Luc. 10, 25 – 37
- Lezing
- Deuteronomium 30, 10 - 14
God is dichtbij!
Ons 50-jarig bestaan deze week en de prachtige veelkleurigheid van deze bloemen én van ons als gemeenschap deden mij eens te meer beseffen dat het onze kracht is, maar ook ons behoud dat wij blijven beseffen dat geloof en leven bij elkaar horen. En dat vraagt om te luisteren en te doen. Luisteren naar de richtinggevende woorden van de Thora, want wat zijn deze tien woorden anders dan ANWB-borden op onze levensreis. Ze bevatten een wijsheid die ook buiten de religieuze wereld als ethische bepalingen erkend worden: wat nodig is om een samenleving mogelijk te maken.
Neem Gods naam uit ons midden weg en deze beweging zal ophouden te bestaan. Neem de Thora uit ons midden weg en wij zullen ieder ons eigen weggetje zoeken. Verstrooid raken. Vandaag worden we bemoedigd op onze weg en horen we dat het mogelijk is om bijeen te blijven. God is dichtbij op die weg, zijn woord is dichtbij. Dat vraagt geloof en vertrouwen, zeker als het leven niet zo makkelijk is, bijvoorbeeld als je door ziekte wordt geconfronteerd met eindigheid. Of als er verschillen zijn die tot conflicten leiden. Of als de communicatie niet meer stroomt – dat kan in ieder mensenleven gebeuren. En in die context waarin het leven moeilijk is, horen we Deuteronomium troosten en bemoedigen. De context van deze tekst is de ballingschap: het volk dat verstrooid is en geen samenleving meer heeft. Juist dan klinkt: het woord is dichtbij. Je weet wat je te doen staat. Volg dan die intuïtie. Volg dat wat je aan bagage bij je hebt onderweg. En als die tien woorden, die richtinggevende teksten uit onze traditie, ons hart en onze mond vullen dan zullen we doen wat van ons verlangd wordt. En dat gaat in al die eeuwen over de naaste liefhebben - zoals jezelf. En God daarbij niet vergeten.
De context van het evangelie volgens Lucas zijn de 72 leerlingen die worden uitgezonden en weer terugkomen, mét een succesverhaal. Zij hebben gedaan wat er van hen verlangd werd. Zij hebben dat Koninkrijk van God verkondigd. Misschien ook wel op plaatsen waar het bijna niet gehoord wilde worden, omdat het leven daar moeilijk was. Dat leidt tot grote vreugde, waarbij we ons moeten realiseren dat dat succesverhaal niet aan hen zelf wordt toegeschreven, maar aan de Vader in de Hemel. Jezus wijst hen er op: ”Weest dan vooral verheugd dat je gekend bent, dat je naam geschreven staat in Gods hand”. Dát is de vreugde, als je dat beseft kun je blijven verkondigen.
