bloeien
Vanaf mijn vroegste jeugd heb ik gedanst, op allerlei verschillende manieren. Klassiek en modern ballet, volksdansen, liturgisch dansen, sacrale dans. Ik houd van beweging en dat vertaalt zich voor mij naast wandelen in de natuur het beste in de dans.
Opleiding
Dankzij een jaartraining Bibliodrama en Bibliodans bij Stichting De Zevende Hemel leerde ik hoe het dansen vanuit het lichaam kan ontstaan. Terwijl ik tot die tijd de beweging vanuit teksten, liederen of afbeeldingen liet ontstaan, ontving ik nu de instrumenten om het lichaam zelf te laten leiden. Na deze opleiding heb ik mijn danswerk geprofessionaliseerd.
De methode Bibliodans, zoals die in Nederland is ontwikkeld door Riëtte Beurmanjer en waarop zij als theoloog promoveerde met haar proefschrift Tango met God, heeft mij veel gebracht. Dansen is voor mij bidden met het lichaam, de beweging brengt mij in verbinding met mijzelf, met de aarde, met de Bron van leven.
Bibliodans
Wat is Bibliodans? Het is een vorm van dansexpressie waarbij het lichaam door de danser in beweging is gebracht en er daarna een inhoudelijke component in de vorm van een Bijbelverhaal of gedicht of Bijbels thema aan wordt toegevoegd. Het is een expressieve dans als spirituele oefening, waarin de danser zich opent voor de Bron, voor Gods aanwezigheid. De danser luistert naar de beweging van het lichaam, naar wat het lichaam vertelt. Want het lichaam is een bron van kennis: het roept herinneringen wakker, we hebben een lichaamsgeheugen – het roept verlangens wakker, of een diep weggestopt verdriet, of een nieuw inzicht.
Het lichaam liegt nooit, het weet eerder wat er in mij leeft dan mijn brein. Maar het is een kunst om mij hiervoor te openen en de kennis die mijn lichaam vrijgeeft ook aan te nemen. Dit klinkt misschien ingewikkeld, maar een eenvoudig voorbeeld is ziekte, denk maar aan hoofdpijn of maagpijn: het lichaam spreekt en vraagt om rust. Maar hoe moeilijk is het om hier gehoor aan te geven… Zo is het ook in de dans: het lichaam spreekt, de beweging spiegelt mijn innerlijk. Als ik me hiervoor open, word ik één geheel, een heel mens.
Groepen en persoonlijk
Door de jaartraining bij de Zevende Hemel ben ik geschoold in het werken met Bibliodans in groepen. De uitwerking daarvan is altijd vitaliserend, want door de combinatie van beweging en inhoud ontstaat er zowel vreugde als ernst. Het is een heilig spel, waarin de ontmoeting met elkaar als dansers en de verbinding met jezelf en de Bron van leven je kan overkomen.
De methode van Bibliodans blijkt ook heel geschikt voor het begeleiden van retraites. De begeleiding van retraites door gesprekken was al onderdeel van mijn werk, een aantal jaren geleden ben ik begonnen met het begeleiden van individuele dansretraites. En sinds een aantal jaren werk ik hierin ook samen met Riëtte Beurmanjer. Wat gebeurt er tijdens zo’n retraite?
Dansretraite
Als iemand zich aanmeldt voor een individuele dansretraite, vraag ik altijd om vooraf aan te geven of er een vraag of een thema is waar diegene zich mee bezig wil houden. Meestal is dit wel zo, maar als het niet zo is stappen we er samen open in. Dan dient de vraag of het thema zich via de beweging, de stilte en het gebed altijd op een gegeven moment aan. Een individuele dansretraite duurt meestal zes dagen, maar soms komt iemand drie of vier dagen.
Ik werk met de retraitant altijd in de kapel van onze gemeenschap. We starten daar met een kort gesprek met enkele vragen zoals: hoe zit je hier nu, hoe is het met je energie, wat heb je vandaag bij je? Daarna warmen we samen het lichaam op, want dat is belangrijk in deze methode. Je begint bij het lichaam en in Bibliodans gebruiken we het schema van Rudolf van Laban, die beweging ordent naar ritme, tempo, ruimte en kracht. Door dit begin komen we aan in ons lichaam, worden we ons lijf gewaar. Het is ook belangrijk om aan te komen in de ruimte, zeker als iemand voor de eerste keer te gast is in de gemeenschap en de kapel niet kent. Aankomen in de ruimte doen we door rondlopen in verschillende richtingen en met afwisselend tempo.
