Lc. 9, 51 – 62
De reis als levensweg
Over deze passage zijn in de loop der eeuwen al zoveel overwegingen gehouden, van diep doorwrochte tekstanalyses tot pogingen om de tekst in het hier en nu toe te passen. Ik heb een heel aantal gelezen, en kom in een samenvatting van oude inzichten met deze poging om dit evangelie in het hier en nu te laten spreken.
Belangrijk is het tekstbegin. Jezus gaat vastberaden naar Jeruzalem in de tijd dat zijn Hemelvaart nadert. Vastberaden, terwijl hij wel vermoed zal hebben hoe vreselijk eerst zijn einde zal zijn, onzeker over opstanding en hemelvaart. Vastberaden op weg naar het centrum van zijn wereld. Waar alles gebeurt, politiek en religieus, waar hij als twaalfjarig jongetje zijn ouders de stuipen op het lijf joeg door in de tempel achter te blijven. De stad waar hij het centrale bankwezen omver wilde werpen. De stad waar hij in hevig conflict kwam met de wereldse en geestelijke overheden. Er staat ‘op reis’, maar zeggen Bijbelkenners: bedoeld wordt zijn levensweg. Ik lees deze tekst graag met jullie als een tekst over de levensweg van Jezus. Waarom? Omdat wij zeggen in zijn voetsporen te willen lopen. Het gaat dus ook om onze levensweg.
Op weg door agressie heen
Jezus gaat door Samaria heen, op weg naar het centrum van zijn wereld. Recht door zee. Hij duldt geen omweg. Hij volgt dus niet het advies van zijn vrome geloofsgenoten: Samaritanen, dat zijn andersdenkenden. Daar moet je je niet mee inlaten, ondanks de gedeelde religieuze oorsprong. Ook toen al waren er twisten over welke teksten heilig zijn, en hoe je het bidden moet organiseren, in een tempel of op een berg Maar Jezus had al veel contacten met deze anders-gelovigen die steeds meer als vijanden werden gezien. Het gesprek met de Samaritaanse vrouw, de gelijkenis over de Barmhartige Samaritaan zijn daar voorbeelden van.
En die Samaritanen kunnen er ook wat van. Die willen Jezus niet eens de in die cultuur heilige gastvrijheid bieden op zijn doorreis. En dat kan zomaar escaleren. Want Jezus reist met een gezelschap waarin twee mensen in elk geval een heel kort lontje hebben. Stel je voor, je besluit om alles op te geven voor een hoger ideaal, en dan komt er tegenslag door andersdenkenden, en dan stel je aan je reisleider, je spirituele gids, voor om maar ergens een granaat naar binnen te gooien of wapens met dezelfde vernietigingskracht. Die Jakobus en Johannes willen andersdenkende geloofsgenoten wegbliksemen. Er volgt een strenge terechtwijzing van Jezus. Zo ga je niet om met andersdenkenden. Graag wil ik hierin lezen: Christendom, Jodendom en Islam: deze religies verwijzen alle drie naar een gemeenschappelijke oorsprong: Het ‘trek weg’ van Vader Abraham. En wij gooien nog steeds granaten bij elkaar naar binnen. En toch moeten we op weg, door de agressie heen. Laat je niet zomaar meeslepen in oude conflicten, en vergeet niet waartoe je onderweg bent.
Waartoe je onderweg bent? Dat is zo gemakkelijk gezegd. Naar dat symbolische Jeruzalem? Die ellendige kruisdood? Ik denk dat dit verhaal ons wil vertellen, hoe we op weg moeten gaan. Het gaat om de reis, niet om de bestemming Daarom komen ook drie personen aan het woord, drie reisgenoten.
Oost west thuis best?
De eerste reisgenoot, die is volledig overtuigd en enthousiaste. Ik volg u overal waar u heen gaat. Maar Jezus zegt dan: Dan heb je geen huis meer. Vergeet de uitdrukking ‘Oost west, thuis best’. Een dier heeft het nog beter, die heeft een hol of een nest. Jij gaat leven in het tegenovergestelde van ‘Oost west, thuis best’. Niet de bekende traditie, de vertrouwde gezangen. Wat je zonet zag, die bijna-escalatie, dat is onderdeel van het leven. Maar als je gegrepen bent door dat Grote Ideaal, dan ben je nooit ergens echt thuis, nooit echt verbonden, nooit echt opgenomen in een vertrouwde kring. Zo is de weg. Je blijft ergens altijd een zwerver, een zoeker, een vreemdeling. Je verbindt je niet aan een momentopname. Je houdt het alleen vol, als je in vallen en opstaan je weg als een roeping ziet, als een kans.
