Luc. 10, 38 – 42

Berti Parqui
Lezing
Genesis 18, 1-10A

Martha en Maria

Zoals Marjan al in haar woord van welkom zei, gaat vandaag over gastvrijheid en dienstbaarheid. En zeker voor ons hier op de Hooge Berkt staat gastvrijheid en het ten dienste staan aan gasten hoog in het vaandel. Deze gemeenschap is ontstaan uit gastvrijheid, zeggen we wel eens. Wij zijn hier allemaal op enig moment als gast gekomen. Het lijkt eenvoudig, maar er valt veel aan te beleven. Het zijn christelijke waarden, zeker, maar ze zijn ook veel ouder en universeler. Iedereen die gereisd heeft in warme, andere landen is wel eens getroffen door de gastvrijheid van mensen daar. Gastvrijheid heft diepe wortels. Wij kunnen ons tegenwoordig aardig redden als vreemdeling in een land waar wij niet thuis zijn dankzij mobieltjes houdbaar voedsel, GPS, en creditcards. Vroeger waren mensen die aangewezen op de hulp en welwillendheid van anderen. Gastvrijheid was van levensbelang voor mensen als ze door onherbergzaam gebied en vreemd moesten gaan. Het verhaal van Abraham speelt in ver verleden in zo’n warm land. Waar het trekken door woestijn of een land zonder water gevaarlijk was. Je was afhankelijk van de welwillendheid en gastvrijheid van de plaatselijke bevolking. Abraham ziet en ontvangt de drie mannen bijzonder, heel bijzonder. Hij doet veel meer dan het noodzakelijke. Alsof hij hen al lang verwachtte en hij doet er alles aan om hen goed te ontvangen. Hij groet ze met eerbied en nodigt ze uit te blijven, en zet ze het beste voor dat hij heeft. Hij is dienstbaar op de mooiste manier die is: door ze te zien. Er staat verschillende keren het werkwoord zien in deze tekst. Ziet de mannen en Hij ziet ze echt. Abraham weet wat ze nodig hebben, want hij is zelf vreemdeling geweest. Hij is weggetrokken uit geboorteland, toen er hongersnood uitbrak trok hij zelfs naar Egypte, waar hij als vreemdeling verbleef. Hij weet dus hoe het is om afhankelijk te zijn van de gunst van anderen. En dat is heel wezenlijk voor de ware gastvrijheid. Abrahams weet wat deze mannen nodig hebben. Het is geen goedgunstigheid van boven af. Hij doet dit niet als meerdere; zo van Ik zal jullie eens laten zien hoe veel ik te geven heb., Nee, Abraham heeft naar hen uitgekeken, hij staat helemaal open voor hen. Hij ontvangt ze van binnenuit. En door die openheid gebeurt er ook iets heel bijzonders. De gasten worden meer dan gasten. Abraham was zo helemaal niet met zichzelf als gastheer bezig, en zo gericht op het ontvangen van de Ander, met een hoofletter, dat de rollen worden omgekeerd: Abraham is niet degene die geeft, maar die krijgt. Het is of in hen God zelf bij Abraham op bezoek komt. Zo gebeurt het dat Abrahams nieuw leven krijgt. Toegezegd krijgt in een zoon, die geboren zal gaan worden

