Mar. 16, 15 – 20
- Lezing
- Handelingen 1: 1 - 11
ONTDEK JE VERANTWOORDELlJKHEID, IN VERBONDENHEID
Mensen van God,
De beide getuigenissen die we vandaag horen laten zich lezen als een Bildungsroman. Of verfilmen als een coming-of-age- verhaal, waarin de ontwikkeling richting volwassenheid centraal staat. Nog één keer worden de adolescenten toegesproken, en dan zijn ze er klaar voor. Dan gaan ze hun eigen weg. Met in hun bagage de lessen en adviezen van de ouders, van leraren en andere wijze voorgangers. Een natuurlijke gang in de ontwikkeling van mensen: afscheid nemen van het vertrouwde, de eigen verantwoordelijkheid ontdekken en op je nemen.
Het raakte me opnieuw hoe noodzakelijk dit gebeuren van de Hemelvaart van Jezus is in het leven van de leerlingen van het eerste uur en in het ontstaan van de kerk. Want het verhaal gaat verder. Na de Verrijzenis heeft Jezus nog 40 dagen gesproken met zijn leerlingen, zo schrijft Lucas in de Handelingen. Een oefenperiode, zoals we weten van andere passages in de Bijbel. Inoefenen wat het betekent om te leven vanuit dat Verrijzenisgeloof. Een neerslag van ervaringen dat de Levende aanwezig is, nog voorgaat. Een inoefening in verbonden zijn, met Hem en met de Vader. En verbonden met elkaar als gemeenschap in zijn naam. Na deze 40 dagen komt dit keerpunt: Hij zal hen definitief verlaten om te keren naar de Schepper, naar het huis van God, de hemel. Op een prachtige oude Tsjechische schildering uit de 13e eeuw zag ik de hemelvaart verbeeld, met alleen 2 voeten die ook bijna in de wolk verdwenen. Ten hemel opgevaren is Christus die Heer en Koning is, Halleluja. En Hij zit dan aan de rechterhand van de Vader, van daar hij zal komen oordelen levenden en doden, zo klinkt onze belijdenis. Wanneer alles is voltooid, aan het uiteinde, van de tijd.
Voor de leerlingen breekt een nieuwe fase aan, in hun leerlingschap. Met hun blik nog gericht naar de hemel, alsof ze ook met hem willen opgaan. Totdat de engelen hen in hun eigen realiteit trekken. Het is hier te doen. Op de aarde, in het leven met elkaar. Altijd ook in de verbinding met de hemel, maar zij zijn, wij zijn op de aarde. De Heer zal weer komen, maar God weet wanneer. In de tussentijd is de beurt aan hen, ons, aan de leerlingen van alle tijden.
Het Woord is nu aan hen. Alles wat hij hen heeft geleerd. De woorden ván Jezus gaan over in woorden óver Jezus. Lucas schrijft kernachtig en duidelijk over die opdracht, als hij de vraag van de leerlingen laat horen, nog aan hun Verrezen Heer: Heer, herstelt u in deze tijd het koninkrijk voor Israël?
In zijn antwoord wijst Jezus naar hen, met groot vertrouwen en een royale opdracht. Niet ik, maar jullie zullen kracht ontvangen. Om te getuigen, om de boodschap van Gods liefde te verkondigen, van leven dwars door dood en doodsheid heen. Om alles te spreken en te doen wat met het koningschap van God te maken heeft. In de laatste verzen van het evangelie volgens Marcus horen we hoe dat eruit zal zien: zij die geloven zullen tekenen verrichten, tekenen van bevrijding, onbevreesd in hun omgaan met mensen. Alles wat mensen bezet houdt zal verdwijnen. Mensen worden opgericht, geen kwaad kan hen meer deren. Dat zijn tekenen van het koningschap van God. Er klinkt grote haast: meteen na de hemelvaart trokken ze er op uit om te verkondigen terwijl de Heer meewerkte, er was synergie, staat er.
In de Handelingen vertelt Lucas nog van een andere ervaring: dat de leerlingen, nadat ze door de engelen weer met hun voeten op de grond waren gezet, naar Jeruzalem gingen en nog bij elkaar waren in gebed. Als het ware om die grote ervaring, die diepgaande beweging die nu van hen gevraagd zou worden tot zich door te laten dringen. Gaandeweg zijn zij tot spreken en handelen gekomen, helemaal in kracht gesteld toen na nog eens 10 dagen de Heilige Geest op en in hen kwam.
Getuigen zullen de leerlingen van alle tijden. En dan niet alleen voor Israël maar tot in de uiterste hoeken van de aarde. Getuigen van het licht voor de wereld. Dat is een pittige en ernstige opgave, omdat er zoveel plaatsen zijn waar dat licht zo enorm onder druk staat. Maar met de belofte dat de Heer meewerkt, in synergie is, als je op weg gaat, met je hart brandend.
Met de Hemelvaart van Jezus is een nieuwe fase aangebroken. Ook in mijn, in onze geloofsontwikkeling. In het verhaal van geloof van ‘mensen van de weg’, de weg die Jezus is, wordt opnieuw gevraagd om je eigen plaats in te nemen. Je eigen verantwoordelijkheid te ontdekken en op te nemen. In mijn opleiding Contextueel pastoraat leerde ik een begrip dat hierover gaat: het begrip ‘legaat’. Dat is het geheel van waardevolle elementen uit de traditie waarin je bent geworteld, opnemen, en daarin je eigen kleur mengen. En doordragen, met het oog op komende generaties, op toekomst.
Met Hemelvaart worden we uitgenodigd om dit legaat dat Jezus ons nalaat op te nemen. En zelf te doen. Altijd in de verbinding met de hemel, de hemel van God, met Jezus als bron van levend water in je binnenste. En met de aarde, de aarde van de mensen. Wel zelf, nooit alleen. En in de verwachting van heilige Geest die verwarmt en op weg zendt.
Mag het zo zijn.