Mat. 20, 1 – 16

Petra Speelman
Lezing
Jesaja 55: 6 - 9

TITEL DEZE WERELD OMGEKEERD

‘De laatsten worden de eersten en de eersten worden de laatsten’. Gods woord wil deze wereld omgekeerd. ‘Mijn gedachten zijn niet jullie gedachten’. Kernzinnen in de lezingen en de liederen vanmorgen, die flink schudden aan onze primaire reacties, onze denkpatronen en opvattingen, in het omgaan met elkaar, met verschillen tussen mensen. Ze nodigen uit tot een andere blik om te kijken: met de ogen van God, zoals we de Ene leren kennen, met ogen van liefde en verlangen naar verbinding.

‘Zoek de Heer nu hij zich laat vinden, roep hem terwijl hij nabij is’. Zo klinken de woorden in de eerste lezing, De Ene is er, alom, nu, nabij. Die grenzeloze belofte klinkt. Het enige wat je hoeft te doen is je te keren naar Hem. Uit te trekken uit de gerichtheid op jezelf. Je verlangen kenbaar te maken om verbonden te zijn, om aan te haken bij de Bron van leven, die er is. Die onvoorwaardelijk is, zonder oordeel, ruimhartig, steeds opnieuw. Zo anders dan de wegen van mensen vaak zijn in hun, in ons onderlinge geharrewar.

Jezus geeft dáár een voorbeeld van, van gemor en van je tekort gedaan voelen, als hij in de gelijkenis vertelt hoe de werkers in de wijngaard zich verzamelen, rondom de rentmeester die uitbetaalt. De werkers van het eerste uur krijgen hetzelfde uitbetaald als zij die pas te elfder ure aankwamen. De eersten protesteren, dit voelt als oneerlijk.

De luisteraars van toen, en wij die vandaag horen, mogen dan kauwen op het antwoord van de landeigenaar: het is Hem te doen om wat billijk is, wat rechtvaardig is en goed. Zo is het koninkrijk van God: dat elke mens tot zijn en haar recht kan komen. Ruimte heeft om te bestaan. Jezus wil een ander verhaal vertellen dan een vakbondsman of een politicus. Hij vertelt over God en mensen. Over de oneindige goedheid en grootheid van God. De genade en de gerechtigheid van God uit zijn overvloedig en gaan andere wegen dan die wij in onze menselijkheid kunnen bedenken. In het koninkrijk der hemelen telt dát je meedoet, in plaats van hoe lang en hoe intensief. In het koninkrijk van de hemel op aarde is het belangrijker dat gerechtigheid gebeurt dan de vraag of ik in mijn recht sta.

Elke gelijkenis biedt een spiegel die in elke tijd en situatie vertaald wordt, naar gelang de toehoorders een plek innemen of toegewezen krijgen in het verhaal. De gelijkenis van vandaag is ingepakt in vrijwel dezelfde begin – en een eindzin, die al betekenis prijsgeeft: eind hoofdstuk 19 en nu laatste vers: ‘Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.’

Jezus vertelt deze gelijkenis als antwoord op een vraag van Petrus: zij hebben, als leerlingen van het eerste uur, alles opgegeven, en verwachten een beloning daarvoor. Er zijn er ook die later zijn aangesloten op die weg van Jezus…. Hoe zit het daarmee? In die tijd gebeurde het, en ook later in de gemeente van Matteüs, dat er volgelingen kwamen uit de joden, en volgelingen uit de volken. Die moesten zich met elkaar verhouden. Later waren er mensen die Jezus zelf hadden meegemaakt, en hen die het moesten hebben van ‘horen zeggen’. Er zijn mensen die van jongsaf aan met de kerk en het geloof zijn vertrouwd geraakt, en mensen die op latere leeftijd tot geloof zijn gekomen. Of zelfs pas in het zicht van hun levenseinde leren bidden….

Het gaat steeds om verhoudingen tussen verschillende mensen, groepen mensen, binnen die gemeenschap van Christus, in het verbond van God en mensen, met het oog op het koninkrijk der hemelen, een bewoonbare wereld, hemel op aarde. Daarin wil Jezus toerusten, richting geven. En dat doet hij met een beeld uit het leven van toen gegrepen: een wijngraad, een landeigenaar en zijn rentmeester, dagloners die ingehuurd worden voor het werk.

Richten we ons nog weer op de dynamiek n de gelijkenis. We kunnen ons voorstellen dat de arbeiders die het eerst werden uitgezocht natuurlijk degenen waren die er sterk en gezond uitzagen. In staat om een hele dag te werken in de zon en de warmte. Er wordt zoals we horen een bedrag afgesproken dat overeenkomt met het dagloon, waar iemand dus met zijn vrouw en kinderen van kan eten. Een prima werkgever is dit. Wie zijn die mensen van het eerste uur? Het volk van Israël, de eerste volgelingen, de trouwe oude garde in kerk en gemeenschap, de fitte en gezonde selfmade mensen in de maatschappij…. U en ik.

De mensen die langer moeten wachten voordat ze worden ingehuurd voor werk, zijn mensen die minder sterk en fit overkomen. Mensen ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’, zoals je soms hoort zeggen. Met een moeilijke achternaam, met een zwaar levensverhaal. Die moeilijker ‘te bemiddelen zijn’. Ook zo’n woord! Wie zijn deze werkers van het 3e 5e , 11e uur? De volgelingen die gaandeweg meeliepen, de christenen uit de volken, de nieuwkomers in de kerk en gemeenschap, de mensen die kwetsbaar in het leven staan, aan de rand van de samenleving geraakt... U en ik.

De oren van de toehoorders zijn gespitst omdat het natuurlijk wel vreemd is dat die landheer zelf op zoek gaat naar werkers. En daar de hele dag mee bezig is, onvermoeibaar, bevlogen om ieder mens in te schakelen. Bij de uitbetaling blijkt dan nogmaals, zoals gezegd, hoe anders deze landheer is dan gebruikelijk. Iedere mens telt, iedere mens mag rekenen op de goedheid en rechtvaardigheid en genade van God. Het gaat niet om je loon, het gaat om het koninkrijk. En daarin worden genodigd en bezig zijn, dat is je beloning.

Opgeschud, opgerekt en opengebroken tot ruimhartigheid! In deze Vredesweek worden we opgewekt en aangespoord om opnieuw na te denken over de verhoudingen tussen mensen. Om ons bewust te worden van onze eigen denkpatronen. Het thema is: Vrede verbindt verschil. Verschil kunnen dragen en verdragen vraagt dat ik vrij word van binnen, dat ik open kan kijken, zonder oordeel, zonder angst. Een uitdaging en een heilige opdracht, voor deze week, en voor de tijd die voor ons ligt. Mogen we daartoe worden bemoedigd.