Lc. 4, 1 – 13

Annet van Straaten
Lezing
Deut. 5, 6-21

Welke ervaringen hebben onze wortels doen groeien?

Het trof me, dat de lezingen van vandaag nu juist over de wortels van het Joodse volk en over de wortels van Jezus’ geloof gaan. Wat dat bij mij opriep wil ik graag delen.

Veertig jaar zwierf het volk van God door de woestijn. Toen het aan de rand van het Beloofde Land stond, op het punt om dat binnen te trekken, hield Mozes een lange toespraak, aldus de overlevering. Wij hoorden daar zojuist uit Deuteronomium een fragment van; de 10 geboden. Die hád het volk al veel eerder ontvangen, bij de berg Sinaï, zoals in het boek Exodus staat beschreven. Hier worden ze door Mozes hernomen. Als een erfgoed uit de woestijnjaren. Zo klinken ze nu opnieuw, op dit beslissende moment waarop het volk een nieuw tijdperk ingaat. Mozes drukt ze op het hart: vergeet deze richtlijnen niet! Ze waren het fundament gebleken in de wildernis van de woestijn. Want de God die hen bevrijd had uit Egypte, had hen nu ook deze leefregels gegeven. Leefregels om na de Egyptische onderdrukking als vrije mensen bijeen te blijven, verder in vrijheid te groeien, in vrede en met ruimte voor ieder. Zo bewees God opnieuw een God van bevrijding te zijn. Mozes was er tweemaal veertig dagen en nachten voor de berg op gemoeten, om de richtlijnen van God ingegeven te krijgen. En het volk had er veertig jaar voor nodig gehad, om ze te leren beamen. Alle eeuwen sindsdien zijn de geboden binnen het joodse volk doorgegeven als onderdeel van de Wet, de vijf boeken van Mozes. Elk Joods kind werden ze ingeprent en groeide ermee op, tot op de dag van vandaag.

Zo ook Jezus. Na zijn doop in de Jordaan, zijn allesdoordringende ervaring van geliefd kind van God te zijn, drijft deze ervaring hem naar de woestijn. Plaats van stilte en ruimte, om de betekenis van wat Hij had ervaren tot zich door te laten dringen. Ook hij verblijft daar 40 dagen en nachten, zonder iets nodig te hebben, zo vól is hij van wat Hem bij zijn doop was overkomen. Maar, menselijk als Hij was, ging dit voorbij en kreeg Hij honger. Hij raakte leeg en kreeg behoefte aan vulling. En alle mogelijke invulling passeerde de revue: zich overgeven aan wereldse geneugten was een eerste verleiding; zich laven aan macht en aanzien een volgende. En tenslotte het uitgaan van eigen kunnen als richtsnoer van zijn leven. Alle drie deze duivelse ingevingen testte zijn doopervaring. Met de kracht van wat in Hem verankerd zat uit de Schriften, weerstond hij de duivel en bleef Hij trouw aan de liefde die zijn Vader Hem in de Jordaan had aangezegd.

Wij kregen afgelopen woensdag de uitnodiging om ons 40 dagen en nachten wat leeg te maken om ons te bezinnen op onze wortels. Wat houdt ons staande?

Wat is de grond waar wij vanuit leven? Waar wij, als het moeilijk wordt, op terugvallen? Welke waarden vormen ons fundament?

Wij zijn al rijk met de 10 geboden die helemaal verweven zitten in onze westerse cultuur en wet- en regelgeving. Of we ons nu Christen noemen of niet: stelen en moorden is strafbaar. Vals getuigen eveneens. En de meeste andere geboden horen bij onze ethische waarden en moraliteit. In onze gemeenschap zijn wij rijk met de Leefregel, die humuslaag die in de voorbije decennia is ontstaan, feitelijk nog jong is en verder ingeoefend mag worden. En dan zijn we ook nog allemaal uniek; door God heel verschillend gemaakt en bestemd. Met ieder eigen wortels, naast onze gemeenschappelijke.

Welk woord dragen wij? Het volk van Israël had een God die bevrijdde. Jezus was Gods geliefde kind. Hoe zouden wij onze grond omschrijven? Welke ervaringen hebben onze wortels doen groeien?

Zijn die stevig genoeg? Houden wij het daarmee uit? Persoonlijk en als gemeenschap? Nu in onze maatschappij vergroving en intolerantie toenemen, het vrije woord wordt vervormd of gedekseld, normen vervagen, oorlogsdreiging toeneemt. Houden wij het, op onze grond?

Ik leerde van Walle om onze tuin niet te snel te besproeien in tijden van droogte. Dat maakt de wortels lui. Droogte stimuleert de wortels om verder naar de diepte te groeien. Dat maakt ze sterker en weerbaarder tegen slechte tijden. Ze worden minder afhankelijk van omstandigheden.

Dat bemoedigt mij, in deze tijd. De veranderingen om ons heen kunnen dus aanzetten om dieper te wortelen in wat echt van waarde is. En dat is ook gaande in onze Doortocht: wát vinden wij ten diepste van belang? Zodat we dan dáár onze kaarten op zetten.

We hébben wortels, Godzijdank. We kennen de bron, waar voedsel te halen blijft. De eeuwen hebben geleerd, dat die bron kan blijven stromen, onder álle omstandigheden.

Mogen we deze gegeven tijd, als een cadeau ontvangen. Waarin het bevrijd zijn en het geliefd zijn, dieper kan wortelen. Zodat we bestand blijven tegen zwaar weer. En opnieuw gaan bloeien en vruchten dragen.