Joh. 14, 23 – 29
- Lezing
- Handelingen 15, 1 - 2 + 22 – 29
Ik wens je de vrede van Christus, opdat de beweging van Gods liefde zal doorgaan!
Als je in onze wereld hier in Nederland of West-Europa met een bepaald ideaal een bedrijf wil starten – ik weet inmiddels een beetje hoe dat werkt – of een politieke partij, dan zijn het eigen enthousiasme en het ideaal niet genoeg. Je bent afhankelijk van anderen: springt er een vonk over, willen mensen zich met hart en handen engageren aan of investeren in dat ideaal? Soms lijkt het zo, maar valt het weer tegen. We zien in de politiek hoe partijen uit elkaar gaan als de geesten zich scheiden. In onze wereld dichtbij en veraf zien we scheiding. En is dat ook niet zo met ons ideaal van gemeenschap of van de kerk wereldwijd: er moet wel een vonk blijven overspringen wil je je schouders er onder blijven zetten. Wil je je werkelijk engageren.
Die vonk, dat horen we vandaag, is de liefde. We weten het eigenlijk ook wel diep van binnen. Die vonk is de liefde. En de uitdrukking daarvan is dat wij maaltijd kunnen vieren rondom deze tafel met vriend en vreemdeling. In deze tijd tussen Pasen en Pinksteren horen we in de lezingen hoe dat ideaal van de Jezusbeweging onder druk staat. Want er groeit een besef onder de leerlingen dat Jezus, de initiator van het ideaal, niet kan blijven en er groeit inzicht dat dit ideaal niet op eigen kracht kan worden voortgezet. Hoe moet dat dan? ‘Hoe zal Jezus zich verder openbaren?’, vraagt Judas. Hoe kan die liefde zich doorzetten als Hij er niet meer is?
In Handelingen horen we over een conflict. Als dat conflict niet in Jeruzalem besproken was en de broeders niet naar Antiochië waren afgereisd, dan was die hele Jezusbeweging waarschijnlijk gewoon gestopt. Het conflict gaat over hoe de heidenen zich aan de joodse wetten moeten houden. Dit spitst zich dan wel toe op de besnijdenis, maar in essentie gaat het vooral om die maaltijd. Aan welke voorwaarden moeten zij voldoen om aan de maaltijd deel te kunnen blijven nemen? Want die maaltijd is die uitdrukking van de liefde en moet wel door kunnen gaan.
We horen de groet als broeder aan de broeders onder de heidenen. Broederschap en natuurlijk ook zusterschap staat op het spel. En de gesprekken in Jeruzalem hebben geleid tot een compromis: ze moeten zich wel aan de reinheidsrituelen houden en dat is een wijs besluit. Want zo blijft aan de ene kant iedereen welkom aan de maaltijd en aan de andere kant is er een minimum van trouw aan Thora, maar geen verplichting tot besnijdenis. Het is liefdevol om elkaar geen zwaardere lasten op te leggen dan we kunnen dragen. En zo is het in mijn ogen veel meer dan een compromis. Er is een heel onderscheidingsproces aan voorafgegaan, het is geen opgelegd besluit. Er is oog in oog – zoals dat
hoort in broederschap – consensus gevonden en zo groeit die prille Jezusbeweging als gemeenschap omwille van een hoger doel. De liefde moet immers doorgaan in deze beweging en ook Johannes lijkt dat voor ogen te houden.
Johannes cirkelt rond het afscheid van Jezus. We horen het slot van de afscheidsrede, waarin Jezus de leerlingen inwijdt in de essentie van liefde. Niet liefde als enkel een fijn gevoel, maar liefde inclusief lijden. En we hoorden het al op Paasochtend: in de diepte van de nacht en in het lijden kán liefde openbreken. Op de rand van de afgrond kán liefde dragende grond zijn. Als je zelf in duisternis zit, dan zijn dat geen mooie zalvende woorden, dan is het geen mantel der liefde die alles bedekt. Dan is dat een liefde die met een ongekende kracht dóórleeft. Johannes schrijft dit alles veel later dan Lucas de Handelingen schreef. Johannes schrijft dit alles als een oude man, die in zijn Johannesgemeente gegroeid is in rijpheid. Een rijpheid waarin de essentie langzaam door kan dringen.
Daarbij is het goed om te bedenken dat het ook de tijd is dat de scheiding tussen joden en christenen een voldongen feit is. De christenen uit de joden zijn uit de synagoge gegroeid. Een scheiding van geesten lijden tot een scheiding van wegen en dat is pijnlijk, zeer pijnlijk. Ik moest denken aan onze ervaringen in onze gemeenschap in Duitsland waarin we ook onder ogen moesten zien dat een scheiding van geesten leidde tot een scheiding van wegen. Gelukkig hebben we daar ook een onderscheidingsproces aan gewijd om te zien hoe dan toch die liefde doorgeleefd kon worden, maar de scheiding blijft pijnlijk. En velen van ons hebben ervaringen in eigen leven waarin je dat hebt meegemaakt. Dan is het de uitdaging om dat hogere doel, het dóórleven van de liefde, voor ogen te houden – opdat het hart mild kan blijven en niet verbitterd raakt.
In deze tijd staat dus de opbouw en het vervolg van de Jezusbeweging op het spel. En als wij toe leven naar onze jaarlijkse gemeenschapsdagen staat ook het doorzetten van deze beweging in zijn Naam op het spel. Dat kan een heel mooi spel worden. Dat hoeft geen zaak te zijn van erop of er onder. Het is een spel dat zich altijd afspeelt op de weg van de liefde. En liefhebben is volgens Johannes: zijn woord bewaren. Dus: Gods woord bewaren. Want als je iemand echt lief hebt, draag je zijn of haar woord in je hart en dan komt er af en toe een woord van die ander boven. Je herinnert je soms iets van lang geleden. In de loop van je leven ga je soms een woord dat eerst niet zo binnen kwam, beter begrijpen omdat je rijper wordt door ervaring. Wijzer door schade en schande.
Jezus belooft dat de Geest, de heilige Geest ons zal helpen om bij die liefde te blijven. Hij moet weggaan, maar alleen door ons – als wij in die liefde blijven en ons woorden te binnen blijven brengen – kan God zich verder openbaren. Maar gelukkig laat Hij wel zijn vrede na en dat gebeurt hier anders dan in het begin na zij dood. Want toen begroette Hij de leerlingen met zijn vrede: ‘Wees niet bang, ik ben het.’ Maar nu zegt Hij: ‘Ik laat die vrede na.’ Het is een afscheid, een ‘shalom’: het gaat je goed.
Als wij elkaar vandaag de vredewens geven, is dit dus niet zomaar een groet. We geven elkaar de vrede van Christus en dat is spannend om elkaar aan te zeggen. Want het is de vrede die ons verstand te boven gaat. Het is die vrede die ons staande houdt op de rand van de afgrond. Het is de vrede die ons door iedere diepte heen zal dragen. We mogen elkaar straks deze vrede toewensen. Dat ook wij de liefde van Christus blijven vieren rondom deze tafel.