En zie, daar komt een Schriftgeleerde: die zal wel wat gehoord hebben over dat succes van de leerlingen. Hij denkt: Ik weet wel veel, maar ben ik werkelijk tevreden met mijn leven, ben ik in vrede? En zo stelt hij zijn vraag aan Jezus als een soort beproeving van deze rabbi, maar tegelijkertijd ook wel als een erkenning van het gezag van deze rabbi. want hij spreekt hem aan als meester. En hij stelt die vraag die iedere mens ooit wel in
zijn leven stelt: ‘Wat moet ik toch doen om gelukkig te worden?’ En nog specifieker: Wat moet ik doen om eeuwig leven te verwerven? Een existentiële vraag, maar die Schriftgeleerde kent het antwoord. Dat rolt zo uit zijn mond. Hij kent het volgens het boekje: ‘God en mijn Naaste liefhebben met heel mijn hart, met heel mijn ziel’. En hij voegt er nog aan toe ‘met heel mijn verstand en al mijn kracht’. Dus hij zal wel beseffen of ervaren hebben dat hart en ziel ook niet genoeg is dat je werkelijk met heel je kracht er moet zijn om tot die liefde in staat te zijn. Jezus, legt in een tegenvraag en in de parabel die Hij dan vertelt het accent op het doen. Want die parabel interpreteert die vastgelegde wet. En zo horen we de werkelijkheid zoals we die ook kennen in de wereld en misschien in ons eigen leven. Als je het moeilijk hebt in je leven ontvang je soms niets van mensen van wie je dat eigenlijk wel verwacht. En van wie je het niet verwacht komt dan totaal bij verrassing aan overvloed aan naastenliefde. Zo kan het gaan. Bij de parabel kun je de vraag stellen waar je zelf in dit verhaal wilt zijn, of waar je nu bent. Of waar je in jouw leven met een boog omheen loopt? De vluchtelingenproblematiek bijvoorbeeld is zo groot, dat we er geen raad mee weten. Ik dacht zelf de dakloze die beneden aan de roltrap staat in Utrecht: heel vaak wend ik mijn gezicht af. En ik schaam mij daarvoor, maar ik weet er geen raad mee. Hij staat voor dat grote probleem waar ik geen antwoord op heb. In de Filipijnen was ik onderweg met mijn gastheer father Terry en we gingen koffiedrinken in een wegrestaurant. Hij bestelde een pannenkoek bij de koffie en die kwam maar niet. We moesten verder en hij wilde niet langer wachten. Toen we in de auto zaten kwam de serveerster kwam met de bestelling in een zakje, hij draaide het raam open en zei: ‘Geef mijn pannenkoek nu maar aan die dakloze man.’ De serveerster was helemaal gechoqueerd. Het was als een dubbele les in Thora: zie de mens die jou nodig heeft. Op kleine schaal kun je soms een wondertje verrichten.
Deze parabel roept de vraag op: wie is mijn naaste en wanneer word ik naaste van een ander? Ik geloof en ervaar dat dat kan gebeuren. Als ik meeloop op iemands weg. Soms maar een klein stukje in een retraite, soms in een gesprek van een half uur. Luisteren, bij iemand zijn. De kwetsbaarheid van de ander zien: daarin wordt ook mijn kwetsbaarheid zichtbaar. Zo word ik naaste van een ander. Dan komt er in mijn binnenste iets in beweging dat me bij die ander doet blijven met heel mijn hart, met heel mijn ziel, heel mijn verstand en al mijn krachten.
De wetgeleerde begrijpt heel goed wat de parabel hem leert. En het antwoord is ook dan uiteindelijk heel eenvoudig; wil je het leven verwerven, eeuwig leven hier op aarde - doe dan als die Samaritaan. Augustinus schrijft dat de Samaritaan naaste wordt van Christus en zelfs: de Samaritaan is als Christus. De Samaritaan is er zoals Jezus er is. Deze Samaritaan is een redder. Jezus zijn naam betekent ‘redder’. De Samaritaan tilt de man op zijn lastdier: Jezus draagt onze lasten. En de Samaritaan brengt hem naar een herberg: Jezus is onze herberg. Hij is de ruimte waarin wij in samen komen, het lichaam dat ons verbindt. En bovendien: er is ook een volgende dag dat de Samaritaan opstapt, dat is een dag van verrijzenis. Een dag om te leven met de vreugde dat genezing en heelheid mogelijk is door alle duisternis en dood heen. Wij mogen, waar we ook zijn, een oefenplaats zijn voor deze blijde en bemoedigende boodschap. God is dichtbij. Je kunt met Hem
leven en in zijn naam met elkaar en met iedere ander als volgelingen, als getuige, als familie van Christus. Dat is niet vroom, maar concreet in het dagelijkse leven. Zo wordt het mogelijk om in Gods barmhartigheid te geloven en ernaar te handelen. Laten we dat dan in ieder geval proberen!