Luc. 1, 57 – 66 + 76 – 80
- Lezing
- Jesaja 49, 1 - 6
Om onze voeten te richten op de weg van de vrede
We worden op het evangelie van vandaag voorbereid door de tekst uit Jesaja. Een roepingsverhaal van een dienaar in een tijd van grote troosteloosheid, een tijd zonder enig perspectief. Om in zo’n tijd juist de stem van de Heer te kunnen horen die oproept om mensen thuis te brengen uit de ballingschap, thuis te brengen bij God. Een stem die roept om de weg te gaan van het duister naar het licht en mensen vraagt in die beweging van bevrijding mee te gaan. Het is aan ons om in dit grote verhaal van bevrijding te gaan staan, zoals het ons vandaag wordt gegeven.
‘En het geschiedde.’ Tot tweemaal toe hoorden we in het verhaal rond de geboorte van Johannes ‘en het geschiedde’. En als dat klinkt betekent dat een inslag in de tijd, een gebeuren van Godswege, heilsgeschiedenis. Zo’n inslag is er opeens (misschien herkennen we dat), maar er gaat vaak een lange tijd van wachten aan vooraf, een tijd van ballingschap, een tijd, getekend door het ‘nog niet’, waar hoop verloren dreigt te gaan. En dan is er die inslag, waar troosteloosheid wordt tot het “Zie, ik ga iets nieuws beginnen. Het is al begonnen. Zie je het niet?”
Wat is dan dat nieuws wat we vandaag horen? Het gaat om de geboorte van een profeet, die het volk zal oproepen om het oude af te leggen, waardoor het nieuwe mogelijk wordt. Het verhaal over Johannes begint als Zacharias als priester dienst doet in de tempel. Zacharias betekent ‘God gedenkt’. Daartoe is hij bestemd, bestemd om dat ‘God gedenkt’ te leven. Daar in het heilige der heiligen wordt door een engel aangekondigd dat zijn vrouw Elisabeth, oud en onvruchtbaar, zwanger zal worden van een zoon, die hij Johannes zal moeten noemen. Een voor onmogelijk gehouden gebeuren
En Zacharias kan het niet ontvangen, met als gevolg dat hij niet meer kan spreken. Was het op den duur te pijnlijk voor hem om in dat lange leven het verlangen gaande te houden, om open te blijven? Wordt hij misschien tot zwijgen gebracht om de stem van het verlangen op te delven? In stilte gebracht om open te komen en ontvankelijk te worden voor het nieuwe? Iemand zei onlangs tegen mij: ik heb het zwijgen geleerd en ik heb gemerkt dat alles wat mij bezet dan van me afvalt en er weer ruimte komt voor wat er echt toe doet. Zacharias, niet meer in staat te spreken, kan het volk niet met de gebruikelijke woorden zegenen. En toch, of misschien wel juist daarom, begrijpt het volk het woordeloze teken, een teken dat Zacharias zelf, ondanks zichzelf, geworden is. Zie hem staan: Hij is, zoals hij daar staat op dat grote tempelplein, zelf teken geworden.
Dan is de tijd vervuld en Elisabeth brengt haar zoon ter wereld. Vreugde alom vanwege Gods bewogenheid om deze onvruchtbare vrouw. Wat Elisabeth overkomt, wat in haar
van Godswege gebeurt, kan tot op heden teken zijn voor al diegene die hun leven als vruchteloos beleven.
Op de achtste dag, dag van schepping opnieuw, wordt naar gewoonte, het kind besneden. Daarmee wordt het verbond met God vernieuwd. Beleden wordt, dat dit nieuwe leven, een leven is van Godswege. Op die dag wordt over het kind ook zijn naam uitgeroepen, de naam die een mens tekent: zijn geroepen en bestemd zijn. En juist op dát moment ontstaat er onrust, want de vader, die de naam moet uitroepen, kan immers niet spreken. De omstanders nemen het over en roepen: Zacharias zal hij heten. Een logische, voor de hand liggende naam, immers in de lijn van het reeds bestaande, het oude.
Nee, nee, nee! Elisabeth staat op: Nee, niet een voortzetting van het oude, maar Johannes zal hij heten. En Johannes betekent ‘God is genadig’. Hier is het vrouwelijke aan het woord. Het vrouwelijke woord, dat de wissels verzet, en opening biedt naar de toekomst. Zie, Ik ga iets nieuws beginnen. Maar dat vraagt om bevestiging door dat mannelijke woord. Dat weten we vanuit de verhalen over het begin, anders dreigt dat nieuwe spoor verloren te gaan en blijft alles zoals het is, want de weerstand om te veranderen is immers altijd groot.
En dat is het moment dat Zacharias opstaat. Na negen maanden van stilte geeft hij nu gehoor aan die stem van Godswege in de tempel én bevestigt wat zijn vrouw zegt en schrijft: Johannes zal hij heten.
In de stilte is Zacharias opengekomen voor wat er echt toe doet: ‘God is genadig’. En dan wordt in hem een bron geopend van levend water. Leven gevende woorden komen over zijn lippen. Hij zegt uit, dat deze zoon van Gods genade heel zijn leven zal toewijden aan het vrij maken van de weg voor de Heer. Heel het leven van Johannes zal een roepen zijn om mensen ertoe te bewegen wat gestold, versteend is, wat zonder vreugde is achter zich te laten, om dan hun voeten te richten op de weg van de vrede.
Laten wij ons ertoe bewegen wat oud is achter ons te laten? Oud is dan niet levende traditie, maar leven dat versteend is, te vanzelfsprekend, wat zonder vreugde is, doodlopende wegen. Wat oud is achter ons laten, wil het nieuwe van Godswege ons kunnen overkomen?
Maar wat vraagt dat eigenlijk? Vaak zijn we ons er minder bewust van dat ons leven min of meer gestold is, het verlangen, de oorspronkelijke droom ondergronds gegaan, traditie gevolgd, maar niet levend gehouden, dat we stilstaand water zijn geworden.
Soms tikt het wel, in de vorm van onvrede, een houding van berusting, maar we houden het te lang uit, we houden het te lang vol bij wat ik maar even noem een gematigd leven, een leven van ‘het gaat wel’ en, dat is de eerste heel belangrijke stap, we brengen het niet aan het licht. We brengen het niet aan het licht, omdat we niet bij voorbaat weten hoe te keren, niet de gevolgen overzien van het oude vertrouwde los te laten.
Juist daaruit worden we geroepen, om dat ‘gaat wel leven’ achter ons te laten. Soms gebeurt dat in de stilte, tot zwijgen gebracht, soms door een stem die openbreekt, soms door een inslag in ons leven om het nieuwe te kunnen ontvangen, om ook onze voeten te zetten op de weg van de vrede. Onze voeten: het lichaam weet waar het moet gaan, weet wat leven geeft. Luister aandachtig!