Na deze oefeningen geef ik de retraitant impulsen voor beweging. Er is geen programma, want het is altijd maatwerk. De ene keer geef ik een psalm en nodig uit om die hardop te lezen en er beweging bij te laten opkomen. De andere keer vraag ik om de reis van huis naar hier in beweging uit te dansen. Of, als er een duidelijk thema is, start ik met een woord dat daarbij past en vraag om in het lichaam te onderzoeken waar dit woord iets in beweging brengt – en die beweging te volgen. Die eerste dans laat zien hoe de retraitant beweegt en aan het einde van de dans zoeken we samen naar woorden, kort en krachtig – om niet terug te schieten in denkwerk.
Dat leidt dan tot een tweede impuls voor beweging, soms is dat al voldoende, soms volgt er nog een derde of een vierde. Maar we werken nooit langer dan een uur, dat is echt voldoende. Op grond van dit uur zoek ik een Bijbeltekst, een gedicht of een afbeelding en geef die aan de retraitant mee voor het persoonlijke gebed.
De dansretraitant is altijd in stilte en daarmee scheppen we ruimte om bij zichzelf te blijven. In de stille tijd gaat iemand wandelen, mediteren, zich creatief uiten in het atelier; hij of zij doet wat passend is om in de innerlijke ruimte te verwijlen. De volgende dag begin ik weer met een kort gesprek en nodig uit om te delen wat er in de afgelopen 24 uur gebeurde en wat het heeft wakker geroepen. Dat is dan de inhoud voor het begeleidingsuur.
Een gebeuren van lichaam, ziel en geest
Deze beschrijving geeft misschien wel een beeld, maar wat gebeurt er nu werkelijk door de beweging? Dat is een geheim, waarvoor ik moeizaam woorden zoek. Mijn rol als begeleider is die van getuige: ik ben erbij. En soms ben ik ook vroedvrouw, dan help ik om nieuw leven, nieuwe inzichten geboren te laten worden.
Want de retraitant doet zelf het werk, de retraitant vertrouwt zich met lichaam en ziel toe aan de Bron van leven, aan God. Je toevertrouwen is een thema dat zich ‘gemakkelijk’ in beweging laat vertalen. Een voorbeeld: als iemand altijd heel hard heeft moeten werken om overeind te blijven in het leven, kan het gebeuren dat ik de impuls geef om op de grond te gaan liggen en daarbij het woord ‘je laten dragen’ meegeef. En dan te onderzoeken of en zo ja hoe het lichaam in beweging komt. Dan kan het zomaar gebeuren dat iemand die met grote en krachtige bewegingen aan de slag was, opeens ontdekt dat het heel intens is om alleen maar wat vingers of een voet te bewegen op de muziek.
Het toevertrouwen van het lichaam aan de grond verwijst dan door de beweging naar je toevertrouwen aan de Bron van leven. Of een ander voorbeeld: als iemand al enkele dagen onbewust de blik naar beneden richt tijdens de dans, kan het een enorme impact hebben als ik uitnodig om te dansen met de blik recht vooruit. En als ik daarna bijvoorbeeld de impuls geef om ‘oog in oog’ te dansen met de brandende kaars, of met de icoon van Christus, of met het kruis, kan deze subtiele verandering van de blikrichting nieuwe horizonten openen. Er kan bijvoorbeeld door de beweging het inzicht groeien hoeveel dat ‘gebogen hoofd’ in het dagelijks leven het beperkte zicht bepaalt.
Het lichaam liegt nooit
Hoe het ook zij, er gebeurt altijd iets, soms door weerstand heen, soms met diepe dalen en hoge toppen. Het is vaak een combinatie van vreugde en verdriet, die door de beweging wakker wordt gemaakt. Maar het kan natuurlijk ook gebeuren, dat het lichaam laat zien hoe weinig beweging er is. Dat is confronterend en lastig. Dan blijven we zoeken naar wat de kleinste beweging te zeggen heeft. En zelfs dan, kan er heel veel gebeuren.
Zoals gezegd: het lichaam liegt niet en voor wie wil luisteren, gebeurt er altijd iets dat in het leven verder uitgewerkt kan worden.
Leonie