Luc. 19, 1 – 10
- Lezing
- Wijsheid 11, 23 - 12,2
Hoe kent die man zijn naam?
Toen ik een jaar of 14 was moest ik van mijn ouders naar catechisatie. Je volgde daar met een klein clubje pubers bij een dominee voor ons noodzakelijk geacht geloofsonderricht van de kerk waar je ouders bij hoorden . Bij mij was dat op woensdagmiddag van 4 tot 5. In je vrije tijd. Catechisatie was natuurlijk niet stoer . Maar hoewel ik dat toen tegenover niemand ooit toe zou geven , ging ik daar eigenlijk heel graag naar toe. Dat lag aan die dominee. Het was een man die ons echt zag. Niet als kinderen of onwetende pubers, maar als mooi mens in wording. Ik heb heel veel van hem geleerd De eerste les begon hij met het vragen naar onze voornaam. Die wist hij natuurlijk al, maar hij deed er voor ons iets mee , door de betekenis ervan te zeggen en –er een duiding of een opdracht aan te verbinden. Zoals ook wel bij namen in bijbel gebeurt. Mozes, als baby door zijn moeder een biezenmand in de NIJL gelegd door de Egyptische prinses gezien wordt roept zij : uit het water gered en dat wordt zijn naam., maar ook zijn roeping. Het woord zee, water en dood hebben in het Hebreeuws dezelfde wortel. Zelf uit de water van dood gered, neemt hij het op zich om zijn volk te redden. En dat doet hij zijn hele leven. Hij redt hen van de Egyptische slavernij, , Hij redt hen uit de dood door het water van de rode zee. Zijn naam wordt zijn roeping.
Zo besprak die dominee al onze namen. Zo zei hij tegen mij: Berti? Dat is een Germaanse naam die komt van Bergt, wat lichtend, stralend betekent. Je hoort die stam en betekenis ook in het Engelse woord Bright. En in de naam van boom met de witte stam: berkt. In die naam zit ook een oproep : om lichtend te zijn. Nou, een heel verhaal om te komen bij de lezing van vandaag: Over Zacheus. En die naam betekent de reine . Maar hij is alles behalve rein. Hij is oppertollenaar en in die functie int in Jericho de romeinse belastingen houdt daar zelf het nodige aan over. Wat bezielt hem om op die dag een plaatje te zoeken op de route waar die Jezus uit Nazareth langs komt? Hij loopt achter al die ruggen, maar hij is klein en hij ziet niets en de mensen die hem kennen laten hem ook niet door: Die vuile tollenaar, hij kan de boom in.
En dat doet hij ook . Hij ziet een vijgenboom en daar klimt hij in. Hier, zo tussen die vijgenbladeren wordt hij vast niet gezien, terwijl hij zelf wel alles kan zien. Maar als Jezus voorbijkomt kijkt hij omhoog en ziet hem. Hij roept : Zacheus , kom vlug naar beneden. Ik ben op weg naar jouw. Ik moet in jouw huis zijn. Hoe kent die man zijn naam? Hij komt naar beneden en ontvangt Jezus met blijdschap in zijn huis. Omstanders ergeren zich: Wat moet Jezus bij die man in huis, bij die vuile afzetter, die corrupte vent. Maar ze zijn nog niet binnen of Zacheus zegt : ik geef de helft van wat ik bezit aan de armen. En als ik mensen heb afgezet: ik geef het hen viervoudig terug. Wat gebeurt hier? Zacheus is gezien en Zacheus is bij zijn naam genoemd.
Jezus kijkt hem aan en spreekt hem aan op de kern van zuiverheid waarvan zijn naam nog getuigt.
Bonhoeffer , de theoloog en verzetsman die door de nazi’s werd vermoord, zei ooit: “wie een mens veracht zal nooit iets met hem kunnen beginnen We moeten leren de anderen aan te zien, niet zozeer op hun doen en laten , maar op hun lijden.” Zo moet Jezus de man hebben aan gezien. Die kleine man die zichzelf ook verachtte en leed onder het isolement van misprijzen. Jezus sprak hem aan op zijn eigenlijk zelf, op het zuiverste dat in hem was dat kennelijk anders wilde , maar niet ander meer kon. En Zacheus liet zich raken waardoor hij de mooie mens werd die hij in wezen was. En kan bevrijd uitdelen van zichzelf en met vreugde zorgen dat niemand anders meer te kort gedaan wordt. Meer dan genoeg. In Zacheus worden ook wij aangekeken. Vandaag moet ik in jouw huis zijn. Je huis, dat is je binnenste. Het wordt ook tegen ons gezegd vandaag.