Mat. 12, 49 – 53
- Lezing
- Jezus Sirach 15, 14-20
Meditatie
1. Het evangelie van vandaag is geen gemakkelijke tekst. Het is er een met extreme voorbeelden. En de hoop om die extreme voorbeelden af te doen als symbolisch wordt al bij voorbaat van tafel geveegd, omdat er staat dat er geen punt of komma opgeheven mag worden. Wanneer Jezus een wettekst wordt voorgelegd, lijkt hij er altijd nog een schepje bovenop te doen. Je zou er, met al je goede bedoelingen, moedeloos van worden.
2. Dit evangelie speelt zich af in een tijd waarin men dacht dat de eindtijd naderde. Daarom zijn de voorbeelden zo extreem en de eisen zo verregaand. In zo’n tijd komt het erop aan. Het is erop of eronder. Wat ook belangrijk is om je te realiseren is dat we ons in de Bergrede bevinden. Jezus heeft een leer uiteengezet die volgens hem niet afwijkt van de wet van Mozes. De schriftgeleerden en Farizeeën bestrijden dat. Wat Jezus op zijn beurt weer bestrijdt. We bevinden ons in een zeer spannend en fundamenteel onderwerp. Jezus zegt hier dat hij niet gekomen is om het oude te ontbinden, maar om het in zijn volheid te laten zien. De Thora is hem heilig, geen punt en komma uitgezonderd. Elk detail draagt bij om het geheel te kunnen verstaan. Het Hebreeuwse woord ‘Thora’ wordt gewoonlijk vertaald door ‘de Wet’. In onze oren heeft ‘wet’ een juridische klank: spelregels waar iedereen zich aan moet houden, op straffe van. Maar die juridische dimensie zit niet in het oorspronkelijke woord ‘Thora’. Het laat zich beter vertalen als: richtsnoer of aanwijzing. En wat gebeurd er op het moment dat je een richtsnoer of aanwijzing tot een letterlijk na te streven regel maakt? Dan stolt het en dan kun je wel eens uitkomen bij het tegenovergestelde van wat de richtlijn beoogde. Wij staan nu midden in dat spanningsveld. Er zijn wetten. Maar als we die wetten rigide toepassen gaan we voorbij aan waar de wetten oorspronkelijk voor bedoeld zijn. Daarin komt de tekst uit het eerste testament ons te hulp. ‘Hij heeft vanaf het begin, toen hij de mens maakte, die mens aan zijn eigen beslissingen onderworpen.’ Je hebt een keuze. Er is altijd een keuze. We hebben de mogelijkheid gekregen om keuzes te kunnen maken en met die keuze is er automatisch ook verantwoordelijkheid. Sirach benadrukt een risico dat deze verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Stop je energie niet in de discussie over letterlijkheid, maar ga in de altijd aanwezige keuze staan. Je mag de wet niet gebruiken om jezelf af te schermen van verantwoordelijkheid. Het heeft mij een aantal avonden gekost om dit risico te doorgronden en om het te kunnen plaatsen op een situatie in de huidige tijd.
Ik vind het belangrijk dat de kinderen in mijn klas zich welkom en geliefd voelen. Die welkomheid en die geliefdheid geef ik op een bepaalde manier vorm. De wet is: iedereen voelt zich welkom en geliefd. De een voelt zich welkom door veel aandacht te krijgen, de ander door aanwezig te mogen zijn en niet zoveel te hoeven. Blijf ik open staan voor de verschillen? Of pas ik op een gegeven moment een manier toe die voor het gros van de kinderen werkt en waar ik al heel vaak complimenten op heb gekregen? Sta ik open voor de signalen van een kind die uitstraalt dat hij wat anders nodig heeft? Ik kan mijn energie stoppen in letterlijkheid. Ik kan bewijzen dat ik een kind een welkom gevoel heb gegeven omdat ik hem veel aandacht heb gegeven. Dan kan ik bewijzen dat ik mijn aandeel geleverd heb dan dat ik dus een goede leerkracht ben, want ik heb aan mijn eigen wetten voldaan. Maar durf ik ook naar de ander te kijken en mij af te vragen of mijn manier wel aansluit? Met het risico dat ik erachter kom dat ik misschien wel meer kinderen tekort heb gedaan. Door de wet te zien als richtlijn, verliest het aan duidelijkheid. Het vraagt een andere manier van denken dan louter de gestelde regels volgen. Het wordt een gewaagde stap gebaseerd op je innerlijke houding. Een voorbeeld uit Mattheüs 12 is een genezing die Jezus doet op de Sabbat. De Farizeeën geven Jezus ervan langs omdat het indruist tegen de voorgeschreven sabbatsrust. Van dat soort kromme redeneringen wordt Jezus boos. ‘Ware gerechtigheid steekt torenhoog uit boven wat de Farizeeën en Schriftgeleerden ervan maken.’ Staat er. Voor Hem lijkt ware gerechtigheid: ten volle aan het licht brengen van wat de Thora en profetische geschriften beogen. Namelijk: Harmonie tussen mens en God en tussen mensen onderling.
