Mt. 2, 1 – 12
- Lezing
- Jesaja 60, 1 - 6
Weerloze weerbaarheid
Duisternis heerst over de naties. De wereld is donker, het is moeilijk om de weg te vinden. En in deze realiteit is er de laatste weken veel te doen over de oproep van Mark Rutte in zijn rol als chef van de Navo, om onze weerbaarheid te vergroten. Van allerlei kanten wordt erop gereageerd en over gesproken: in kranten, talkshows en onder de koffie. Ook door ons. Aan het kerstdiner was er zelfs een speech over. Maar tijdens en zeker na alle ophef blijft de vraag over: wat is echte weerbaarheid? Gaat het over barricades bouwen, meer geld voor defensie, je spieren trainen, krachtige en polariserende taal? En misschien nog wel belangrijker dan dit: vanuit welke motivatie ontstaat die behoefte aan meer weerbaarheid? Meest voor de hand liggende antwoord op deze vraag is: uit angst. Maar angst is een slechte raadgever. En als het gaat over weerbaarheid in deze context, gaat het ook over de vraag welke wapens moeten wij inzetten: het gaat over een noodpakket, dat is privé, en ook over geld, dat is een politieke keuze. Helpt het ons tegen die angst?
Het feest van kerstmis staat lijnrecht tegenover de oproep tot weerbaarheid. God is immers als een weerloos kind in de wereld gekomen. En let op: dat is iets anders dan ‘machteloos’! Dit weerloze kind neemt het op tegen de wereldse macht; het zet een zachte kracht tegenover de wereldse machten. Het laat zien dat de alvermogende liefde het laatste woord heeft. Maar hoe dan?
Kerstmis kent drie feesten: God komt tastend aan het licht. Het eerste feest is de Kerstnacht, het tweede feest vieren we vandaag en het derde feest is volgende week met de doop van de Heer in de Jordaan. Vandaag vieren we dus het feest van Epifanie: een feest van het verschijnen van het licht, van het lichtende woord. Een feest van openbaring en aanbidding. Want openbaar wordt die zachte, weerloze kracht van de liefde. Wie daar ontvankelijk voor is, zich ervoor opent, die maakt als vanzelf een diepe buiging. Die gaat door de knieën, die zwicht voor dat kwetsbare leven: die mens komt tot aanbidding.
Matteüs leefde met de teksten van Jesaja, zoals alle joden en ook Jezus deed. Matteüs kent de verwachting van het Goddelijk licht waar Jesaja over profeteert: het schijnt en het zal schijnen. Want zie: de toekomst gaat open. En áls je dit ziet, dan zul je stralen van vreugde en de daden van de Enige prijzen. Matteüs herkent de profetie in Jezus, lichtdrager bij uitstek. En dan past Matteüs een soort wisseltruc toe: aan koning Herodes wordt zijn titel ontnomen en het pasgeboren kind wordt koning genoemd… De wereldse macht, Herodes, wil hier vat op krijgen en
stelt een onderzoek in: wie niet sterk is, moet slim zijn… Maar ook met dit soort sluwe slimheid redt Herodes zijn titel niet.
Er zijn in dit verhaal van Matteüs wijzen die uit het oosten komen, zoals de zon en daarmee het licht in het oosten opkomt. Zij luisteren in eerste instantie nog wel naar Herodes en gaan op onderzoek uit. Zij volgen de ster, waarbij we kunnen denken aan Abraham die in de sterren de belofte van de Enige verstond. De wijzen kunnen de schepping als het ware ‘lezen’: en zie… De wijzen zijn ontvankelijk voor het Goddelijk licht, zij maken als vanzelf een diepe buiging van aanbidding. Maar dan verstaan ze in een droom dat ze niet langer moeten luisteren naar Herodes: ze moeten uitwijken. Een droom in een van de heilige nachten geeft richting aan het leven. Uitwijken is een thema dat bij Matteüs voortdurend aan de orde is rondom Jezus: Jezus zelf moet heel vaak uitwijken. Want alleen zo kan het verhaal van Godswege doorgaan. Ondanks de realiteit van de machtswellust: Herodes had immers al twee eigen zonen vermoord uit angst om zijn titel te verliezen… Ondanks die machtswellust die in alle eeuwen opspeelt – we kennen de machtigen in onze tijd maar al te goed… - gaat openbaring van Godswege door. De zachte krachten worden gedwarsboomd, zeker, maar dankzij kleine, kwetsbare mensen die ontvankelijk zijn en meewerken met de heilige geestkracht, krijgt liefde het laatste woord.
Zijn er wijzen in onze tijd? Waar gaat een licht op? Wie maakt het leven lichter, aantrekkelijk – brengt iets en iemand in beweging? Rond de jaarwisseling lezen we veel ervaringsverhalen uit 2024 die ons positief nieuws vertellen en dan zien we mensen staan, tegenover de wereldse machten. Het verhaal van dominee Kasper Jager, die kerkasiel organiseert voor de Oezbeekse familie Babayants. Of Elise Kant, die met haar stichting gewone mensen steunt die buitengewone dingen doen. Of Jason, die misstanden in de Jeugdzorg blootlegde. Kijken naar waar het goede in gewone mensen gebeurt, geeft kracht in alle kwetsbaarheid. Dat is een blijde boodschap in onze dagen, die een lichtend spoor trekt door de tijd. Een spoor dat wij mogen volgen en soms ook zelf aan bijdragen.
Matteüs ent zijn ervaringen met Jezus op de Schrift. Op de profetieën uit het eerste testament. Dat is ook voor ons een uitdagende mogelijkheid, om dat lichtend spoor op te delven. Als wij deze en onze eigen ervaringen enten op de Schrift, zoals Matteüs deed, dan wordt de zachte kracht van openbaring sterker. Dit vraagt dat wij ons verdiepen, verwonderen, open en ontvankelijk zijn. Deze levenshouding maakt ons weerbaar in alle weerloosheid. Voor het kind, dat ons voorgaat in weerloze liefde, mogen we als vanzelf een diepe buiging maken. Hij is immers onze bron van hoop.