Joh. 20, 19 – 31

Koos van Etten
Lezing
Handelingen 5, 12 - 16

Raak de wonden aan

Vorig jaar is er een boek verschenen met de titel: Raak de wonden aan. Het is geschreven door Tomas Halik, een priester uit Tsjechië en het gaat in op het evangelie dat we zojuist gelezen hebben, specifiek over de apostel Tomas. Ik kom daar dadelijk op terug. Want de ontmoeting van Jezus met Tomas gebeurde op de achtste dag. Maar ik kijk eerst naar wat er gebeurde op de eerste dag van de week, op Pasen zelf. Het verhaal begint met te zeggen dat de leerlingen wel bij elkaar zijn, maar dat zij zich voelen opgesloten. Ze zijn bang, dat wat met Jezus is gebeurd in zijn lijden en dood, ook hen zou kunnen overkomen. En dan ineens staat Jezus in hun midden als de Levende. Onbegrijpelijk mysterie; Hij breekt hun afgeslotenheid open. Hij is er, en zijn eerste woord is Vrede! Dat woord wordt zelfs tot drie keer toe herhaald. Wat zegt hij daarmee? Ik heb geprobeerd dat in te denken vanuit de leerlingen en kom tot drie lagen. Op de eerste plaats wordt de band met Jezus, die de leerlingen hadden losgelaten, weer hersteld. Want zij waren op Goede vrijdag gevlucht. Maar Jezus biedt nu zichzelf aan en zegt: Hier ben ik. Vrede! Er gaat een zucht van verlichting rond. Bovendien laat Jezus zijn wonden zien, in zijn handen en zijde. Hij is dezelfde als op die vrijdag en geeft aan de leerlingen en aan ons te kennen: verzoen je met de weg die ik gegaan ben, met de weg van het lijden en de kwetsbaarheid, want die horen bij het leven. Het is niet anders. Vrede! Maar er is nog een derde niveau. Het kan zijn dat de leerlingen – en wij op onze manier – ons schuldig voelen, omdat wij onze Heer en Meester hebben losgelaten. In dat geval wordt tegen ons gezegd: Vrede! Dat is vergeving, verzoening. Of zoals wij met het trio op Pasen zongen: Het is de nacht van vergeving, van nieuwe kansen, de Heer draagt onze pijn! Alles bij elkaar is het woord vrede dus een echte paasgroet van Jezus! Maar op die eerste dag was de apostel Tomas er niet bij. Als de andere leerlingen tegen hem zeggen: Wij hebben de Heer gezien, kan hij niets met die ervaring. Hij wil de handen van Jezus zien, met de gaten van de spijkers erin; hij wil ze met zijn vingers voelen. En dan is er de achtste dag, de dag van vervulling; dan zijn de leerlingen weer bijeen en Tomas is er nu bij, en gebeurt die wonderlijke ontmoeting tussen Jezus en Tomas. Zo is het ook voor ons nu de achtste dag van Pasen en wij kunnen ons goed inleven in de figuur van Tomas, want ook wij waren er niet bij, toen Jezus verscheen op die eerste dag.

Nu kom ik terug op het boek van Tomas Halik met de titel: Raak de wonden aan. Zijn uitgangspunt is het evangelie over Tomas, dat we zojuist gehoord hebben. Meestal wordt het verhaal zo uitgelegd, zegt hij, dat Jezus door zijn verschijning de apostel Tomas bevrijdde van zijn twijfel; hij werd van de ongelovige tot de gelovige Tomas en kwam ten slotte tot de belijdenis: Mijn Heer, Mijn God. Maar zegt de schrijver, ik heb ontdekt: we kunnen niet in Jezus geloven en zeggen: Mijn Heer, Mijn God, zonder aan zijn wonden te

raken. We geloven in een gekruisigde, een gewonde Jezus. Die mogen wij aanraken, ja het wordt ons door Jezus zelfs aanbevolen, zoals hij tegen Tomas zegt: Kom maar hier met je vinger. Raak de wonden aan, in mijn handen en mijn zijde. In die wonden draagt Jezus alle wonden van de wereld mee; ook die wonden mogen wij aanraken. Wie de pijn in onszelf en in onze wereld niet serieus neemt, zegt de schrijver, kan niet komen tot de belijdenis van: Mijn Heer, Mijn God.

Tot zover Tomas Halik. Hij maakt het in zijn boek heel concreet. Hij kwam in een weeshuis in India, waar veel kinderen aanwezig waren, die te lijden hadden van allerlei kwalen. Hij kon het niet aanzien en wilde wegvluchten uit dat weeshuis. Maar juist op dat moment hoorde hij: Raak de wonden aan. Wend je niet af van het lijden. Ik herken dat. Als je iemand of een groep mensen ziet lijden, ben je geneigd je hoofd af te wenden; je kunt het niet aanzien. Maar als je ze aankijkt en de wonden aanraakt, kan God zich daarin openbaren als een liefdevolle God, die zich over iedereen ontfermt, en durf je te zeggen: Mijn Heer, Mijn God. Ik heb dit ervaren bij mijn bezoek aan Zus van Hout, afgelopen vrijdag, die op sterven lag.

Deze achtste dag staat dus niet los van wat wij in de liturgie op Goede Vrijdag naar voren gebracht hebben bij het kruis van Jezus. De wonden van toen zijn er nu nog, maar in die pijn kan het licht en de liefde van God doorkomen. Mag dat een troost zijn.