Loop vooruit, verder dan vroeger
De tweede reisgenoot. “Heer ik wil u volgen. Maar sta mij toe om eerst mijn vader te begraven.” Begraven was, ook in die tijd, een ereplicht, een heilige plicht! Als je niet werd begraven, kon je ziel niet verder. Maar moeten we de tekst wel zo lezen? Dat je eerst je overleden vader wilt begraven? Je mag de tekst ook anders lezen. Heer, ik wil u wel volgen, maar ik wil wachten met mijn keuze totdat ik tegenover mijn ouders geen verplichtingen meer heb. Ik heb in mijn leven eerst nog andere episodes af te sluiten. Ik ga het wel doen, ik doe het graag, maar ik moet ook rekening houden met algemeen menselijke verplichtingen. Nee, zegt Jezus dan heel fel, met een onmogelijke uitspraak: Laat de doden hun doden begraven. Dat kunnen doden uiteraard niet, elkaar begraven. Jezus zegt hier, zo l lezen commentaren: Laat de dood aan de dood: het gaat altijd om nieuw leven. Blijf niet vast zitten in het verleden, hoe verantwoord dat ook lijkt, maar ga in het hier en nu op weg naar iets ongehoord nieuws: het Koninkrijk van God.
Fatsoen? Het gaat om de hand aan de ploeg
De derde reisgenoot: “Heer, ik ga mee op reis, maar laat mij eerst afscheid nemen.” U begrijpt toch ook wel dat ik mijn familie niet zomaar – zonder nadere uitleg – kan verlaten. Zij zouden zich – zeer terecht – bijzonder gekwetst voelen. Dat zou ik ook zijn als ik zo achter moest blijven. En er staat toch geschreven ‘Heb uw naaste lief als u zelf’.
En dan komt die mooie vergelijking met de ploeger. Natuurlijk moet de ploeger af en toe achterom kijken of het spoor wel recht is. O ja, zegt Jezus, gaat het erom hoe goed en mooi jij ploegt? Nee, je moet altijd vooruitkijken of er wortels verwijderd moeten worden, of er stenen liggen waardoor het ploegijzer kan beschadigen.
Denk dus niet terug aan die Samaritanen die zo afwijzend waren, of aan iets in je eigen verleden. Laat je niet van de wijs brengen door afwijzende reacties van mensen. Je hebt rust in jezelf, want je kijkt naar het grote geheel. Mensen kunnen wel onvriendelijk zijn, maar ze vormen geen bedreiging voor je. De grote vrede in je hart is niet afhankelijk van kleine onvriendelijkheden onderweg.
En wij
Tot zover de drie reacties. Drie verschillende mensen met eenzelfde roeping, eenzelfde geraaktheid en verlangen, krijgen drie verschillende waarschuwingen. En wij hier en nu met deze waarschuwingen? In ons hart is ooit een vuurtje gaan branden. Maar dan? Hoe geven we aan dat vuur handen en voeten, zodat het niet uitdooft in de wind van mitsen en maren, die onherroepelijk volgt? Zodat het niet verdwijnt in de beslommeringen van alledag? Wat zeggen wij nu na deze drie waarschuwingen: Geen ‘Oost west, thuis best’. Kijk niet om naar het verleden. Kijk of je wel kunt blijven ploegen.
Hoe kijken wij naar de hindernissen waar we tegen aan lopen. En hoe spreken wij daarover met elkaar op onze groepsreis naar Jeruzalem? Wat speelt er bij mij, wat is in ons leven bij machte om ons uit balans te brengen? Wat heeft in jouw leven zoveel impact dat je je levensdoel uit het oog kan verliezen? Mogen wij hier stil mee zijn, en in de stilte met elkaar bemoedigd worden op onze levensreis.