Joh. 8, 12 – 20

Petra Speelman
Lezing
Exodus 13: 17- 22

LICHT VAN DE WERELD

Mensen van God, Over licht gaat het vandaag, op deze dag van licht! In het evangelie hoorden we zojuist Jezus zeggen: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie Mij volgt, gaat nimmer in duisternis, hij behoudt het licht van het leven.’

In de eerste lezing klinkt hoe de Heer met het volk Israël meetrekt, voor hen uit in een wolkkolom en in een vuurzuil, om hun licht te zijn. Nooit week de kolom en de zuil, nooit week de Ene, op de weg door de Rietzee-woestijn.

Dit licht van in den beginne, levengevend licht, voor mensen en de gehele schepping. Door alle tijden heen klinkt deze belofte om aan vast te houden wanneer het donker wordt, in je leven, in de wereld. Een piketpaal op onze tocht, in alle omzwervingen die wij maken. Als stevige basis, vertrekpunt, Bron.

We worden meegenomen in het boek Exodus, in de omzwervingen van het volk Israël dat uittrekt uit Egypte, uit slavernij, op weg naar beloofd land. ‘Het geschiedde’ staat er, een nieuw hoofdstuk in de heilsgeschiedenis breekt aan. Ze zijn nog maar net vertrokken, horen we vandaag, of God besluit om hen niet de kortste weg te wijzen, maar een omweg te laten maken, dwars door de Rietzeewoestijn. Ze moeten niet die kortste weg nemen omdat ze dan door het gebied van de Filistijnen moeten, vechtersbazen zijn dat. Daar is het volk niet tegen opgewassen blijkbaar, en dan zouden ze terug willen naar Egypte. Waarom is dat? Waarom die omweg? Bij de voorbereiding op deze lezingen werden we op het spoor gezet van rabbijn Jonathan Sachs, die weer op zijn beurt zijn licht had opgestoken bij rabbijn Maimonides, die leefde in de 12e eeuw. Zijn visie was, en dat boeide me, dat God de mens een vrije wil heeft gegeven, een eigen menselijke natuur. Daarin kan de Ene niet ingrijpen. God kan de mens dus niet moedig maken om de Filistijnen te verslaan. De mens kan en moet zich ontwikkelen. En, zoals we allemaal weten, veranderingsprocessen in de mens, in gedrag, gaan langzaam. In dit geval is dan de kortste weg niet per definitie de beste weg. Want het volk moet leren om vrij te zijn, om een volk te worden, gemeenschap te vormen, om in verbond met God te leven. De generatie die hier uit Egypte trekt, dat zijn niet dezelfde mensen die de Jordaan zullen oversteken en het beloofde land betreden. Het wordt een tocht van 40 jaren, een mensenleven lang. Daarom is dus die omweg nodig, die tocht door de woestijn, waar het barst van de leermomenten: beproeving, ervaring dat je niet alleen gaat, dat God meetrekt, in een wolkkolom, in een vuurzuil, door het water van de Rietzee. Nooit week die kolom, die zuil. Nooit wijkt God, die Mozes heeft leren kennen met de Naam Ik ben er, ik zal er altijd zijn. Die naam leert het volk kennen, gaandeweg, gaande de weg.

Ik ben, die woorden, die de godsnaam dragen, neemt Jezus op, in zijn toespraak in de tempel. Hij staat daar, tijdens het feest van Loofhutten, hét feest waarop die tocht door de woestijn wordt herdacht, waarop gevierd wordt dat God nabij is en de weg wijst. De tempel is tijdens deze feestdagen verlicht door enorme kandelaars. Een en al licht. Jezus bevindt zich in die tempel, bij de offerkist, in de voor iedereen toegankelijke voorhof voor de vrouwen. In de openbaarheid dus. Hij spreekt: ‘Ik ben het licht van de wereld’. Ik ben. Licht van de wereld. Zoals Johannes al in het eerste hoofdstuk over Hem getuigt: het Woord van den beginne, dat bij God was, dat Leven is en het Leven is het licht voor de mensen. Hij is het licht voor de wereld. Wie Hem volgt, gaat nimmer in duisternis, hij en zij, behoudt het licht van het leven. Een beeldspraak om diep in je op te nemen, dat inspireert en troost als het leven zwaar is.

De Farizeeën reageren meteen. Er ontstaat een discussie die humoristisch zou kunnen zijn, maar waar je doorheen een diepe angst, afweer en dreiging voelt. De discussie gaat erom dat een uitspraak waar is als er 2 getuigen zijn die dit bevestigen. Jezus doet een uitspraak over zichzelf. Hij is er dus maar één. Maar hij is samen met de Vader, dat is 2. Waar is dan je Vader? Zo’n mis-verstaan. Pijnlijk is dit onbegrip, over en weer. Elkaar niet kunnen bereiken in wat je drijft, inspireert.

Johannes, en de mensen die dit getuigenis hebben bewerkt, ze zin bekend met misverstaan en discussie. In de jonge christengemeente zelf, onder elkaar, en in de verhouding met de joodse gemeenschap die haar identiteit opnieuw moet zoeken na de chaos rond de verwoeste tempel, in de 1e eeuw van onze jaartelling. Misverstaan, op verschillende lagen communiceren, het is van alle tijden. Het blijft een kunst om je open te stellen voor wat de ander beweegt. Dat groeiproces van het volk Israël in de woestijn is een universeel proces in mensen. Ontdekken wie de ander is, en de Ander met een hoofdletter. Ontdekken wie je zelf bent in relatie tot die ander. We hebben indringend gebeden: ons handelen is zo vaak besmet met eigenwaan, dat we onze eigen ideeën vasthouden en niet leeg genoeg worden om Hem te ontvangen.

Open staan, open durven komen, uit je eigen comfortzone, je bubbel, zouden we nu zeggen…. Dat kan misschien alleen wanneer je beseft dat je zelf staat op stevige grond. Van daaruit kun je moed vatten om ontvankelijk te zijn, nieuwsgierig, onbevreesd dat die stevige grond gaat schuiven in dat contact met de ander.

Ons wordt vandaag stevige grond aangereikt. De stevige grond van Israël, volk van het verbond dat ervaart dat de Ene nooit wijkt op de weg van bevrijding.

De stevige grond van Jezus, zoon van dit verbond, Mensenzoon. Ik ben Licht uit Licht, licht van de wereld, zegt Hij. Als je Mij volgt ga je nimmer in duisternis.

In dat licht mag alles aan het licht komen. Onze angst en huiver, onze sprakeloosheid, rouw, passie, diepe vreugde. Hij neemt het op, en het donker verdwijnt.

Mogen wij ervaren dat wij staan op die stevige grond, en kunnen leven in dat perspectief van licht en Bevrijding. In de wereld, die nood heeft aan mensen met een open blik, en een licht hart.