In het verhaal van Jezus die Bij Martha en Maria op bezoek komt gaat het ook over gastvrijheid en dienstbaarheid. Anders dan in het verhaal van Abraham, het verhaal speelt in een andere tijd modernere omgeving, niet in een tent maar in een huis, zoals ook wij in ons huis of hier op de Hooge Berkt gasten kunnen ontvangen. En herkenbaar zoals Martha zich druk maakt over de hapjes die op tafel moeten komen voor de gast die je zo hoog heeft. Het verhaal is heel bekend. Zo bekend dat rond de figuren van Martha en Maria nogal wat clichébeelden zijn ontstaan. Om het heel zwart wit neer te zetten: Ze werden bijna prototypen voor twee soorten mensen of vrouwen: Martha de ijverige dienstbare vrouw die zichzelf voorbijloopt en die door Jezus terecht gewezen wordt met haar gedraaf en Maria de vrome ingetogen vrouw aan de voeten van Jezus die geprezen wordt. Zij heeft het beste deel gekozen en het zal haar niet ontnomen worden. Ik heb daar best wat last van gehad. Omdat ik mijzelf eerder als een Martha zie. Ik houd meer van doen dan van zitten en ik herken ook Martha’s ergernis over haar zus die geen oog heeft voor alles wat er nog moet gebeuren. Maar ik merkte dat ik dit verhaal dan toch heel beperkt lees. Subjectief, vanuit een gevoel alsof ik het ben die afgewezen word. Want het gaat er zeker niet om dat Jezus iets ten nadele zegt van het doen. De dienstbaarheid (het woord diaconie wordt hier gebruikt) staat juist heel centraal in de gelijkenissen en leringen van Jezus. Luisteren en doen. Die twee gaan samen. En horen ook helemaal bij de leer van Jezus. Juist het doen We hebben zo vaak gehoord hoe Jezus uitvaart tegen mensen, vaak Schriftgeleerden, die zo goed weten hoe het moet, maar geen handen vuil maken aan de armen, de zieken. Zoals we vorige week hoorden in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Witgekalkte graven noemt Jezus hen ergens. Er is niets mis met handelen. Helemaal niet. Waar het om gaat dat dat doen geen eigen leven gaat leiden. Het gaat mis als je zo in beslag genomen wordt door je eigen bezig zijn, je eigen doel, je eigen prestatie of presentatie, zeg maar ego, dat je uit het oog verliest waarom het eigenlijk gaat. Dat zie je in dit verhaal bij Martha gebeuren. Ze ergert zich aan haar zus. En dat ziet Jezus. Hij ziet hoe ze boos en bitter wordt. Ze probeert Jezus zover te krijgen dat hij meegaat in haar verwijt naar haar zus. Maar dat doet hij niet. Jezus ziet haar ontevredenheid en dat die haar drukte en haar gedraaf zijn doel voorbijschiet. Zij is bevangen geraakt en alleen gaan staan. Dat is waar Jezus haar op wijst: dat het gaat om het samenzijn, de aandacht voor God, de ontmoeting, waar het hele bezoek om begonnen was. Natuurlijk moet er gezorgd worden, maar niet zonder liefde. Doen en luisteren staan niet tegenover elkaar. Ze moeten samenvallen. En het is ook niet de bedoeling van dit verhaal over Martha en Maria om twee soorten mensen te typeren. En nog minder om de een boven de ander te stellen. Wij hebben allemaal verschillende kanten in ons. Een stille kant, een actieve kant. We zijn gemengd bedrijf, zei Jacqueline Terborg

altijd. Het een is niet beter dan het ander. Maria is niet beter dan Martha. Maar daar waar onze actieve, functionerende, regelende en controlerende acties de liefde in de weg staan, als persoon, of als gemeenschap worden wij in dit verhaal gemaand oog te hebben voor de blijvende waarde van de ware gastvrijheid en dienstbaarheid, want daarmee bouwen we het koninkrijk van God. Waar het op neerkomt is eigenlijk dat de ware gastvrijheid daar gebeurt waar wederzijdsheid ontstaat. Waar je de ander zo binnen kunt laten dat je er zelf door verandert. Dat er iets nieuws ontstaat dat van Niemand is. Je kunt ook zeggen: dat van God is. Harrie van Nieuwkuijk stuurde mij een gedichtje dat hij maakte na onze voorbereiding van deze lezingen over gastvrijheid. Daar wil ik mee eindigen: Ontvangst van de Komende Wie Reizen, gastvrij te onthalen: hun komst als Geschenk te vertalen – ontdekken hoe vrij dit maakt, en hoe blij: dat Vruchtbaarheid ons in komt halen