Mt. 15, 21 – 28

Jan Renkema
Lezing
Jesaja 56,1-7

Grensoverschrijdend evangeliegedrag

Het evangelie is toch een blijde boodschap of: goed nieuws. Goed nieuws dat wij zo broodnodig hebben Maar vandaag horen we een schokkende boodschap: de zo beledigende discriminatie van een buitenlandse vrouw die wanhopig om hulp zoekt voor haar dochter. Wij kennen het helaas maar al te goed: discriminatie van buitenlanders, discriminatie van vrouwen. Maar in dit evangelie gaat het er wel bijzonder heftig aan toe. Gelukkig heeft het verhaal uiteindelijk goed nieuws. Maar dat komt door de houding van de zwaar beledigde en gediscrimineerde buitenlandse. Het is déze vrouw die Jezus tot ander inzicht brengt. Moeilijk om te horen misschien, maar het kan ons wel helpen om na te gaan waar het echt om gaat in het evangelie. Het gaat om grensoverschrijdend gedrag, maar dan grensoverschrijdend ten goede.

Het verhaal begint met de mededeling dat Jezus vertrekt naar het land van Tyrus en Sidon. Dat is een streek waar nu Hezbollah haar thuishaven heeft, in het huidige Libanon, Waarom ging Jezus weg uit Jeruzalem, naar juist dit vijandige buitenland? Jezus wilde weg na een enorm conflict met de religieuze leiders van het Joodse volk over voedselrituelen. Hij had ze beschuldigd van schijnheiligheid. Ja, dat hoort ook bij de blijde boodschap: conflicten tot de dood erop volgt. Jezus gaat een grens over. Wilde hij even vrij zijn van alles en tot bezinning komen?

Er is nog iemand die een grens overgaat. Een Kanaänitische vrouw. Dat woord Kanaänitische was in Joodse oren bijna een scheldwoord. Maar zij heeft gehoord over die man uit Jeruzalem, uit een voor haar vijandig volk, een man die zieken kan genezen. Zij vecht voor haar zieke dochter.

Wat doet Jezus? Hij negeert de vrouw, hij blijft met eigen dingen bezig. Dat lijkt heel schokkend. Maar wat doen wij als zo’n schreeuw op ons afkomt via het journaal of van iemand die op onze weg komt? Schokkender is het vervolg. Jezus zegt eigenlijk: Ik ben er niet voor jou. Eigen volk eerst, dan pas de buitenlanders die hulp nodig hebben. En dan de moed van die vrouw op haar knieën, tegen die weldoener en die twaalf leerlingen die om hem heen staan: Alleen het woord ‘Help’. Ik laat u niet gaan. Van een buitenlandse vrouw zonder aanzien in erbarmelijke omstandigheden kunnen wij leren wat bidden is.

Het wordt nog schokkender. Jezus beledigt haar uiterst grof, zoals we nu helaas gewend zijn van de sociale media: Jij vrouw, jij bent niet meer dan een hond! Dat was in die tijd, en nu helaas ook nog wel, het scheldwoord voor mensen die niet tot het ‘juiste’ geloof behoren. Nee, jij buitenlandse, jij mag niet delen in wat wij hebben ontvangen. Wegwezen jij!

Maar dan deze Kanaänitische: Oké, scheld mij maar uit. Maar zelfs een hond krijgt de kruimels van het brood. Dus jullie aan jullie goed gevulde tafel eten er geen korstje minder om! Barmhartigheid wordt niet minder als je geeft van wat bij jou op tafel staat. Zij wordt zo de vrouw die Jezus tot ander inzicht brengt. Hij kende ook de profeet Jesaja, met de passage die wij in de eerste lezing hoorden: “Mijn tempel zal heten: ‘Huis van gebed voor alle volken’.” Hij wordt overtuigd door haar geloof in de barmhartigheid van God. Groot is uw geloof! Zo roept deze geminachte buitenlandse moeder van een doodzieke dochter Jezus op om te handelen vanuit een zuiver hart, net zoals Jezus dat deed tegenover de religieuze leiders van zijn volk.

Hoe kunnen wij deze week verder met dit verhaal? Bij mij riep het dit op. Die vreemde, vaak toch een beetje geminachte ander, blijf ik daar naar luisteren als die op een beroep op mij doet. En dan is het niet alleen de overlast veroorzakende asieljongere hier in onze buurt, maar ook de vreemde ander hier in deze geloofsgemeenschap met ideeën die ik minder waardeer. Vaak blijf ik dan binnen mijn grenzen. Vaak trek ik dan een streep. Tot hier en niet verder. Maar hoe vaak ga ik een grens over, zoals Jezus, om eerst eens in het reine te komen met wat de blijde boodschap inhoudt. Hoe vaak ga ik een grens over om iemand aan te spreken met ‘Help mij!’ Hoe verleggen wij de grenzen van ons beperkte bestaan?

Jaren geleden heeft Petra Speelman naar aanleiding van dit evangelie een gedicht aangehaald over grenzen en hoe we die kunnen verleggen. Het gedicht is van Toon Tellegen en heet ‘Een streep’.

Ik trok een streep

tot hier

nooit ga ik verder dan hier.

Toen ik verder ging

trok ik een nieuwe streep

en nog een streep.

De zon scheen

en overal zag ik mensen,

en iedereen trok een streep

iedereen ging verder.

Laten we de komend week grensoverschrijdend samen verder gaan om het evangelie in praktijk te brengen.