Mat. 28, 16 – 20

Petra Speelman
Lezing
Handelingen 1: 1 – 12a

Ga, en weet je verbonden met Hem

Mensen van God, ‘ten hemel opgevaren is Christus die Heer en koning is’. Hij die ‘uit de hemel zonder grenzen’ aan het licht is gekomen, en onder ons zijn tent heeft opgeslagen, de goede boodschap heeft verkondigd en voorgedaan, die boodschap van oneindige liefde van God voor mensen, van omkeer en toewending, van liefde voor de naaste als voor jezelf, deze broeder en leidsman is teruggekeerd naar de Vader, bij wie de Bron van alle leven is. ‘Ik en de Vader, wij zijn een’, heeft hij zijn leerlingen geleerd. ‘Wie mij ziet, ziet de Vader’. Teruggekeerd naar de hemel, in de oudheid de aanduiding voor de ruimte van de Eeuwige.

Matteus en Lucas nemen ons vandaag mee in hun geloofsonderricht. Opgetekend voor hun gemeente, en door de eeuwen heen tot op vandaag voor ons, vertellen ze over een nieuwe fase in het leven van de leerlingen toen. We onderzoeken wat dit kan betekenen voor ons, leerlingen nu.

Eerst Matteus. Hij brengt de leerlingen weer naar Galilea, waar het avontuur met Jezus ook begonnen was. Hij schrijft buitengewoon gecomprimeerd en laat in zijn laatste hoofdstuk alles plaatsvinden op 1 dag, op de eerste dag namelijk, op de dag van de verrijzenis. Jezus verschijnt aan de vrouwen, zij moeten de mannen oproepen om naar Galilea te gaan, waar zij dan zelf Jezus zullen zien. De mannen gaan ook meteen en daar, op de berg zien ze Jezus. Dat is typisch Matteus: op de berg. Dat roept weer dat prachtige gebeuren van de verheerlijking op, met Mozes en Elia. Die grote lijn van verbond en bevrijding, van verzet tegen onrecht, door mensen heen, door Jezus heen. De berg, dan denk je aan de Bergrede, dat grote manifest van de boodschap van Jezus. Van liefde en barmhartigheid. Zoek eerst het koninkrijk van God en al het andere valt je toe. Op de berg ontmoeten ze voor de eerste en laatste keer de Verrezen Heer, de Mensenzoon. Hij zendt hen: om die boodschap van hoop en bevrijding, van licht dwars door donker uit te dragen. Uit te stralen. Niet op eigen gezag, nooit met dwang, maar vol liefde en vol van Hem. ‘Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.’ Ik ben met jullie. Zinspeling op de godsnaam.

Een gave en een opdracht: om in die verbondenheid met hem te staan, te groeien in je bestemming en je inspiratie, je geestdrift te delen. Met het oog op gerechtigheid en vrede en een stem voor alles wat klein en kwetsbaar is.

Dat is op aarde te doen, zo laat Lucas zijn leerlingen weten. Hij getuigt op een andere manier over die noodzakelijke fase in het leven van de leerlingen van het eerste uur. Noodzakelijk omdat ze op hun eigen wijze, op hun eigen benen en met hun eigen hart en mond en handen de goede boodschap mogen verder dragen. Jezus keert terug naar de Vader maar het verhaal moet verder. Hun blikrichting verandert: van de hemel naar de aarde. De wereld, waar Jezus niet meer in hun midden is om hen te onderrichten en voor te gaan. Zij zullen zelf voorgaan. Zij zullen nu hun ervaring van God met mensen, van heil en heelheid, van liefde tot het uiterste, doordragen. Het leven met Jezus is deel van hen geworden, is in hen tot geloof en getuigenis gegroeid. Daarvan mogen zij vertellen, tot het uiteinde van de aarde. Bemoedigend is dat, zo’n taak die zo vol vertrouwen gegeven wordt aan de leerlingen van de Heer, aan hen van het eerste uur, en aan ons. Met die blikrichting in de wereld staan. Met het oog op het koninkrijk dat komt, op Zijn tijd.

Ook Lucas benadrukt dat de leerlingen toegerust zullen worden: ze zullen gedoopt worden in heilige Geest. Ze zullen kracht ontvangen en zijn getuigen zijn. Het zal gebeuren, maar nu nog niet. Ze moeten naar Jeruzalem gaan en daar wachten. Hoe ziet wachten er uit? ‘Ze waren in gebed bijeen, en loofden God’, schrijft Lucas in zijn eerste boek (24: 52). Wachten daagt uit tot verstilling, vertraging, een weg naar binnen te gaan, om leeg te worden van onszelf. In de afgelopen periode hebben we kunnen oefenen in wachten, is er verstilling gekomen en vertraging, over ons, in de wereld. Een beweging die van buitenaf werd opgelegd, maar die wellicht van binnen in ons iets heeft opengemaakt. Op deze dag van Hemelvaart kunnen we opnieuw het wachten inoefenen: stil worden en uitzien naar die beweging van God uit, de heilige Geest die ons verwarmt en inspireert, om te gaan in geloof.