3. Harmonie is meer dan je houden aan de spelregels. Het betekent ook: je hart op de juiste plaats dragen. Om dat te illustreren staan er in Mattheüs enkele voorbeelden uit de tien geboden. ‘Jullie hebt gehoord dat van oudsher is gezegd: gij zult niet doden. Wie doodt, zal worden uitgeleverd aan het gerecht. Maar ik zeg jullie: al draagt iemand zijn broeder alleen maar een kwaad hart toe, laat hem dan ook voor het gerecht worden gesleept.’ Het is niet alleen een wettelijk verbod op moord en doodslag. Je mag je medemens ook niet doodzwijgen, je mag hem ook niet kapot maken met geroddel. Geen wet die dat kan bestraffen, maar God roept je daarvoor wel ter verantwoording. Je kan daardoor namelijk in een gevangenis terechtkomen. Gevangen in ontevredenheid over jezelf, gevangen in het letterlijk naleven van wetten. Als je bij een altaar staat met een offergave en je herinnert je dat er nog een onopgeloste ruzie speelt. Laat dan je gave en ga eerst de ruzie oplossen. Dat was nogal wat. Een offer werd destijds in de tempel in Jeruzalem gebracht. Het kon zijn dat je er drie dagen voor gereisd had. Het vraagt veel om die innerlijke beweging naar de ander te maken. We worden opgeroepen om die keuze te maken. Niet omdat God je wil vermanen. Het is belangrijk om je te beseffen dat het een liefdevol appèl is om te worden wie je bent.
Omdat God ziet wat je mogelijkheden zijn en niets liever wil dan dat jij die innerlijke gevangenis verlaat. De navolging van Jezus, het christelijk leven handen en voeten geven, zoals we in deze gemeenschap trachten te doen, vraagt van ons keuzes en een proces van onderscheiding, waarin we onze verantwoordelijkheid ontwaren en opnemen. Die we dan vervolgens in afspraken en regels vastleggen, waardoor ze na verloop van tijd hun kracht kunnen verliezen. Hoe kunnen we elkaar blijven wijzen op dat spanningsveld? Hoe houden we elkaar alert? De radicaliteit van Jezus vraagt onderscheiding, je inbedden in de levende relatie tot God, mens en schepping.
4. “Ik ben niet gekomen om Wet en Profeten op te heffen, maar om ze te vervullen.” Jezus, de gelovige Jood, komt – tegen de stroom in- God’s plan met de mens in ere herstellen. De schijn van heiligheid doorprikken. Onze innerlijke houding aanspreken om de wereld te maken zoals God hem heeft gedroomd. En aan ons de keuze daaraan mee te doen. Geen gemakkelijke keuze. Een gewaagde keuze. Of, met de woorden van Dietrich Bonhoeffer Er is geen weg naar vrede op weg naar veiligheid. Voor vrede moet je durven, dat is een groot risico en er is nooit zekerheid. Vrede is het tegenovergestelde van veiligheid. Zekerheid eisen, betekent wantrouwen hebben en dit wantrouwen leidt op zijn beurt tot oorlog. Zekerheden zoeken betekent zichzelf willen beschermen. Alleen uit de vrede tussen mensen kan de grote vrede waar we op hopen ooit ontstaan.
Voor vrede moet je durven. Dat is een groot risico. En om dat durven telkens opnieuw te kunnen, wil ik jullie tot slot een ervaring vertellen met een van mijn leerlingen. Een ervaring die mij helpt als ik moedeloos ben van het telkens opnieuw wagen en durven. Er stond die dag een springkussen op school. Een van mijn derdejaars wilde graag op het springkussen, maar durfde niet alleen. Er waren namelijk grote kinderen aan het springen die ze niet goed kende. Ik had last van mijn rug en kon niet mee. Ze was in tweestrijd. Ze kon veilig naast me blijven zitten, maar dan kon ze niet springen. Ze kon gaan springen, maar ze wist niet hoe de grote kinderen tegen haar zouden doen. Na enkele minuten trok ze haar schoenen uit en klom het springkussen op. Ze maakte enkele sprongen en riep toen naar mij: ‘Kijk Irene, Ik kan durven!’ Durven als vaardigheid. Je hoeft er niet jong en vitaal voor de zijn. Je moet alleen durven.
Mogen wij dat moedige durven, elke keer opnieuw, met elkaar blijven doen. Mag het zo zijn.