Joh. 4, 27 – 42
- Lezing
- Jona 4: 1 - 11
Meditatie bij de Jacobsbron
Vandaag opnieuw bij de Jakobsbron,
eeuwenoude bron
om water te putten.
Zonder water is er geen leven.
Niet alleen water
maar ook, volgens oude verhalen,
een plaats waar een man een vrouw vindt
plaats van verbond, van verbinding.
We hoorden het de afgelopen week:
Jezus was moe.
Moe?
Zoveel liefde te geven
en zoveel liefde niet aangenomen.
Geen verbinding.
Moe?
Ook van mij? Van ons?
Geef mij te drinken, hoorden we hem zeggen
tegen de Samaritaanse
Hij zal dat nog een keer zeggen,
in zijn Godverlatenheid:
IK heb dorst!
Zoveel liefde gegeven.
Zoveel liefde niet aangenomen.
Maar het kan anders!
Er is hoop!
We hoorden het vorige week
Een vrouw, een Samaritaanse,
die zich door Jezus liet raken,
die de waarheid over zichzelf aandurfde.
Welke waarheid?
De waarheid, dat zij de leegte in haar
had trachten te vullen
door schijnverbinding.
Laten we nou maar niet zeggen dat dat ons vreemd is!
Jézus zocht geen liefde voor zichzelf
daar bij die bron
Hij weet zich geliefd vanaf zijn eerste beginnen.
Maar hij zocht bij deze Jakobsbron
de toegang tot de bron in deze vrouw vrij te maken.
Hij vermoedde in haar, zocht in haar
de bidder in geest en waarheid
De vraag is:
Laat ik dat toe?.
Laten wij dat toe?
Laat ik mij bij de waarheid brengen?
Laat ik het toe,
dat ik het in de leegte uithoud
zolang de toegang tot de bron versperd is?
Laat ik me niet verleiden tot makkelijke liefde
maar blijf ik zitten bij de Bron
net zolang, totdat Hij komt?
Laat ik Hem mij overkomen?
Jezus zocht de vrouw als bidder in geest en waarheid
En vandaag vindt hij haar.
Dat is zijn voedsel!
Ik heb al gegeten, zegt hij
tegen de leerlingen.
En de vrouw?
Ze laat haar kruik staan.
Ze heeft deze niet meer nodig.
Immers: Stromend water in overvloed!
Door werkelijk te ontvangen wat haar gegeven werd,
wordt ze wat ze ontvangt.
Ze wordt zaaier van zijn woord, van zijn liefde
Daar staat ze, tussen haar stadsgenoten in
Mensen, die alles van haar leken te weten,
en haar uit de weg gingen.
Mensen, zoals wij, die van zichzelf soms niet weten
hoe hongerig, hoe dorstig ze zijn,
laat staan dat er in hen, in ons een bron is
met stromend water dat leven geeft.
Leven dat eeuwigheidswaarde in zich draagt.
Zo staat zij tussen ons in! Hier en nu,
tussen ons in
Ze deelt met ons haar geluk:
dat Hij die haar niet kende
alles over haar wist
en haar toch niet de rug toekeerde.
Hij is een wetende, zegt ze.
Hij ziet je.
Hij weet wie je bent,
waar je gaat, wat je beweegt.
Je ligt voor hem open.
Wees niet bang, zegt ze
en als dat wel zo is: Vertel hem dan dat je bang bent.
Vertel hem de waarheid over jezelf, jouw verhaal
En als je je dan niet onttrekt aan zijn blik
wekt hij jouw zachtheid,
zul je worden een bidder in geest en in waarheid
Dan zwijgt ze, geen woorden meer.
Ze wijst allen maar:
Kijk daar, daar is Hij, tussen ons in,
Mijn redder, mijn bevrijder
Hij is het, die opende de bron in mij!
Ook mijn redder, onze Redder, die in ons de bron opent?
Bidden we, dat, zoals wij hier zijn,
de oogst groot zal zijn
van dit onder ons gezaaide woord.