Mt. 1, 18 – 25
Immanuel: God is met ons
“Hoor. Maar ik wil niet horen. Zou ik uw woord verstaan, ik moest uw wegen gaan.” We zongen het zojuist en het zouden zomaar de woorden van Achaz kunnen zijn. Hij doet zich voor als een heilig boontje door te zeggen dat hij God niet om een teken zal vragen, omdat hij God niet op de proef wil stellen. Maar dat is slechts schijn: hij hee namelijk helemaal geen zin in de bemoeienis van God met zijn plannen. Hoe zit het precies? Koning Achaz van Juda wil zich niet aansluiten bij een pact tegen het Assyrische rijk. Liever schurkt hij tegen Assyrië aan in de hoop zo uit de wind te blijven. Beetje naïeve gedachte omdat Assyrië bekend staat als een oorlogszuch g rijk dat de aanval ziet als de beste verdediging. Om Juda te dwingen zich bij het pact aan te sluiten, dreigt het land overmeesterd en Achaz met geweld afgezet te worden. Een angs ge jd. De koning en zijn volk beefden aldus Jesaja “als bomen in de storm”. “Wees niet bang. Dit alles zal voorbij gaan. Heb vertrouwen.” Dat is de boodschap die God brengt aan Achaz en het volk van Juda. Vraag God om een teken, een teken dat God mét jullie zal zijn. Maar Achaz wil het woord van God helemaal niet horen. “Zou ik uw woord verstaan, ik moest uw wegen gaan.” En Achaz wil zijn eigen weg gaan. Hij doet het liever zonder God. Maar God laat zijn volk niet los. Een roekeloze en egocentrische heerser, ach, daardoor laat God zich allang niet meer uit het veld slaan. God gee het volk een teken van hoop: in het huis van David zal een kind geboren worden en het zal Immanuel heten: God is met ons. Zover is het nog lang niet, want Juda zal worden ingenomen door de gewelddadige Assyriërs. Ellendige jden breken aan, maar als een toekomstvisioen wordt hier de komst van de Messias aangekondigd: God zal met ons zijn. Houd moed. De evangelist Ma heus geloo dat Jezus die langverwachte Messias was en dat met zijn komst de profe e van Jesaja in vervulling is gegaan. Het is dan ook van het grootste belang dat het Jezuskind in het huis van David geboren wordt, zoals Jesaja hee gezegd. Daarom begint Ma heus zijn evangelie met de geslachtslijn van Jezus die loopt van Abraham tot aan Jozef. De a omst van Jezus is hiermee veilig gesteld. Als Jood hee Ma heus weet van het oeroude mo ef in de bijbel, die van de kinderloze, onvruchtbare vrouwen die alleen door de genade van God zwanger worden van een zoon die later van grote betekenis is voor het verhaal van het Joodse volk. Daarom beschrij hij een wonderlijke geboorte om de grote betekenis van Jezus uit te drukken: de geboorte uit een maagd, verwekt door een godheid.
Een fenomeen dat ook in de hellenis sche godencultuur van zijn jd veel voorkwam. Jezus wordt geboren uit een maagd, verwekt door Gods Heilige Geest. De arme Jozef hee echter geen weet van al dit wonderbaarlijks. Dus als hij hoort dat zijn verloofde zwanger is, weet ie één ding zeker: da’s niet van mij! Wat moet dat een klap voor hem geweest zijn! Heel begrijpelijk als hij haar met haar bedrog zou hebben geconfronteerd. Als hij woedend was geworden om zijn vernedering. Hij had haar publiekelijk te schande kunnen maken. Maar zo is Jozef niet. Hij is een rechtvaardig mens. Hij reageert niet impulsief of verblind door emo es en is zeker niet van plan om Maria in diskrediet te brengen. Hij verhe zijn stem niet, maar besluit in s lte van haar te scheiden. Wie kan het hem kwalijk nemen? Net als tegen Achaz zegt God nu tegen Jozef: “Wees niet bang. Heb vertrouwen.” En zie: Jozef is niet langer bang. Sterker nog: hij gee geen enkele blijk van twijfel, aarzeling of frisse tegenzin. Hij neemt Maria tot zijn vrouw en gee haar zoon de naam Jezus. Daarmee gee Jozef op zijn eigen wijze leven aan het kind. Want in bijbelse zin begint het leven pas met het roepen van je naam: die drukt je wezen uit. Jesjoe: God bevrijdt. Ma eüs maakt het explicieter: Hij bevrijdt ons van onze zonden. En dat zinnetje raakte mij ineens. Jezus bevrijdt ons van onszelf. Of liever gezegd: van de beelden die we van onszelf hebben en telkens opnieuw maken. Van alles wat we allemaal zouden moeten kunnen, wat we allemaal zouden moeten zijn. Wat er met Jozef gebeurt in zijn droom zou je kunnen zien als een spirituele loutering. Hij wordt bevrijd van al die ideeën over zichzelf, van zijn gekwetste ego. Hij komt in verbinding met zijn innerlijke ruimte, de ruimte waar de Geest waait. De ruimte die hem in staat stelt om te ontvangen. Misschien gaat het er niet zozeer om ruimte te maken, maar om ruimte te zijn. Dat zeggen de mys ci ons: we zijn ten diepste een ruimte van ontvankelijkheid. We hebben daar gewoonlijk niet zo’n weet van, omdat we die ruimte vol stouwen met onze ideeën, plannen, angsten, verlangens. Moeizame en nega eve gedachten. Onze innerlijke ruimte gaat op den duur voelen als leegte, die we dan weer willen opvullen. Als we die ruimte in ons open durven laten, als we onze beelden durven loslaten, dan vinden we vrede in onszelf en kunnen we ruimte maken, kunnen we ruimte zijn. Zo overkomt het Jozef. Hij maakt ruimte voor het kind, ook al is het niet het zijne. God nodigt ons uit om die ontvankelijke ruimte te zijn en komt tot ons in een hulpeloos mensenkind: in de zwerver, de vluchteling, het gepeste kind, de eenzame buurvrouw, de s lle collega. Ruimte voor wie weerloos is, voor wie jou bij je naam roept. Mogen we in staat zijn om ruimte te maken voor een teken van God. Ook als ons dat niet goed uitkomt, als we daar niet zoveel zin in hebben. God zegt ons: Wees niet bang. Mogen we minder vrezen en meer beminnen.