Lc. 10 : 1 – 12
- Lezing
- Habakuk 3, 1 - 3 + 16 - 19
Geloven is niet nuttig
Wat is het nut van wat wij hier doen? Voor wie de tijd graag nuttig gebruikt kan dat een belangrijke vraag zijn. En die vraag wordt vandaag ook opgeroepen. Diezelfde vraag stelde iemand vorige week in de parochie aan mij, toen we een avond over verlossing en bevrijding hadden vorige week. Wat doet het ertoe? Dit zal de wereld niet redden. En in een opwelling beaamde ik volledig wat ze zei: wat wij hier doen is compleet nutteloos, dus we kunnen nu net zo goed stoppen en naar huis gaan. De mensen keken mij verrast aan. Maar niemand ging naar huis.
We horen het vandaag ook: we zijn als gelovigen onnutte knechten. Dat is natuurlijk maar hoe je dat ‘nut’ verstaat. Want geloven gaat over leven in verbinding, over verbond wagen en maken. Én over aanklagen waar verbinding ontbreekt, mensen beschadigd worden.
Habakuk is een gelovige aanklager. Er zijn er meer in de Bijbel. En sinds Auschwitz is de aanklacht nooit meer verstomd, het is onderdeel geworden van onze christelijke spiritualiteit. De vraag is dan wel of het klagen eindpunt is, waarin wij blijven hangen of dat we in het klagen toegroeien naar hoop. Habakuk staat op tegen het gewelddadige klimaat dat koning Jojakim en zijn verwanten hebben gecreëerd en hij spreekt tot de rechtvaardigen in Juda die hier ernstig onder lijden. Vandaag horen we een gedeelte van zijn aanklacht in de vorm van een gebed, dat uitdrukt hoezeer de aanklacht van Habakuk doordrongen is van hoop. Want hij heeft totaal geen concreet perspectief, maar wel een verbinding met de Ene. Dat horen we omdat de Ene 5x genoemd wordt en ook het trillen en beven van de profeet 5x. Hij ervaart een diepe Godsrelatie, tot in zijn eigen lijf. God roept om hem van dag tot dag en Habakuk hoort lijfelijk zijn stem, zoals de psalmist het verwoord.
Habakuk is in zijn realiteit stevig verbonden met de Ene. Hij staat op heilige grond en dat is zijn fundament van geloof. Deze oude woorden kunnen ons raken, ze raken mij. Ze bewerken in mij de hoop dat in de realiteit van onze dagen een perspectief overeind gehouden kan worden, moet worden. Geënt in de Godsrelatie, met het oog op vrede en verbond. Het leven met hoop maakt mij ook meteen verantwoordelijk om op te staan voor het goede, voor gerechtigheid en vrede dichtbij en ver weg. In het klein, hier ter plaatse en naar vermogen in het groot. Zoals een tiental van onze leden op dit moment onderweg is naar Amsterdam om de rode lijn te trekken tegen het onrecht en op te komen voor vrede. Het is een actief verzet tegen machten die bouwen op bloed. Ook ons bidden
en dienen heeft die kwaliteit, al is dat misschien niet altijd even voelbaar. Zo heeft het zeker zin en is het nuttig wat wij hier doen.
Maar dan wil ik nog wel kijken naar de onnutte knecht. Hoe kunnen deze uitspraak van Jezus verstaan? Hij is onderweg in het grensgebied en heeft op allerlei wijzen duidelijk gemaakt dat wie hem volgt een radicale keuze maakt. De radicaliteit heeft hij de Farizeeën en Schriftgeleerden in gelijkenissen voorgehouden. Vandaag horen we hem tot de leerlingen spreken. De groep die bij Hem blijft onderweg. Die zijn geraakt, tot in hun lijf. Die waarschijnlijk ook ervaren heeft dat het Jezus als hij over God spreekt om de liefde gaat. Dat wie in de liefde blijft echt leven vindt en leert vertrouwen dat God voor hem opkomt. Wat kunnen de mensen mij maken? Een soort van positieve onverschilligheid die zowel de profeten als Habakuk als de Jezusbeweging in de eerste eeuwen kenmerkt.
Tegen deze groep leerlingen zegt hij dat ze goed voor zichzelf moeten zorgen. Want de weg van geloof, hoop en liefde is niet altijd succesvol. De radicaliteit van christelijk leven maakt je tot een struikelblok. Het is een weg van leven en dood. Als leerling van Jezus ben je kwetsbaar in je roeping, maar tegelijkertijd krachtig in je geloof. Zo krachtig dat je elkaar onderweg helpt door steeds opnieuw te vergeven wat verkeerd ging. Zo krachtig dat je een diepgewortelde boom in de zee kunt plaatsen. De zee is in Bijbelse context de chaos, de wereld. Zo is het een beeldspraak die ons bemoedigt om te vertrouwen dat het kleine mosterdzaadje van geloof in de wereld echt werkzaam wordt. Dat het onmogelijke mogelijk wordt – dat is de hoop waartoe Jezus ons roept. En dan kun je niet gaan aanliggen, hoewel dat soms heel aantrekkelijk is want na gedane arbeid is het goed rusten. Maar onrustig is mijn ziel, totdat hij rust vindt in U, o God, verzuchtte Augustinus. Er is en blijft werk te doen. Gods werk, liefdeswerk.
Zo zijn we als christenen onnutte knechten die altijd aan het werk zullen blijven… In wereldse zin nutteloos. Je kunt goed leven zonder God en gebod. Maar een wereld zonder verbond en verbinding wordt onleefbaar, dat zien we voor onze ogen gebeuren. En als het over verbond en verbinding gaat, wordt voor mij de verbinding met God, met wat onzegbaar blijft, cruciaal. Als leerlingen groeien we van dienaars tot vriend: van Jezus en van onze naaste. De weg achter Hem aan gaat langs het dienen. Dienen behoed ons voor een houding van je erop voor te laten staan: ‘zie mij eens’. Behoed ons ervoor onszelf op de voorgrond te plaatsen. Het gaat immers niet om ons, maar om Gods toekomst met ons en onze wereld. Om een toekomst waarin geloof, hoop en liefde leidend zijn. Maar er is altijd meer geloof nodig, om staande te blijven in onze roeping. Dat geldt voor Habakuk, dat geldt voor de leerlingen en dat geldt voor ons. Niet omdat het nut heeft voor onszelf, maar omdat meer geloof ons helpt om elkaar steeds opnieuw te vergeven, vrij te maken en in vrijheid te groeien in verbond. Een verbond waarin ruimte is, veel speelruimte om de toekomst te ontwikkelen. Ook in onze gemeenschap is veel speelruimte nodig voor hen die verlangen naar die toekomst. Terwijl we mogen bidden om meer geloof, leveren we op deze wijze een cruciale bijdrage aan ons eigen leven en aan de wereld. Super nuttig, zou ik zeggen.