is om vrede te brengen in Jeruzalem én Babel, in Washington en Bergeijk.

En dan nu de tweede tekst die zo schuurt. Het is een misverstand te menen dat Jezus de boodschap van vrede in vrede kan brengen, De vrede valt ons niet in de schoot zoals in het lied, ‘Stil maar, wacht maar alles wordt nieuw’? Nou, uiteindelijk wel, zo hopen we. Maar eerst alles aankijken: licht en donker, goed en kwaad, mijn ego en jouw ego. Nee, nu liever eerst de tekst die we zojuist zongen, ‘Leven in het volle licht’. Waar Christus in het leven komt, het persoonlijk leven, het maatschappelijke leven, daar ontstaan spanningen. Want dan moet je kiezen, daar moet je de vrede met elkaar delen, en dat mislukt heel vaak. Jezus wordt zelfs uit de synagoge gegooid, en ontsnapt eerst op het nippertje aan een lynchpartij, en wordt daarna alsnog door partijdige rechters vermoord. Na zijn dood wordt het alleen maar erger. Stefanus wordt gestenigd, en het gaat steeds door, de hele geschiedenis: gelovigen, ja ook Sjiieten en Soennieten of stromingen in andere godsdiensten, gelovigen gunnen elkaar het leven niet. En het is niet alleen een strijd op leven en dood, maar vooral ook een strijd in verschil van mening, van visie op de toekomst. Geloven is net als het leven. Ons is nooit een rozentuin beloofd. Wel hebben wij het talent gekregen om te snoeien.

Gelukkig eindigt het evangelie wel met een uitspraak van een man die zijn woorden met zijn leven in praktijk heeft gebracht, en uiteindelijk kon zeggen: ‘In uw handen beveel ik mijn geest’. Jezus zegt: ‘Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen.’ Jezus voegde zijn leven bij zijn woord. Als ik met mijn gelijk wil vasthouden aan wat mij leven geeft, dan zal ik ook dat wat ik aan leven heb, of meen te hebben, uiteindelijk verliezen. En dan de opmerking over je kruis op je nemen, waarover ik al een vraag stelde aan het begin van deze overweging. Waarom? Wil ik dat wel? Kan ik dat wel echt? Ik liep ooit in de tuin van de Oude Abdij in Drongen. Daar staat een kruisbeeld dat ontworpen is door de Belgische kunstenaar Luc Hoenraat, met een tekst van Jan Koenot, een Vlaamse jezuïet:

Wie omwegen maakt

om aan het kruis voorbij te gaan,

loopt gevaar

ook aan het leven voorbij te gaan.

Wie in zijn leven de werkelijkheid

van zijn eigen kruis aanvaardt,

geraakt stilaan voorbij het kruis

in het Leven.