Mc. 5, 21 – 43
Door wie en door wat laat ik mijn leven bepalen?
Twee verhalen zijn door Marcus in elkaar geschoven. Eerste verhaal: een meisje van 12, op de drempel van volwassenheid, het bloed dat haar vruchtbaarheid zal openen lijkt te aarzelen in haar lijf – ze ligt op sterven, ze durft het leven niet aan. De bezorgde vader ziet nog een laatste kans: Jezus. Jaïrus valt voor zijn voeten en zet Jezus stil. Zo indringend: die leider van de synagoge die zijn vertrouwen geeft aan een rondtrekkende leraar. Zo oprecht en diep in nood, dat Jezus met hem meegaat. Er is haast geboden, het is een zaak van leven op dood – de hele toekomst staat op het spel en er is geen tijd te verliezen.
Geen tijd te verliezen? Voor wie wel, voor wie niet?
Tweede verhaal: de vrouw heeft zoveel tijd verloren! Ze heeft al 12 jaren ernstig bloedverlies en met al dat dokteren is het er niet beter op geworden: het leven vloeit uit haar weg. Zij heeft haar vruchtbaarheid verloren, is onrein door het bloedvloeien. Haar toekomst verloren. Zij ziet nog een laatste kans: Jezus. Zij waagt zich in de menigte, ongehoord - maar toch. Zij doorbreekt zelf haar isolement. Zij raakt de zoom van zijn mantel aan. Hij kan dat onmogelijk gevoeld hebben, maar iets in hem wordt aangeraakt, geopend, gaat stromen. Hij laat zich onderbreken in zijn haast. Hij geeft wat in hem is en de vrouw geneest. Haar vertrouwen in zijn kracht is voldoende, haar eigen kracht en moed hebben een genezende werking.
Hoe zit dat nou? Jezus heeft geen tijd te verliezen, want er ligt een meisje op sterven. En de vrouw heeft de kans op redding verkleind, de vaart gebroken en het leven vertraagd. De vader houdt zijn adem in, zijn vertrouwen wordt beproefd. Het lijkt een hopeloze zaak. De vrouw gered, ten koste van het meisje? De omstanders verliezen het geloof op redding, zelfs de leerlingen geven het op. Hoe moeilijk is het ook voor ons, om te geloven in wat onmogelijk lijkt – bijvoorbeeld in vrede, of gerechtigheid, of geluk voor alle mensen?
Twee verhalen, maar let op: een derde verhaallijn groeit, als het licht op Jezus valt. Wie is hij toch? Was de vraag van vorige week. Die vraag wordt sterk opgeroepen. Hier zien we hem als degene die voorgaat op de weg van vertrouwen. In de ontmoeting met hem is leven, ondanks onszelf. Want een ontmoeting met hem vraagt de moed om met lege handen te staan, om mijn verlies te nemen, te aanvaarden. Onder ogen zien wat is, geeft ruimte om hem te zien en om te zien wie Hij is. Een mens die opstaat tegenover de dood. De omgeving die niet kan geloven dat er nog redding is, zelfs de leerlingen geloven het niet: dit gebrek aan vertrouwen heeft een dodende kracht. Die dodende krachten drijft hij naar buiten: weg hier, anders is het hier geen leven – en is er geen leven voor het meisje.
Drie verhalen die ons bevragen, beproeven, uitdagen. Waardoor laat ik mijn tempo van leven bepalen? Door wat ik in mijn hoofd hebt? Door wat ik denk dat anderen van mij verwachten? Door alles wat moet? Of kijk ik om me heen, laat ik me onderbreken door wie aandacht vraagt? En durf ik een ander te onderbreken als ik diegene nodig heb? Hoe zou de wereld eruit zien als wij met die ogen aanwezig zijn? Het is een poging waard om dat te proberen.
Want Jezus liet zich onderbreken, liet zich stilzetten door wie er op zijn weg kwamen. Hij vertraagt het snelle oordeel van de omstanders en de leerlingen, over wat wel of niet mogelijk is. Hij heeft dit consequent gedaan en zo groeide de hoop en het verlangen om hem heen om met en door hem een nieuwe wereld mogelijk te maken: een menselijke wereld – een koninkrijk!
Toen het erop aankwam, toen Jezus eigen leven op het spel stond, heeft hij de leerlingen stilgezet. Door de maaltijd met hen te vieren op een wijze die ze niet kenden. Hij voegde zichzelf aan die bekende maaltijd toe, zette zijn eigen leven op het spel. Dat mogen we vieren, hier en nu. Om hem te gedenken, te danken en ook nu te laten gebeuren dat wij betrokken worden bij wat wij niet begrijpen. Gemeenschap worden in zijn Naam, door onszelf toe te voegen, deel te nemen en deel te worden. Laten we daarom de tafel klaarmaken.