Luc. 1, 57 – 80
- Lezing
- Micha 5, 1 – 4a
‘Het ‘ja’ van Zacharias.’
We zijn opnieuw in het huis van bij Zacharias en Elisabeth. Maria is vol van zegen naar eigen huis teruggekeerd. ‘Hier in deze gemeenschap gebeurt Zacharias en Elisabeth’, zo zei Annet het in haar overweging op de 1ste zondag van advent. Laten we ook vandaag zo naar dit verhaal luisteren.
We hebben op die 1ste advent gehoord hoe Zacharias in de tempel, een vraagteken zetten achter de boodschap van de engel. Zacharias vroeg niet hóe maar óf het wel zou geschiedden dat Elisabeth een zoon ter wereld zou brengen. Invoelbaar! Zacharias had zolang verlangd, zoveel gebeden. En wellicht was dat steeds maar blijven ‘uitzien naar’ gestorven. En daarmee ging ook de betekenis van zijn naam Zacharias ‘God gedenkt’ ondergronds. En als dat ‘God gedenkt’ ondergronds gaat, het verlangen ondergronds gaat, wordt het leven doods.
Om tot leven te komen! Daarom werd, denk ik, Zacharias stil gezet, werd zijn leven onderbroken. Hij werd van Godswege ertoe gebracht om te komen tot zichzelf. Om te komen tot het vertrouwen dat ook zíjn leven, samen met Elisabeth, toekomst zou hebben.
Dat geldt ook voor ons. Het vertrouwen te wagen dat ons samenleven vrucht zal dragen. Niet óf maar hóe! Het verlangen niet ondergronds laten gaan. Ons leven komt hoe dan ook terecht. Niet zonder ons. Niet zonder onze keuzes. Niet zonder onze inspanningen, maar ook is het niet door ons te máken, maar wel te ontvangen.
Hoe stellen we ons dat voor. Zacharias die 9 maanden niet heeft gesproken. Geen woord kwam over zijn lippen. Alleen ogen die zijn vrouw Elisabeth volgen, die zien het geheim van haar zwangerschap. Alleen ogen die, bij het bezoek van Maria, zien hoe deze vrouwen zegenen en zich gezegend weten door die ander. Alleen oren om te horen het stille gesprek tussen hen. En dan: Dan zijn de dagen van Elisabeth vol, vervuld. Een kind, een zoon wordt geboren, de toekomst gaat open. De geschiedenis herhaalt zich. Vrouwen die onvruchtbaar toch vruchtbaar werden op een woord vanuit de Hoge.
Zoals wij hier zitten herkennen wij wellicht die beweging van onvruchtbaar zijn naar vrucht dragen? Wie van ons ging niet door leegte, door niet-weten, door een fase van pijnlijk onderbroken worden.
Wie van ons ging daar niet door heen, om op een diepere laag, misschien anders dan gedacht, leven te vinden, zegen te ontvangen. Die beweging van onvruchtbaar naar vruchtbaar zijn, kan ons persoonlijk overkomen. Maar zij geldt ook voor ons als gemeenschap, periodes van stilstaand water, onvruchtbaarheid, om dan toch daar doorheen léven te vinden. En we mogen nog veel ruimer, breder denken, dan alleen deze kleine plaats.
En het geschiedde, staat er dan in de tekst. Als dat er staat, moeten we onze oren spitsen. Er gaat iets gebeuren van Godswege. Het is de 8ste dag na de geboorte We stellen ons het voor: Het huis van Elisabeth en Zacharias is volgestroomd met buren en verwanten, want deze dag zal het kind worden besneden. Opgenomen in het verbond van God met zijn volk. Ook de naam van het kind zal worden uitgeroepen! Uitgeroepen! Daar zit het woord roeping in. Die naam, die iets vertelt over hoe het kind bestemd is, hoe het door God bedoeld is. Voor de gasten in het huis van Zacharias en Elisabeth is het duidelijk. Het kind zal de naam van de Vader ontvangen: Zacharias zal hij heten. Mooie naam voor een kind waarvan gedacht werd dat ze het niet meer zouden ontvangen. Mooie naam voor een toekomst waarvan we het opgegeven hadden te dromen. Ja, God gedenkt.
Maar, midden in dit stellige weten van ieder die om hen heen staat, klinkt daar dat ‘nee’ van Elisabeth. Nee! Deze pasgeborene zal geen Zacharias heten, niet naar zijn vader. Niet zijn natuurlijke afkomst zal hem bepalen, niet het oude, vanzelfsprekende spoor gevolgd. Nee! Dit kind wordt apart gezet, zal meewerken aan het ‘en het geschiedde’, die inslag van Godswege. Nee! Het richtinggevende woord van Elisabeth klinkt: Johannes zal hij heten!
Alle ogen zijn gericht op Zacharias, want hij, als vader, moet de naam uitroepen. Zal hij luisteren naar zijn hulp hem tegenover? Het is cruciaal! Of het blijft bij het oude of er wordt echt ruimte gemaakt voor het nieuwe, voor toekomst. Dat zou een geloofsdaad zijn. Zijn wij, zoals we hier zitten, al zover?
Goddank: Zacharias luistert, luistert naar binnen. Waar zwijgen al niet goed voor is. Waar stil worden al niet goed voor is, waar onderbroken worden door God al niet goed voor is. Zacharias doet een stap opzij. Hij maakt ruimte voor de beweging van God uit. Hij maakt ruimte voor het nieuwe. Hij geeft aan het kind niet zijn eigen naam door, maar schrijft de naam Johannes. En Johannes betekent: God is genadig.
Dit is moment waarop Zacharias alsnog volmondig ‘ja’ zegt op de boodschap van de engel in de tempel, waar hij eertijds aan de engel vroeg ‘of het wel zou geschieden’ , of er echt wel toekomst zou zijn. En: Onmiddellijk krijgt hij zijn vermogen tot spreken terug. In hem opent zich de bron van leven in, stromend water. Wat echt ja zeggen al niet bewerkstelligt! Ja, dus ook ons eigen kleine ja op wat óns overkomt.
Het allereerste wat we van Zacharias dan te horen krijgen, zijn woorden die God zegenen. Zijn ziel zegent de Heer. Alles wat is, wat in hem is, verbindt hij met God. Eindelijk die verbinding na jarenlang trouwe, maar misschien doodse plicht. God, is hem overkomen. God kan ook ons overkomen.
Dan richt Zacharias zich op zijn kind en geeft woorden aan waartoe dit kind bestemd is: de weg vrij maken; mensen ertoe bewegen de weg vrij te maken voor een beweging van Godswege, voeten, die gezet worden op de weg van de vrede. Ook onze voeten!.
Mag het zo zijn. Ons verlangen niet ondergronds laten gaan, ons kleine ja toevoegen; God ons laten overkomen in de stilte, voorbij de leegte, de plicht; onze voeten op de weg van de vrede zetten.
Mag het zo zijn!