Mat. 10, 37 – 42
- Lezing
- 2 Koningen 4, 8 – 11
De jaloerse Jezus
De tekst uit het evangelie van vandaag maakt deel uit van de uitzending van de 12 leerlingen. Zij zijn met Jezus onderweg. Zij ondergaan, zo stel ik me dat voor, zijn diepe bewogenheid om mensen die zijn als schapen zonder herder. Ze zien hoe hem dat tot handelen aanzet.
Nu bereidt Jezus zijn leerlingen voor, om zelf op pad te gaan. Hij bereidt hen voor op een harde werkelijkheid : Zij zullen zijn als schapen tussen de wolven. Het is niet makkelijk om als zijn leerling gezonden te worden. Het goede nieuws wordt niet altijd goed ontvangen, roept tot onze verbijstering ook weerstand op en tegenkrachten. Maar: Er is een dwingende noodzaak om gehoor te geven, want de oogst is groot en arbeiders zijn er weinig. De oogst dreigt verloren te gaan. Wat gaat er dan verloren? Een wereld zoals God voor ogen staat, waar de één voor de ander een tegenover is en een hulp aan elkaar gelijk. Dát stond en staat op het spel. Er is ook nu die dwingende noodzaak om met het goede nieuws onderweg te gaan en je aan verbond te wagen.
Geen gemakkelijke woorden van Jezus vandaag, waarmee hij zijn leerlingen toerust om op weg te gaan. ‘Wie meer van zijn vader of moeder houdt, meer van zijn zoon of dochter, is mij niet waardig. Het eerste wat ik dacht: Het kan niet waar zijn, dat het hier gaat om een rangorde in de liefde, dat het liefhebben van ouders, kinderen, partners een tweederangs liefde zou zijn. Het moet om iets anders gaan!
Zou het te maken hebben met jaloezie? Dat klinkt misschien vreemd, maar ik zal het uitleggen. Ik dacht aan de jaloerse God van het Oude Testament, die niet toestaat dat wij iemand anders aanbidden; dat we voor een ander buigen dan voor Hem. Dat is de jaloezie (naijver, zoals het ook wel wordt vertaald), die niet verdraagt dat aan een ander gegeven wordt wat hem of haar niet toebehoort. Deze goddelijke jaloezie gaat om erkenning, dat God Schepper is, aan alle begin staat, Bron van leven. Het gaat om het besef dat wij onszelf niet hebben gemaakt. Alles begint bij God. Dat is dus een andere jaloezie dan hoe wij dat gewoonlijk opvatten: Dan gaat het over willen hebben wat een ander bezit. De jaloezie van God gaat erom dat hij de eerste is en blijft. En in dat spoor kunne we ons voorstellen dat we te maken hebben met een jaloerse, na-ijverige Jezus, die niet toestaat dat een ander (vader moeder, kinderen) op de eerste plaats komt, de ander de erkenning krijgt die aan Hem toebehoort.
Waarom is dat toch zo essentieel? Waar het om gaat is, denk ik, dat we wanorde tegenkomen in onze verhoudingen, zowel in de wereld, de politiek, als in de meer intieme relaties. Maar wat is dan de kern van die wanorde?
Het in wanorde leven, niet in de juiste verhoudingen, heeft, denk ik, alles te maken met het ontbrekende besef dat wij onszelf niet hebben gemaakt. Maar: Wie we zijn, wat we in ons dragen, hebben we ontvangen!. Alles begint bij God, die niet zichzelf maar mij en jou op het oog heeft. Doordat diepe besef dat dát wat je bent, dat je dát niet zelf hebt gemaakt; door dát te erkennen, door ons te buigen voor God, komen we in de goede verhouding, in de goede orde. God is de eerste als het om liefhebben gaat.
Jezus is Gods Zoon, Gods beeld en gelijkenis, omdat dát precies is, wat hij heeft geleefd: een zuivere verhouding tot God. Als geen ander heeft Jezus de liefde van God ontvangen, tot in al zijn vezels toegelaten, zich voor hem buigend, om dán die liefde uit te laten uitstromen. Jezus brengt nu zijn leerlingen en ook ons in deze orde, deze verhouding thuis. Zoals Jezus met God verkeert, als Bron van liefde, zo vraagt hij ons met hem te verkeren. Je als eerste laten liefhebben, en eerst dan die liefde laten uitstromen. Ik ben dus zelf nooit het begin! Zonder dat ‘ontvangen’ ben ik als schaap zonder herder en dool uiteindelijk maar wat rond zonder een ander waard te zijn, én zonder zelf van waarde te kunnen zijn voor een ander. Waar jezelf begin bent, ontstaat er wanorde! Een God-waardig leven, een Jezus-waardig, een mens-waardig leven begint bij ontvangen! Begint bij het zitten bij de Bron. Dat begint dus nooit bij Ik: Ik die aan jou geef.
Maar Jezus gaat nog verder, willen wij hem waard zijn. Zul je je kruis op je nemen en zul je dan bewáren wat je ontvangen hebt, van God, van mij, van je broer, je zuster, de gast in ons midden, in goede en kwade dagen, dagen dat je weerstand ontmoet en met tegenkrachten te maken krijgt. Zul je trouw blijven aan wat je ontvangen hebt, ook al voel je je door God, door mij, door een ander verlaten en voel je je verloren, in de diepte geworpen? Ja, want ook dát zal je overkomen!
Onmiddellijk volgt dan: ‘Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen en wie het verliest omwille van mij zal het behouden’. Niet alleen is er die verleiding om wat we ontvangen hebben ons toe te eigenen, alsof het bij ons begint, maar ook hebben we de neiging vast te willen houden, wat we ontvangen hebben. Dat vasthouden doen we uit angst om het te verliezen. Maar Jezus toont ons zelf dat niets hem weerhoudt om wat hij ont vangen heeft uit te laten stromen. Hij valt nergens op zichzelf terug ook als mensen zich tegen hem keren.
In ieder geval is het zeker, dat waar we vasthouden, voor onszelf houden wat we ontvangen hebben, dat het leven stokt. Niemand leeft voor zichzelf; als we daar geen gehoor aan geven, komen we in de wanorde terecht, God -en mensonwaardig.
Sinds Pinksteren, feest van Heilige Geest en uitgezonden worden, staat er in de hal van onze kapel een ‘hier ben ik’ – zuil. Leden van deze gemeenschap bevestigden zo dit jaar ieder op eigen manier hun lidmaatschap. Dit ‘hier ben ik’ als antwoord; open , ontvankelijk en beschikbaar om dat wat je ontvangen hebt, dat wat je bent, uit te laten stromen naar de wereld om ons heen en daarbij niet op onszelf terug te vallen. Uitstromen, uitgezonden worden vraagt helderheid, klaarheid over wat je ontvangen hebt.
Het woord ontvangen staat centraal vandaag: De tekst eindigt met 7 maal het woord ontvangen en ook in het Oude Testament wordt de profeet Eliza ontvangen door de vrouw uit Sunam, waarop zij nieuw leven ontvangt.
De moeite waard om dat ‘ontvangen’ komende tijd tussen ons in tot woord te laten komen, in jezelf en met elkaar. Wat heb je ontvangen? Want het gaat om te ontvangen wat je bent en te worden wat je ontvangt. Mag het zo zijn.