Joh. 1, 1 – 18

Petra Speelman
Lezing
Jesaja 52: 7 – 10

Hoe leven wij in God? – Ontvang zijn licht en ga op weg

Hoe welkom zijn, op de bergen, de voeten van de vreugdebode die vrede meldt, goed nieuws, over God die koning is. Anders dan wereldse machthebbers. Met oog en oor voor kleine en kwetsbare mensen. Uit op bevrijding van alles wat neerdrukt, kleinmaakt. Hoe welkom is dit visioen geweest in de tijd van Jesaja, deze belofte, dit teken van vernieuwing, het perspectief van een einde aan ballingschap. Van terugkeer. Weliswaar naar puinhopen, maar houd moed, daaruit kan iets nieuws worden gebouwd. ‘Juich, puinhopen van Jeruzalem, want de Heer heeft zijn volk bemoedigd, en de verste hoeken van de aarde hebben het heil gezien dat van onze God komt’.

Hoe welkom was en is, de lichtmens Jezus. Johannes heeft hem ervaren: Hij was van bij God, van in den beginne, zo bedoeld door God in zijn schepping, in verlangen naar verbond en verbinding. Een woord gesproken in de hoop op een antwoord, op dialoog. Een woord dat is neergedaald uit de hoge, uit de werkelijkheid van God in de werkelijkheid van de mensen. Hemel en aarde raken elkaar. In Hem was licht en leven. ‘Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis kon het niet aan.’ Ook Johannes heeft weet van duisternis, van de krachten en machten van de wereld. Hij heeft gezien hoe die prachtige mens van God, Jezus die de Christus is, werd belaagd en bespot en ten onderging in het geweld van krachten die het licht niet verdragen. Hij heeft ook ervaren hoe dwars door die dood en duisternis heen, als nieuw, het licht opkwam, Verrijzenis, nieuw leven. Zo getuigt deze evangelist, vanuit dat verrijzenisgeloof. Hij heeft ze opgetekend, die krachtige woorden van Jezus: ‘Ik ben het licht voor de wereld, Ik ben de weg en de waarheid en het leven’. En hij schrijft zijn proloog. Over het woord van God dat mens geworden is, Jezus de Christus, vervuld van waarheid en genade.

Zo welkom is dit woord van vrede en licht, doorgedragen eeuwenlang, geloofd en geleefd tot op vandaag. Troost en bemoediging in het donker van onze dagen, dagen van verdriet en rouw om een geliefde die is heengegaan. Van zorg en onzekerheid omtrent gezondheid en toekomst. Van een voortdurend beroep op ons aanpassingsvermogen en onze creativiteit om samen en verbonden te blijven. Zo welkom is dit licht, een kleine zuivere vlam ontstoken in het donker van deze tijd. Zo welkom is deze boodschap van hoop en troost. Die krachtige woorden ‘en toch…’. Dwars door alle chaos heen, dwars door ons menselijk falen en tekort…. gaat het woord van God zijn bevrijdende gang. Deze oude getuigen van dat licht uit de hoge, Jesaja, Johannes, opnieuw klinkt hun vreugde. Oude woorden die weer glanzen nu wij ze binnenlaten in onze realiteit, in ons leven.

Kan ik het licht binnenlaten, ontvangen? Op enig moment kan soms de angst of het verdriet me in de greep houden. Dan komt die liedregel op in mij: ‘Al is mijn stem gebroken, mijn adem zonder kracht, het lied op andere lippen draagt mij dan door de nacht’. Samen, in verbondenheid, ontvangen we de vreugdebode, ontvangen we zijn licht. Genade op genade.

Het is een geweldige uitnodiging die vandaag opnieuw klinkt, om zijn Licht op te nemen, in je op te nemen. Om te worden wie je bent. Steeds meer te worden wie je al bent: Mens van God, Lichtmens. Vanuit de nacht met dat wonder van licht en nieuw leven, gaan we op deze nieuwe morgen op weg, met dat Woord van leven dat onder ons woont, dat in ons verblijft, dat uitstraalt in de wereld.