Joh. 6, 24 – 35
- Lezing
- Exodus 16, 2 – 4 + 12 - 15
Voedsel voor onderweg
Het ophef dat ontstaan is bij de opening van de Olympische Spelen vanwege het optreden van de dragqueens, kan ons nauwelijks zijn ontgaan. De verbeelding door deze groep mensen riep associaties op met het Laatste Avondmaal, de kunstenaars noemden als achtergrond het godenspel op de berg Olympus. Wat de bedoeling was is minder belangrijk dan wat het opriep: veel meer commotie dan verwacht was. Brood en spelen… Dat is wat wij mensen vaak verlangen, maar als er gespeeld wordt met wat ons heilig is, wordt het wel heel spannend. Is het positief of negatief te duiden? Is het een belediging van ons als christenen of is het een confrontatie voor ons als christenen met onze eigen godsbeelden en beelden van Christus? Hij, die zelf aan tafel ging met de outcasts… Hoeveel houvast en zekerheid, veiligheid hebben we nodig?
Vorige week eindigde de overweging met de teleurstelling van Jezus, en indirect ook onze teleurstelling: ons onbegrip over de essentie van wat Jezus als mens verbeeldt: hij is Gods beeld en gelijkenis – zoals in den beginne bedoeld is met de mens, adam. Wij mensen echter verliezen onszelf regelmatig in de zoektocht naar eten, verzadiging – als beeld van veiligheid, zekerheid…
Het verhaal over het volk in de woestijn geeft nog wat meer inzicht in onszelf – een niet al te fraaie spiegel om in te kijken maar laten we het toch maar doen. Het volk klaagt. Ze zijn onderweg naar verbond, ze zijn geografisch halverwege tussen Egypte en de berg Sinaï, waar God zijn verbond aan hen geeft. Maar het houvast van de slavernij lijkt toch gemakkelijker dan deze uittocht, doortocht naar vrij en verbonden leven. Ze worden beproefd: waar staan zij? Waar staan wijzelf: zijn wij in staat om te vertrouwen dat ons gegeven wordt wat wij nodig hebben? De plaats waar je staat is heilige grond, dat is het begin van de uittocht voor Mozes zelf, toen hij oog in oog stond met het brandende braambos, oog in oog met de Enige. Nu moet het volk inzien dat ook zij op heilige grond verkeren: Gods gaven liggen voor het oprapen – het ligt voor hun voeten. Maar als zij vooruit gaan grijpen op wat komt, als zij gaan hamsteren omwille van meer houvast en zekerheid, dan gaat het mis. Dat horen we vandaag niet, maar we kennen het verhaal wel. Durven wij ons toevertrouwen aan de weg? Toevertrouwen aan de Bron van leven? Zij worden beproefd en het doel van de beproeving is dat zij zien en erkennen dat er een Bron van leven is, misschien wel een van de moeilijkste opgaven in ons leven.
Johannes gaat met dit verhaal in zijn bagage verder en vertelt hoe Jezus door het volk in zijn tijd, het volk dat de broodvermenigvuldiging had meegemaakt en royaal verzadigd was, gezocht en gevonden wordt. Zij hebben vragen aan hem, maar in die vragen klinkt
het onbegrip en het verlangen naar houvast en zekerheid: ze verlangen meer van dat soort wonderen zoals de broodvermenigvuldiging. Het volk in de woestijn begrijpt niet wat het manna is, dat het een gave Gods is – brood uit de hemel. En het volk dat Jezus zoekt, begrijpt niet dat hijzelf een gave Gods is – brood uit de hemel. Het gaat niet om het brood van Mozes, maar om het brood van zijn vader: uit de intimiteit tussen vader en zoon komt deze liefdesgave. Het gaat niet om zekerheden uit het verleden waar je je aan vast kunt klampen, maar om het hier en nu. Hij is het brood dat eeuwig leven geeft, en juist daarin is hij een appèl op het hier en nu. De cruciale vraag is: Geloof in mij! Dat is geen louter spirituele vraag: het is de vraag om te leven met dezelfde opdracht en je in te zetten, jezelf te geven aan vrede en gerechtigheid, geweldloos en liefdevol de waarheid op tafel te brengen. Iedere dag weer. Want geloven is niets als het niet geleefd wordt, gedaan wordt. Als je dit brood eet, vertrouw je je toe aan hem, verteer je zijn blijde en lastige boodschap en kun je niet anders dan meewerken aan het goede. Dat is onzeker, dat is altijd in beweging, dat is het verbond wagen, dat ooit gegeven is en nu ook moet gebeuren. Dat is spelen met de mogelijkheden, het vraagt om verbeelding. Dat vraagt dat wij het leven van de outcasts serieus nemen, zoals het spel van de dragqueens.
Ook vandaag ontvangen we voedsel voor onderweg, hier aan tafel – het is niet gemakkelijk te verteren, maar het is wel prachtig als het ons voedt en helpt om ons geloof in daden om te zetten.