Luc. 24, 45 – 53

Berti Parqui
Lezing
Handelingen 1

Hij is niet dood!

Hemelvaart. Een raar woord eigenlijk. Het staat ook nergens in de bijbel. Er staat dat Jezus aan de ogen van de discipelen onttrokken wordt en opgenomen in de hemel. De leerlingen die op de Olijfberg staan worden gemaand niet boven, niet naar de hemel te staren. Dat er een beeld in ons hoofd zit van het ophoog opgetrokken worden van Jezus, komt door de vele afbeeldingen ervan. Je kunt daarop dan vaak net nog zijn voeten zien die in de wolk verdwijnen. Maar helpt dat plaatje om te begrijpen waar het over gaat? Wat gebeurde eigenlijk? Wat gebeurde met en in de leerlingen dat dit zo is opgeschreven? Jezus, heeft zich na zijn dood 40 dagen op verschillende manieren aan zijn leerlingen kenbaar gemaakt. Hij is niet dood! Hij leeft. Hij is aanwezig onder hen. Hij verschijnt aan Maria in de tuin, Hij is er bij het delen van het brood bij de Emmaüsgangers, en hij komt bij het samenzijn van de bange leerlingen in de bovenzaal, en bij de leerlingen bij het meer als ze aan het vissen zijn. De leerlingen ervaren dat hij bij hen is. In hun leven in hun realiteit, in hun dagelijkse dag als vissers, als mensen van vlees en bloed. En dan verlaat hij hen - 40 dagen. Hij laat hen aan henzelf over, al is het met woorden van bemoediging dat zijn geholpen zullen worden door kracht van boven. Hij is er niet meer. Hij wordt onttrokken aan hun ogen. Zij zijn het die zijn boodschap verder moeten brengen.

Het verhaal van hemelvaart kan ik bijna niet los zien van mijn eigen ervaring bij het heen gaan van Toon, die in mijn leven zo belangrijk was. Hij was mijn grote liefde. Na zijn dood gebeurde met mij eigenlijk precies hetzelfde. De eerste periode na zijn dood -en dat duurde bij mij eigenlijk heel lang- was Toon voor mijn gevoel nog steeds heel aanwezig. In een bepaald opzicht aanweziger dan ooit.

Als je zou vragen: Waar dan? dan zou ik zeggen rechts achter mij. Ik praatte met hem, hoorde hem, wist wat hij dacht, of zou zeggen. Ik herinner mij dat dat ik, op een gegeven moment tijdens een wandeltocht in Zwitserland, toen ik letterlijk langs een afgrond liep en mij ook heel erg bewust was van zijn aanwezigheid, zelfs hardop zei: wat fijn Toon dat je hier met mij kunt zijn zonder die last te hebben van je hoogtevrees. Maar ik ervaarde zijn aanwezigheid ook in voorvallen. Net als de leerlingen. In dingen die ik zag en meemaakte. Tekenen zou je zeggen. Zoals die witte duif ( die niet van mij wasik wist niet waar hij vandaan kwam ) die een paar dagen na de dood van Toon wekenlang elke dag op mijn vensterbank kwam zitten Echt! Dat was zo wonderlijk! En het gekke was: hij had daar niets te zoeken. Geen voer, en hij kwam daar naar toe – het leek het wel tegen zijn zin in, alsof hij daartoe opdracht had, Hij zat daar dan even heel ongemakkelijk te fladderen. En vertrok weer.

Ik kon er niets anders in zien dan Toon zelf, die in de vorm van die duif – (Toon wist dat ik van vogels houd )– even goedendag kwam zeggen. En zich daarmee aan zijn belofte hield om mij een teken van leven te geven als hij in de hemel zou zijn. Toon en ik hadden het van te voren vaker over de dood gehad. Toon geloofde niet in een leven na de dood. Maar ik wel en ik ben daar vast van overtuigd, en ik drukte hem op het hart mij daarvan een teken te geven als ook hij daar in het licht zou zijn. En die duif was zijn manier om zijn belofte te houden.

Die periode van aanwezigheid bleef lang bij mij. Wel een jaar. Maar toch het bleef niet duren. Toen Magdaleen en ik van een vakantie terugkwamen en ik weer voor het eerst de voordeur van mijn huis binnenging, werd ik overvallen door een gevoel: Het is hier leeg. Toon is er niet meer. Ik kwam figuurlijk en letterlijk tot stilstand, ik wist niet meer hoe ik verder moest. Ik begon aan een pelgrimstocht naar Santiago. Alleen. Tijdens die tocht naar Santiago bleef ook de duif weg. Niet onmiddellijk, Ik vroeg onderweg steeds aan Harrie, die op mijn huis paste: zit de duif er nog? – na een poosje bleef de duif weg. Achteraf denk ik: dat was mijn ervaring van hemelvaart. Wat sta je naar de hemel te kijken? Hij is niet meer. Herkenbaar voor mij. Maar ook wat daarvoor geschreven staat: Jezus zegt zijn leerlingen te wachten totdat zij zijn toegerust met kracht van boven. Hij zegt zijn leerlingen dat zijn vader hen zal toerusten met heilige geest. En dat gebeurde ook bij mij. Gaandeweg kreeg ik weer kracht en ook ik kon daarna weer komen bij de vreugde. Bij die diepere vreugde dat ik zo’n grote liefde in mijn leven heb mogen hebben. En de dankbaarheid daarvoor is te groot om dat voor mijzelf alleen te hebben en vast houden. Van die liefde mag ik getuigen, die liefde mag verder stromen, is om uit te delen.

We hebben vandaag een agape viering. We zullen brood breken en delen en met elkaar opeten ter nagedachtenis van Jezus. Het mysterie van Hemelvaart heb ik door mijn persoonlijke ervaring vereenvoudigd tot een voor mij herkenbaar verhaal. Maar soms werkt dat gewoon beter. Zo wil ik – nu we toch met eenvoud bezig zijn –vertellen wat ik Piet Heldens ooit hoorde uitleggen aan kinderen over het wezen van eucharistie. Maar ook voor mij was dat heel verhelderend. Piet Vertelde: Jezus wist dat hij vermoord zou worden en hij wist dat zijn leerlingen hem heel erg zouden missen. En zouden denken dat ze niet zonder hem zouden kunnen.Hij hielp hen door bij de gezamenlijke maaltijd een stuk brood te nemen, dat voor hun ogen in stukken te breken en hen allemaal een stukje te geven, dat ze opaten. Toen vroeg Jezus hen: Waar is dat brood dat ik jullie net gegeven heb nu? In onze buik, zeiden ze. Ja, dat is waar, je kunt het niet meer zien, maar het is er nog wel. Het zit in jullie buik.Zo zal ik er net als dat brood – als ik er niet meer ben, toch nog zijn. In jullie buik. In jullie binnenste. Zo eenvoudig. Jezus is niet mee op aarde. Onttrokken aan onze ogen, Maar hij is wel aanwezig, in ons. In ons binnenste, zoals een geliefd iemand, van wie wij de liefde in ons meedragen en door wie wij ons laten richten, in dat wat wij doen en laten, in de keuzes die wij maken elke dag en overal.