Mat. 9, 36 – 10, 8
- Lezing
- Exodus 19, 1 - 6a
Woorden die werken maken van jou een medewerker
Vandaag gaat het over woorden die werken., die iets in beweging zetten. Want “Black Lives Matter” is in deze weken een woord geworden dat werkt. Dat al lang een werking had, maar nu wereldwijd mensen in beweging brengt. Veel dichterbij is het misschien goed om ons aan het begin van deze overweging af te vragen welk woord een werking in het eigen leven had: welk woord heeft mij ooit in beweging gebracht, op weg gezet? Of nog veel actueler: welk woord was het dat mij deed intekenen voor deze viering? Waarom zit ik hier eigenlijk?
Een woord dat werkt is altijd een ontvangen woord, ‘om niet’, en roept dus ook altijd op ‘om niet’ te geven van wat je ontvangen hebt. Zo mogen we vandaag hier zijn. Ontvankelijk voor wat er komt en dat weer door laten stromen waar we na deze viering zijn.
In de eerste lezing horen we vandaag hoe woorden een werking hebben omwille van verbond. En in het evangelie omwille van het Koninkrijk, dat met Hem begint en ook nu op handen is. En door de leerlingen werken woorden omwille van mensen die verloren lopen. Woorden die werken zijn dus werkwoorden: dit werk moet gedaan worden. Het Hebreeuwse woord dabar vat dit samen, want het betekent zowel ‘woord’ als ‘daad’.
Laten we stilstaan bij Mozes: hij vond richting in de woorden zoals hij die intuïtief verstond als van Godswege. Mozes is een goede leider, onderweg naar vrijheid. En tijdens die tocht van drie maanden zijn er af en toe ontmoetingen met God. Dat gebeurt tijdens het luisterend bidden op de berg. Want dat volk gaat van crisis naar crisis en die kunnen we samenvatten in de vraag: is God nu bij ons of niet? Een vraag waar ze mee leven en doorheen trekken. Zo herkenbaar ook in onze levens: je ervaart het niet altijd en weet het eigenlijk nooit zeker. Mozes verstaat dan ”Kijk, waar Gods hand in jouw leven en dat van het volk werkzaam was. Mozes verstaat de nabijheid van God in het manna, het water uit de rots, de overwinning op het kwaad. Dat is hen in die drie maanden overkomen. En vandaag horen we dan dat Hij vanuit die ervaringen opnieuw de berg opgaat om te bidden en te luisteren. Daar klinken de bijzondere woorden ‘op adelaarsvleugelen heb ik je gedragen’. En tegelijk moet Mozes dan ook de opdracht die daarin klinkt verstaan: “Als je luistert en mijn verbond onderhoudt, dán zal je mijn volk zijn”. Priesterlijk zal je als volk een voorganger zijn voor de volken. Zo kan het verbond met de Enige groeien: biddend, luisterend en door crisis heen.
Van Matteüs horen we dat Jezus woorden spreekt die een werking hebben in de leerlingen. Jezus trekt rond, verkondigt en geneest dat is zijn zending volgens Matteus. Jezus is bewogen om de velen die verloren lopen. Bewogen als ‘ten diepste geraakt’. Hij kan het niet meer aanzien. Als iets je zo raakt, dan moet je er iets mee. Zo ontstaat nu
wereldwijd de anti-racismebeweging. We worden niet goed van discriminatie. We moeten op zoek naar goede leiders. Wie zijn de herders die dat opstandige volk kunnen leiden? Zoveel mensen zoeken naar richting, maar naar wie kun je eigenlijk luisteren? Wie geeft richting? Jezus wijst ons de weg: bidt en vraag. Bidt: wees stil en luister. En vraag: je hoeft niet alles in je eentje uit te vinden en op eigen kracht te doen.
Bidt en vraag: zo roept Jezus de twaalf leerlingen, ieder bij hun eigen naam, in hun eigenheid. Twaalf leerlingen doen denken aan de twaalf stammen van Israël: samen voor dat ene volk. En ze krijgen de opdracht om dichtbij te beginnen: denk niet dat je meteen de hele wereld kunt veroveren. Ga niet naar de heidenen, niet naar Samaria. Dit klinkt wel als discriminatie, maar er is een heel oud conflict tussen Joden en Samaritanen over de eredienst. Jezus waarschuwt de leerlingen: zoek het niet op, begin daar waar je de opdracht aankunt. Tegelijkertijd kunnen we bij Matheus lezen hoe Jezus zichzelf ook ontwikkelt. Want voor Jezus begint het bij het Joodse volk, maar in Matteüs 15 ontmoet Hij een Kananese vrouw en luistert naar haar. Hij zal hiemee gestreden en gebeden in zijn hart. En dan begint er iets te schuiven bij Jezus: is het dan toch niet alleen voor het eigen volk? Pas in Matteüs 28 horen we over de zending naar álle volkeren. We hebben er als het ware een compleet Evangelie voor nodig om tot die openheid te komen en te kunnen gaan tot aan het uiteinde van de wereld. Herkennen wij dat zelf ook niet: dat we hier willen beginnen op de plaats waar we leven? Of dat nu hier in deze gemeenschap is of elders, waar je woont? Dat dát ons het meest aan het hart gaat, dat dat gered moet worden, dat daar niemand verloren mag lopen? En wat vraagt het een ontwikkeling om dan samen te zien dat die beweging voor veel meer mensen bedoeld is. De beweging van vrede en barmhartigheid. Het protest tegen discriminatie. Wij kunnen daaraan meewerken als we blijven luisteren.
Zo luisterend kom ik terug bij de vraag: welk woord draag je mee, welk woord of wat raakt je hier in de stilte, in de zang”? Is er een woord dat werkt, dat je mee kunt nemen? Daar is niet onmiddellijk antwoord op. Woorden hebben tijd nodig, de klank van de muziek heeft tijd nodig om dat wat in ons hart geraakt wordt te laten werken. Als we daar gehoor aan geven, worden we medewerkers van Jezus: door te luisteren en te doen zoals het voor jou bestemd is. Voor jou en voor mij zoals we bij onze naam geroepen zijn. Niet iedere mens is immers geroepen om apostel te zijn, maar iedere mens is wel geroepen om zich te openen. Om in woord en daad het Koninkrijk der Hemelen nader bij te brengen. Dan zien we een wereld dagen zonder haat en discriminatie, “Black Lives Matter”. Als christenen zouden we in de geest van Jezus kunnen vertalen: “ieder leven telt”. Is dát niet een wereld om naar uit te kijken en om aan mee te werken?